DIT WAS 2010 :: Villagers :: ”Een nummer is nooit zoals het moet zijn. Het is altijd een compromis”

De hele maand december blikt goddeau.com terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2010. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Soms heb je aan twee gezongen woorden genoeg. Soms weet je dan al hoe diep een artiest in je hart zal kruipen. Villagers — né Conor O’Brien — is zo iemand. Een Mercury Prize-nominatie, vermeldingen in vele eindejaarslijstjes en een intensieve, succesvolle tournee bevestigen dat Villagers het zich nestelen in harten en hoofden al goed onder de knie heeft.

Nochtans is Becoming A Jackal, het in juni verschenen debuut van Villagers, niet meteen het album waarop je halsoverkop verliefd wordt. Het vergt tijd om de laagjes er van af te krabben, de melodische vrolijkheid te ontmantelen en door te dringen tot de sombere, poëtische teksten. Live werkt O’Brien efficiënter. Wanneer Villagers op een podium staat, gaat hij regelrecht naar de essentie. De declamatie waarmee O’Brien zijn woorden in de maag van de toeschouwer stompt, heeft daar wat mee te maken. Ook muzikaal zijn de nummers al geëvolueerd naar complexere oorden. Of O’Brien in dat drukke half jaar dat op de release volgde nog eens naar het album geluisterd heeft en zich bewust is van de veranderingen dat het doorstaan heeft? We vroegen het hem op de vooravond van zijn uitverkocht concert in de Botanique, in november.

O’Brien: “Neen, dat is ook nergens voor nodig. Een album is slechts een momentopname van hoe de nummers op dat ogenblik in je hoofd klonken. Mochten we het nu opnemen, zou het heel anders klinken. De nummers bevinden zich op een andere plaats nu. Wanneer je toert, worden ze helderder, duidelijker, maar ook sjofel, moegespeeld en versleten. Dat kan je niet helpen. Je begint onder hun oppervlakte te zien, ze vallen uit elkaar op het podium. Begrijp me niet verkeerd, ik ben geen van de nummers beu. Ik voel me vooral geprivilegieerd. Ik mag van geluk spreken dat ik bijna elke avond mag spelen. Dit album heeft het spreekwoordelijke bloed, zweet en tranen gekost. Maar het loont, zo blijkt.”

enola: Je lijkt minstens evenveel aandacht te schenken aan de melodie van de woorden als die van de muziek. De alliteraties of het ritme van de woorden lijken erg nauwkeurig gekozen.
O’Brien: (aarzelt) “Waarschijnlijk. Geef eens een voorbeeld?”

enola: “So she goes back under/Swallows the water/Fixes her face like a good little daughter/ And follows her family/Who follow a saint and a snake” uit “Home”, maar eigenlijk geldt het voor elke tekst.
O’Brien: “Toen ik aan “Home” begon, had ik geen idee waarover het zou gaan. Ik had alleen maar het backing vocals-gedeelte van het refrein: “Can you call me when we’re almost halfway”, daarrond bouwde ik verder. In het begin ging het over een autorit waarbij je de chauffeur vraagt je wakker te maken als de bestemming bijna is bereikt. Die autorit werd later in het proces een metafoor voor de reis door het leven in het algemeen. Ik denk wel na over die woorden, hoe ik ze structureer en wat ze betekenen, maar ik heb nooit een globaal, finaal beeld. Ik volg een klein pad, waarbij elk kruispunt een keuze betekent. Ik weet nooit op voorhand waar het eindpunt is. Als een nummer vaagweg goed genoeg lijkt, begin ik het te spelen. Het is nooit hoe het zou moeten zijn. Het is altijd een compromis. Het is nooit zo goed als ik gehoopt had.”

enola: Is dat niet frustrerend?
O’Brien: “Ja, maar daarom speel je live. Soms bereik je op het podium andere niveaus, waar je wel blij over bent. Het houdt je materiaal levend. Je moet gewoon blijven proberen. Ook al heb je het gevoel dat je aan het falen bent.”

enola: Als je met de band speelt, gaat het soms zelfs de apocalyptische kant op en vertoon je wat trekjes van Radiohead.
O’Brien: (glimlacht) “Ja… Ik denk dat we inderdaad wat van Radiohead stelen. How can we not? We zijn met hen opgegroeid, zij zijn The Beatles van mijn generatie, man. Hun gitarist, Ed O’Brian, kwam naar een concert in Londen dit jaar. Dat was een hele eer. We hebben een soortement e-mailrelatie ook. Die werkt heel bemoedigend. Hij zegt dat we goed bezig zijn en niet mogen opgeven én dat we nooit lui mogen worden.”

