Einstürzende Neubauten :: 19 november 2010, AB

Dertig jaar plaatslagerij: garage Rik Leyssen uit Bree vierde het, het muzikale collectief Einstürzende Neubauten ook. Na drie decennia muziek maken met alles wat een gemiddelde schroothoop kan opleveren — van autovelgen tot plastieken tonnen — was het in de AB tijd voor een terugblik op de lange weg die de groep sinds haar ontstaan in 1980 heeft afgelegd.

Ze komen immers van ver, Blixa Bargeld, Alexander Hacke en N.U. Unruh. Uit het gespleten Berlijn van 1980, waar de eeuwige dreiging van de koude oorlog voor een soort onverschillige rücksichtlosheid zorgde die zich in muzikaal pioniersschap vertaalde. Alles kon, alles mocht, en dat werd, met een grote dosis waanzin in de ogen, ook uitgeprobeerd: de echo van een kruiphol onder een brug, de gitaarklank in een hok onder een kelder in Hamburg,.. maar vooral het geluid van alle mogelijke metalen en plastieken objecten, die door Unruh tot heuse installaties en nieuwe instrumenten werden verbouwd.

Dat resulteerde in confronterende muziek die het vooral over dood en verval wilde hebben (de groepsnaam betekent niet voor niets “instortende nieuwbouw”) en voortdurend flirtte met chaos en waanzin. Debuut “Kollaps” was bezwaarlijk easy listening te noemen, met zijn dreigend gefluisterde, of manisch geschreeuwde teksten en onophoudelijk hamerende muziek.

Dertig jaar later is het echter niet langer Der Tod, maar Der Blixa die ein Dandy is. In perfect driedelig kostuum dirigeerde hij vrijdag zijn Neubauten door een set die zich slechts zelden in die donkere gebieden waagde. Liever werd van bij de rustige mantra “The Garden” teruggekeken op het laatste anderhalve decennium; niet toevallig de periode dat de huidige bezetting van de groep met gitarist Jochen Arbeit en drummer Rudolf Moser bestaat.

Dat is genoeg om de evolutie te horen van een groep die nooit genoeg lawaai kon maken, naar één die stilte tot sexy bombardeerde. Het volstaat om vast te stellen dat Neubauten door de jaren heen steeds betere, échtere, songs gingen schrijven; minder gevaarlijk, maar intrinsiek sterker. Zo bestaat de helft van de nummers vanavond uit toegankelijke gecroonde nummers als “Nagorny Karabach”, “Place Around The Corner” of “Sabrina”, waarin die ooit zo daverende percussie slechts voor een vaag tikkend en ruisende achtergrond zorgt en uit een doosje al eens een verre wolk strijkers komt gekringeld. Ook “Susej” — Drijvend op een oud gitaarprobeersel “een muzikale dialoog tussen de oude en de jonge Blixa”, dixit Bargeld — houdt het eerder rustig.

Dat is mooi, maar spannender wordt het als Unruh een doffe basdrum slaat uit zijn strak gespannen dikke elastiek, en Bargeld parlando-zingend een gebed prevelt: “mela- mela- melancholia” gaat het in “Die Befindlichkeit Des Landes”. Dan wordt hij dwingend als een hogepriester, kijkt hij gespeeld hautain: “Ach! Publikum!”. Een lang “Die Interimsliebenden” is even later een feest van percussie en ritme, waarvan elke beat, elke pauze, slechts op zijn bevel gebeurt. Op niet meer dan een metalen staaf geeft Unruh een bliksemsnelle, metronomisch precieze solo ten beste; indrukwekkend. “Let’s Do It A Da Da”, zoals het een paar nummers later maar al te terecht klinkt: twee keer Neubauten op zijn meest dansbaar, al kan ook de baardstrijkende culturo zijn hart ophalen aan het spotten van de vele kunstreferenties in dat laatste nummer.

Pas in de bissen ontbinden Einstürzende Neubauten helemaal hun duivels. Met een furieus en oorverdovend luid “Headcleaner” waarin Moser en Unruh ongegeneerd doorhameren, slijpschijf en boormachine van stal mogen — ook dat zijn muziekinstrumenten in deze wereld — en Bargeld die kreet slaakt, waarvan Nick Cave ooit zo treffend zei dat je ze normaal enkel uit gewurgde katten of stervende baby’s krijgt. Het tegengif? “Silence Is Sexy”; een nummer dat het roken van een sigaret (een kruidensigaret sinds Bargeld gestopt is) tot geluid verheft: een tekening waarin de ruimte tussen de lijnen van evenveel belang is als de lijnen zelf.

Neubauten waren vanavond indrukwekkend en een pak spannender dan bij de tamme passage van twee jaar geleden, maar echt dertig jaar werd hier niet gevierd. Veel meer had je het gevoel dat hier draaide om het vijftienjarig bestaan van de huidige bezetting; voor een overzicht van dertig jaar Einstürzende Neubauten kwam de eerste helft daarvan bedroevend weinig aan bod. Laat het het oordeel zijn van een kniesoor die graag nog eens “Feurio!” of “Tanz Debil” had gehoord: Neubauten kunnen er nog wel vijf jaar tegen. Tot een volgende lustrumviering.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =