The Doors :: When You’re Strange

Als The Doors één ding kunnen gebruiken, dan wel een documentaire die de devotie van de fan en de afkeer van de haters schuwt en objectief het hele verhaal brengt. Helaas: The Doors: When You’re Strange is dat niet.

Geen band is immers zó omgeven door mythe en verzinsel als The Doors, en zanger Jim Morrison hielp daar met nogal wat plezier aan mee. Drank, drugs, seks; die cocktail, in wisselende volgorde en hoeveelheden, tot het eindigde met een eerloze dood in een Parijse badkuip en de verhalen het overnamen van de realiteit.

Zo hard is de focus door al die strapatsen verschoven, dat het slechts zelden nog gaat om waar het om zou moeten draaien: de muziek. En ook in When You’re Strange is dat zo. Voor zijn documentaire mocht regisseur Tom DiCillo gebruik maken van al het beeldmateriaal dat over The Doors beschikbaar is, maar hij komt niet verder dan een geïllustreerde voorleessessie van pakweg de Wikipediabiografie van de band. Zelfs verteller Johnny Depp klinkt niet al te geïnteresseerd.

Nochtans was Depp er net bij gehaald omdat een eerste versie, verteld door DiCillo zelf, te monotoon klonk. Maar we begrijpen de man wel; er zijn interessantere dingen dan een weinig boeiende, vaak lachwekkend hoogdravende, biografie voor te lezen. Want DiCillo is een fan, laat dat duidelijk zijn. En dat zijn wij ook, maar dan willen we toch graag een documentaire die iets dieper graaftdan gewoon wat aan elkaar geprate archiefbeelden.

Niet dat er geen waardevol beeldmateriaal op de dvd staat: van de uit de hand gelopen show waar met stoelen werd gegooid, tot die ene in Miami waarna heel Amerika zich van The Doors afkeerde. Het bleek het begin van het einde te zijn: de onstuitbare opmars van de groep wordt gestopt — het is hun eerste grote Amerikaanse tour, maar na het incident zegt stad na stad de geplande optredens af — en Morrison verliest zich verder in alles wat plezant maar niet goed is voor een mens. DiCillo noteert het nauwkeurig, toont er wat beeldjes bij, maar duidt niet. Wat node wordt gemist, zijn interviews — behalve wat oud, nietszeggend materiaal van Morrison — met alle sleutelspelers en getuigen.

Wat DiCillo wel doet: die archiefbeelden doorsnijden met scenes uit HWY: An American Pastoral, een film van Paul Ferrara uit 1969 waarin de zanger een lifter speelt. Het is onduidelijk wat de functie daarvan is, en helemaal chaotisch wordt het als Morrison op een bepaald moment naar een radiobericht over zijn eigen dood — een ingreep van de regisseur, niet authentiek — luistert.

Tussendoor probeert When You’re Strange ook nog iets te zeggen over de tegencultuur in Amerika in de jaren zestig, maar nergens krijg je het gevoel dat dat verhaal ook klopt. The Doors waren verre van een echt politieke band, noch een groep hippies; één van de redenen overigens dat de muziek vandaag nog altijd even vitaal aanvoelt. Natuurlijk hadden ze de vinger aan de pols van de tijd, maar de groep was geen voortrekker van het anti-oorlogsprotest, hoogstens een andere uiting van dezelfde veranderende tijdsgeest.

Uiteindelijk is dat de enige verdienste van deze fluttige hagiografie: het beeldmateriaal blijft geld waard, Morrison een imponerende frontman en de muziek onverslijtbaar. Maar daarvoor kun je net zo goed nog eens The Doors, L.A. Woman of The Soft Parade uit de kast trekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − een =