enola: Je kreeg het afgelopen jaar wel meer schouderklopjes uit de professionele muziekwereld. Hoe voelde het om meteen met je debuut genomineerd te worden voor de Mercury Prize?
O’Brien: “Erg surreëel! Ik voelde me de outsider, voelde mij daar totaal niet thuis. Ik kan nog niet met die dingen om en heb niet het gevoel dat dat hoeft. Paul Weller gaf me letterlijk een schouderklopje. Dat was ook nogal surreëel. En dan die rode lopertoestanden… niets voor mij! Maar ik mocht wel een nummer live spelen. Dat was niet moeilijk, dat was gemakkelijk. Het was zelfs grappig om voor al die prominenten “Before you take this song as truth/You should wonder what I’m taking from you” te zingen.” (grijnst)

enola: Je was dus niet ontgoocheld dat je niet gewonnen had?
O’Brien: “Neen! Ik was opgelucht! Dan hoefde ik tenminste niet te speechen. Ook al heb ik het nog nooit gedaan, ik haat het op voorhand. Ik zou gewoon “Oh… thank you” gemompeld hebben en dan keihard weggelopen zijn. Zingen kan ik, praten iets minder.”

enola: Het valt nogal mee. Je zingt vaak over je relatie met publiek, is dat een goede interpretatie?
O’Brien: “Ik denk het. Misschien. (schaterlacht). Een groot aantal nummers zijn gezongen door een personage, maar soms is het nog directer om via een hij/zij-figuur te spreken. Rommelen met identiteit is heerlijk. Zij kan jou zijn of mij en ik dan weer hij, enzovoort. Het verandert ook voortdurend als ik het nummer zing. Op sommige avonden gaat het over mij, andere keren heb ik dan weer Narziss en Goldmund in gedachte, uit het gelijknamige boek van Hermann Hesse, waardoor ik geobsedeerd was toen ik dit album schreef. “Pieces” is dan weer erg direct. Het was een simpel, ontspannen liedje dat ik op een kwartier schreef. Nadien had ik er wel een jaar voor nodig om het op te krikken. Er bestaan acht verschillende demo’s van. Het gaat over letterlijk ziek worden van jezelf, maar ik wilde niet dat het te somber, gedeprimeerd of narcistisch zou klinken. Dus heb ik er wat meer glamour in gestopt, om het wat spannender te maken. Ik stak er een doo wop-piano, wat strijkers en een episch einde met wolvengehuil in. Ergens onder de oppervlakte bevindt zich dus een somber klaaglied, maar ik probeerde dat weg te moffelen. Dat kan een verschrikkelijk slechte beslissing geweest zijn, geen idee.”

enola: Je hebt ontzettend veel getoerd in 2010.
O’Brien: ““Ja! (nerveus lachje) Ik denk dat we ongeveer tweehonderd shows gespeeld hebben. We hebben er nog dertig voor de boeg vóór Kerst. Tot die periode hebben we vier dagen vrij ofzo. Amerika was geweldig. Ik vervulde er mijn Jack Kerouac-fantasie: we reden en reden en bleven maar rijden, van de westkust naar de oostkust en stopten overal om op te treden. We reden dwars door de Californische woestijn, bezochten Texas en speelden headliner shows in San Fransisco en New York. Het was te gek. Het publiek was erg divers, want meestal waren we het voorprogramma van Ra Ra Riot, een leuke indieband, maar hun publiek is jonger dan het onze en bijzonder rumoerig. Alsof ze alleen maar uit waren op pinten pakken en bijbabbelen met een live-groepje mooi meegenomen op de achtergrond. Dat is oké voor ons, maar soms vind ik het lastig als ik merk dat er niet naar de woorden geluisterd wordt. Als je dat niet doet bij ons, is er niks aan, denk ik. Maar in San Fransisco en New York kwamen de mensen speciaal voor ons en speelden we hoe wij dat wilden, zonder compromissen.
In februari gaan we naar Singapore, daarna naar Australië. We blijven toeren, maar op een gematigder tempo, zodat ik wat meer tijd vind om te schrijven. Ik zou graag een volledig jaar ideeën vergaren en op het gemak ons tweede album maken. Heel wat groepen maken de fout hun tweede plaat te overhaasten, wij gaan dat proberen te vermijden.”

{image}enola: Is Villagers een groep met vaste bandleden?
O’Brien: “Momenteel wel, maar ik kan niet voor hen spreken. Ik zou hen nooit dwingen te blijven. Maar voor het ogenblik hangen we erg aan elkaar. We zijn als een disfunctioneel gezin. We spelen ook niet altijd in dezelfde bezetting. In het begin speelde ik alleen met de drummer. Later kwam er een keyboardspeler bij. Nu toeren we met de hele band maar we kunnen ons aanpassen als dat moet.”

enola: In “The Meaning Of A Ritual” zing je: “Like the first time I was moved enough to sing”. Weet je nog wanneer dat was?
O’Brien: “Heel precies zelfs. Ik was vier jaar, een van mijn vroegste jeugdherinneringen. Mijn moeder nam me mee naar de bioscoop. Dat was natuurlijk erg spannend. We gingen naar An American Tail kijken. Als je hem nog niet gezien hebt, moet je ‘m absoluut eens bekijken. Het is geen Disney-film, maar het lijkt er wel op, eigenlijk is het mooier dan Disney. Het gaat over een Russische muizenfamilie die rond 1800 naar Amerika emigreert, omdat ze denkt dat er geen katten in Amerika zijn. Op de boot raakt een van de muizen zoek, opgeslorpt door de zee. De rest van de film gaat over de zoektocht naar zijn familie. Ik herinner me dat ik heel erg moest huilen, maar dat ik niet wilde dat mijn ma dat zag. Uitgerekend gisteren heb ik deze film voor het eerst sinds toen herbekeken. Met de groep, in de toerbus. Vijf volwassen mannen stiekem aan het huilen in een rijdende bus. Aardig beeld! (lacht) Als kleuter was ik dus geobsedeerd door de liedjes van die film, die ik op de duur helemaal vanbuiten kende. Al snel had ik het gevoel dat ik wel muzikaal was, dat me dat beter af kon dan rekenen ofzo.”

enola: Ben je meteen muzikant geworden?
O’Brien: “Neen, ik heb gewerkt als ober en als bankbediende. Ik heb Engels-sociologie gestudeerd, waar ik erg dankbaar voor ben. In die periode las ik veel mooie boeken in een mooie bibliotheek.”

enola: Wanneer je je teksten leest, lijk je inderdaad zelf een grote lezer.
O’Brien: “Oh, maar dat is eigenlijk niet zo. Ik heb vrienden die heel wat meer lezen. Ik ben een trage lezer. Ik lees twee à drie bladzijden en herlees ze dan. Al mijn boeken hebben ezelsoren. Een groot ezelsoor functioneert als bladwijzer. Een kleintje betekent dat er een zin op die betreffende bladzijde staat die ik moet herlezen om hem nadien te noteren in mijn notaboekje. Maar op dit moment heb ik daar dus geen tijd voor. In januari heb ik een maand vrij. Dan blijf ik thuis om te lezen en te schrijven.”

enola: Wat is de bedoeling van het abrupte einde na openingsnummer “I Saw The Dead”?
O’Brien: “Op de demo vaagt het einde uit, maar ik wilde het effect van een dichtslaande deur. Dat werkt in combinatie met de tekst, die grotesk en fysiek gewelddadig is. “I Saw The Dead” is niet per toeval het openingsnummer. Het eerste nummer moest zwaar op de hand zijn opdat je gemakkelijker overgeheveld wordt naar dromenland in de volgende nummers. Van de dood en de kak naar de mooie dingen des levens.”

enola: Nochtans zijn de latere thema’s erg confronterend. Het lijkt alsof je glas altijd halfleeg is in plaats van halfvol.
O’Brien: (gniffelt, denkt na) “Misschien. (denkt nog wat na). Ja, misschien. Je kan niet controleren waarover je schrijft, alleen hoe je het presenteert en arrangeert heb je in de hand. Maar de woorden… ze brengen me soms in verlegenheid, omdat ik niet altijd wil neerschrijven wat ik schrijf. Het is als een studiemeester die een speelplaats moet bewaken. Ofwel focus je op de pesters ofwel op de kinderen die gepest worden. Ik vermoed dat ik vooral bezig ben met die laatste groep. “For the cowards in the corner who just don’t know what they’re worth”, voor hen wil ik zingen. Songs zijn een forum waarop je dingen post waarover je het nooit in het echte leven zou hebben. Je zegt niet zomaar tegen iemand die naast je in de bus komt zitten: “Hey! My love is selfish! And I bet that yours is too?” (schaterlacht) Nummers zijn een brug tussen werkelijkheid en fantasie. Ik ben niet helemaal depressief ofzo. Het is een beetje mijn job. De nummers die ik nu schrijf gaan over geboorte en de natuur. Waarschijnlijk wordt de tweede plaat een heel ander album.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =