DIT WAS 2010 :: Tame Impala :: ”Eenzaamheid inspireert mij”

De hele maand december blikt goddeau.com terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2010. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Als er één iemand 2010 heeft gekleurd is het Kevin Parker van Tame Impala wel. De Aussi is ongetwijfeld de hipste copycat van het jaar, want Parker – dé reïncarnatie van John Lennon – smijt een hallucinante zang, psychedelica, The Beatles en heerlijke gitaarriffs à la Cream in de blender. Innerspeaker is de LSD-trip die u nodig hebt om de winter door te komen.

enola: Van jongs af aan ben je al bezig met muziek.
Kevin Parker: “Op twaalfjarige leeftijd begon ik in mijn slaapkamer te experimenteren met een oude stereo. Ik had twee kanalen waarmee ik kon opnemen. Eerst drumde ik, en daarna voegde ik er een keyboard aan toe. Je kan het moeilijk echte liedjes noemen, maar het waren wel mijn eerste stappen in het opnameproces.”

enola: De doorsnee twaalfjarige speelt na de schooluren met zijn vriendjes, jij duidelijk niet.
Parker: “Ik had helemaal geen vrienden. (schatert) Dat was ook het moment dat ik van een arme buurt, naar de andere kant van de stad verhuisde, waar alle rijken woonden. Ik kende er niemand, maar het interesseerde mij ook niet, de meeste kinderen waren toch allemaal snobs. Ik was het buitenbeentje, de enige die écht naar muziek luisterde. Dat bleef zo tot enkele jaren op de secundaire school, daarna leerde ik mensen kennen met dezelfde interesses als ik.”

enola: Naar welke muziek luisterde je destijds?
Parker: “Zoals elke jongere begon het met Nirvana, verder luisterde ik veel naar Korn en The Smashing Pumpkins. Het hardere werk dus, eigenlijk het tegenovergestelde van de muziek die ik toen speelde. Ik was een jonge drummer die doodgraag liedjes wilde maken. Ik nam drumloops op en later voegde ik er simpele gitaar- en keyboardelementen aan toe. Het was aftasten tot er een nieuwe wereld openging door mij twee oudere broers. Zij leerden mij een band als Cypress Hill of Jimi Hendrix kennen.”

enola: Hoe belangrijk was jouw familie op muzikaal vlak?
Parker: “Vooral mijn vader heeft later een grote rol gespeeld. Op mijn zestiende heeft hij mij een 8-sporencassette gegeven waarmee ik makkelijker kon opnemen. Tot dan werkte ik met een oud computerprogramma dat constant bleef steken, dus het werd tijd dat ik iets beter kreeg. Het leuke is dat ik tegenwoordig nog steeds een gelijkaardige recorder gebruik. Mijn vader was op alle vlakken belangrijk. Ik heb bijvoorbeeld gitaar leren spelen door mijn vader. Hij speelde alle gitaarsolo’s van The Shadows, terwijl ik de begeleidende akkoorden speelde. Het was saai, maar ik leerde beter en beter gitaar spelen. Op zich vond ik het al geweldig dat ik plots gitaar speelde.”

enola: Het valt op dat je vanaf je tienerjaren heel zelfstandig te werk ging.
Parker: “Ik ben altijd een eenling geweest. Tame Impala is mijn soloproject; ik heb het album op mijn eentje opgenomen, maar je moet niet vergeten dat er een band achter mij staat. Aanvankelijk zat ik bij The Dee Dee Drums, mijn vorige band. Tame Impala was slechts het kleine broertje. Maar het is een luxe om alles zelf te kunnen doen, vandaar dat ik met dit project ben doorgegaan. Wanneer je alle instrumenten een beetje onder de knie hebt, kan je heel duidelijk voor jezelf uitmaken hoe een liedje zal klinken. Ik kán samenwerken met andere muzikanten, daar lag het probleem niet. Het is echter makkelijker om op je eentje iets perfect te maken, er zijn geen andere partijen met verschillende ideeën die zich moeien tijdens het schrijfproces.”

enola: Was het een doel op zich om een soloalbum te maken?
Parker: (twijfelt) “Eigenlijk niet. Ik schreef al jaren op mijn eentje, en ik heb nooit de intentie gehad om al die liedjes op een album te zetten. Ik was best tevreden over mijn werk omdat het klonk zoals ik dat wilde. Toen de platenfirma kwam aankloppen heb ik meteen gezegd dat ik het liefst alleen wilde verder werken. Het zou trouwens leuk zijn mocht ik voor de tweede plaat op dezelfde manier te werk gaan. De laatste tijd heb ik echter al een paar liedjes geschreven met Jay (Watson, drums, elv), en dat gaat best goed.”

enola: Hoe reageren de groepsleden op het feit dat ze naar de achtergrond worden verdrongen?
Parker: “Op tour trekken ze zich er niet echt veel van aan, hoewel ik moet zeggen dat we na een tijdje op elkaars zenuwen beginnen te werken. Het is belangrijk dat je weet dat de andere groepsleden hun eigen bands hebben. Eigenlijk zijn wij één grote familie; ik speel bijvoorbeeld drums bij de band van Jay en Nick (Allbrook, bas, elv), we springen altijd bij elkaar in. Net zoals zij mij helpen met Tame Impala.”

enola: Sluit je jezelf niet te hard op in een eigen wereld?
Parker: “Ik ben het gewend om altijd alleen te zijn. Het klopt wel dat je na een tijdje behoorlijk psychotisch kan worden. Maar in mijn geval haal ik mijn inspiratie in die eenzaamheid. Ik kan dagen alleen zijn, al moet ik toegeven dat je op een gegeven moment tegen jezelf begint te praten. In het begin loste ik soms een woord of een kreet. Dat was al best eng, en het werd alleen erger. Na een tijdje zat ik conversaties met mezelf te voeren. It’s pretty weird, maar ik haal er wel mijn inspiratie en gezond verstand uit.”

enola: Hoe hard hoopte je op een doorbraak met Tame Impala?
enola: “Ik had geen doel vooropgesteld. Muziek is een soort van therapie voor mij. In die zin dat wanneer ik een song afwerk of naar mijn album luister het mij echt gelukkig maakt. Het klinkt misschien heel vaag, maar muziek is echt het enige waaraan ik mij kan optrekken. Iets in mij zegt dat ik muziek moet blijven maken, gewoon omdat ik het al heel mijn leven doe.”

enola: Je zei daarnet dat alles tot in de puntjes moet kloppen. Hoe begint een controlefreak aan een nummer?
Parker: “Het begint altijd met een melodie van twintig seconden in mijn hoofd. Als ik na een dag nog steeds aan diezelfde melodie denk, weet ik dat het goed zit. In de meeste gevallen neem ik dan een demo op. Tegenwoordig spreek ik bepaalde tonen en melodieën in op mijn dictafoon. (haalt dictafoon boven) Hoor je het? Het klinkt heel simpel, en jij kan er als journalist geen liedje op plakken, maar ik weet perfect hoe het zal klinken. Nu en dan voeg ik verschillende melodieën samen. Soms werkt dat wel, maar meestal is de eerste ingeving de beste.”

enola: Is het niet verschrikkelijk om te bepalen wanneer een nummer af is?
Parker: “Ja, ik moet mij echt forceren om niet meer aan een song te sleutelen. Als de platenfirma of buitenwereld geen verwachtingen zou hebben, zou ik de songs nooit volledig afwerken. Het klinkt misschien vreemd, maar wanneer ik een demo van twintig seconde opneem en mij daar goed bij voel, vind ik het best goed zo. Ik ben tevreden over die twintig seconden, en luister constant naar die korte samples. Ik kan nooit voor mezelf uitmaken hoe lang een nummer moet zijn of hoeveel keer het refrein moet terugkeren. Ik haat dat deel van het opnameproces.”

enola: Soms ga je toch tot het uiterste. Onlangs nam je vocals op in het vliegtuig.
Parker: “Ik sta honderd procent achter dat nummer, dus wilde ik er zo snel mogelijk aan werken. Het was een vlucht van Sydney naar Londen, ik zat ongeveer tien uur op het vliegtuig. Ik kan daar toch niet gewoon zitten zonder iets te doen? Het was aanvankelijk de bedoeling om de stem op de luchthaven op te nemen, maar daar had ik uiteindelijk geen tijd voor. Je had mij moeten zien zitten, met mijn laptop tegen het hoofd gedrukt. Geloof mij, iedereen bekeek mij vreemd. Misschien vonden ze het overdreven, maar het klinkt best goed hoor. Met de technologie kan je het achtergrondgeluid wegwerken, en de stem had een leuk effect.”

enola: Ben jij in een bepaalde stemming tijdens het schrijfproces?
Parker: “Neen, het maakt niet uit of ik stoned of ongelukkig bent, de nummers zullen altijd klinken zoals ik wil. Mijn stemming speelt voor de muziek geen rol, bij het schrijven van de teksten dan weer wel. Het woordspel is eigenlijk bijzaak, ze komen sowieso op de tweede plaats. Het zijn losse zinnen die ik in mijn liedjes smijt, maar ik ben het liefst alleen wanneer ik ze schrijf. Gewoon omdat ik dieper moet gaan om een tekst te schrijven waarover ik tevreden ben. De luisteraar moet Tame Impala beoordelen op het geluid, niet op het woordspel. Ik ben de nieuwe Neil Young of Bob Dylan niet hé.”

enola: Ben je de gelijkenis met The Beatles nog niet beu gehoord?
Parker: “Weet je, The Beatles is de eerste band dat ik ooit heb gehoord, maar eigenlijk luister ik er zelden naar. Maar in mijn ogen is het één van de beste popgroepen ooit, dus ergens is het positief dat ze ons met hen vergelijken. Het was echter nooit de bedoeling om een gelijkaardig geluid te creëren, ik denk dat het puur toeval is. Net zoals ze mijn stem met die van John Lennon vergelijken. Dat heeft allemaal te maken met de manier waarop ik mijn eigen stem ben gaan vervormen met echo’s en andere effecten. Ik wou gewoon een dromerige stem bekomen, één die de luisteraar meesleept. Wanneer je al die effecten bij elkaar brengt, ga je automatisch zoals een muzikant van vijftig jaar geleden klinken. Veel mensen denken dat mijn echte stem zo klinkt.”

enola: In welke mate is Tame Impala het afgelopen jaar geëvolueerd?
Parker: “Er is een groot verschil met vroeger toen ik constant alleen was. Nu is er altijd iemand om mij heen, en daar heb ik het soms moeilijk mee. Ik geniet van elk moment dat ik alleen ben, op het toilet of in de douche bijvoorbeeld. (lacht) Eenzaamheid blijft heel belangrijk. Als ik terug thuiskom na een tournee neem ik een paar dagen vrij om op mijn eentje in de buitenwijken van Perth rond te wandelen. Ik heb afkoeling nodig, maar ik doe mijn best om een band te creëren met de mensen die op tournee rond mij leven.”

enola: De shows komen duidelijk op de tweede plaats.
Parker: “Ik verkies de studio, maar touren is even belangrijk. De mensen kopen je cd’s niet meer, ze willen je live zien. Ik speel niet graag live omdat ik heel kwetsbaar ben op die momenten. Het zal trouwens nooit perfect klinken, we proberen een zo goed mogelijke kopie van de cd te spelen. En het heeft niet enkel met jezelf te maken, ook met de situaties waarin we spelen. Er zijn zoveel verschillende aspecten die een liveshow slecht kunnen en maken, dat maakt mij allemaal onzeker. Maar het moet, ik kan moeilijk een jaar in de studio blijven. Het is stresserend omdat je moet bewijzen dat je écht een goed muzikant bent.”

enola: Maar toch geniet je meer van de concerten dan vroeger?
Parker: “Klopt. Ik gebruik geen drugs meer voor de shows en drink veel minder. Het is gewoon een feit dat ik onder invloed van drugs slechter speel. Langs de andere kant is het spijtig, want stoned naar muziek luisteren is het beste dat er is. Het valt mij ook op dat wanneer we geen drugs pakken, we écht streven naar een uitstekende show. Het kan leuk zijn om gedrogeerd te spelen, maar dan sluit je jezelf te veel op in een eigen wereld. Het publiek moet kunnen meegenieten.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 12 =