Herman Brusselmans :: Trager dan de snelheid

"Ik heb helemaal geen zin meer om iets te doen van enige betekenis. Ik hou van de absolute leegte. Die moet, bewaar me, geenszins gevuld worden. Ik loop wat rond, verspreid onzin en nietszeggendheid, lul uit mijn nek, lieg en zeik, en draag een nieuwe alpino op m’’n kop."
Jazeker, de nihilistische madman is terug: na onbeduidende carrières als bibliothecaris in een schimmig ministerie en boekhandelaar is de nu 52-jarige antiheld Louis Tinner rentenier/dichter geworden en zijn plaatijzeren misantropie en onverschilligheid gaan nog steeds volledig in het rood.

Een nieuwe Brusselmans, who cares, denkt u wellicht, die man loost elk jaar minstens twee romans. Normaal gezien had de veelschrijver — voer voor statistici: ’t’ is zijn 52ste boek — 2010 als sabbatjaar ingelast en wilde hij wat meer in het blasé kustplaatsje Knokke vertoeven. Toch werd er naarstig werk gemaakt van Trager dan de snelheid, het derde boek met Louis Tinner in de hoofdrol. De neurotische zonderling kent u uit de cultklassieker De Man die werk vond (1985) — ooit door de Vrij Nederland-recensent treffend omschreven als "een subliem werkje dat, handelend over verveling, geen seconde verveelt!" — en het succulente Nog drie keer slapen en ik word wakker (1998). Tinner is in Trager dan de snelheid a man with a plan: hij wil de dichtbundel "De kameel van Auschwitz" schrijven en zijn vrouw , de succesvolle personal shopper Zoë Konvoie, zeven keer bedriegen, iets wat hij later afzwakt tot vijf keer.

U weet het misschien nog: die andere niets of niemand ontziende Brusselmanscreatie, de vuilbekkende patser Guggenheimer, werd ten grave gedragen na Brusselmans’ akkefietje met de immer zo fake en zielloze modewereld. Maar ook de fulminerende en sarcastische Louis Tinner, politiek incorrect in het kwadraat, is nog steeds een man die vastzit in zijn eigen werkelijkheid en de andere personages staan meer dan 200 bladzijden lang volledig ten dienste van een even briljante als afstotelijke hoofdfiguur: hij zet het op een weldadig potje bullshitten met zijn medemens, in zijn ogen bijna zonder uitzondering overtollige proleten, schoffeert onomwonden cafébazen, tooghangers en winkelbedienden in kolderieke gesprekken en uitweidingené, grossiert in originele scheldwoorden (zo heeft Joke Schauvliege "een smoel om peuken op uit te duwen"), stelt van de pot gerukte vragen ("Zou jij in je memoires cappuccino met twee of met drie c’s schrijven?") en houdt dadaïstische monologen. Bij gelegenheid houden angstbuien hem in de ban: de gedachte aan homoseksuele handelingen brengt hem kortstondig op de rand van hyperventileren. De biotoop van Brusselmans is zoals steeds beperkt: Tinner kuiert en klaploopt, aan zijn pijp lurkend met een alpinopet op het hoofd, door Gent, gaat met zijn schoonmoeder van bil in Assenede en leest voor op een literaire avond in Waarschoot. Hij mijmert over het verwoestijnviste medialandschap, Hugo Claus, moslims, de aardbeving in Haïti , concentratiekampen, rimmen, topvijflijstjes, Lady Gaga, Roland Janssen en een bruine streep in de onderbroek. De neerslachtigheid van De man die werk vond mag dan wel grotendeels verdwenen zijn, de lezer wordt meegezogen in een draaikolk van pakkende nostalgie, eenzaamheid, nihilisme, betekenisloze seks, slopend ennui en vlijmscherp cynisme over de existentiële lamlendigheid en overbodigheid.

Nadruk op wreedheid en ontreddering en de verpletterende onmogelijkheid tot echte communicatie dus, maar zoals zelfs de ethiek van de zwartgallige Schopenhauer op medelijden stoelt, zo kent ook Trager dan de snelheid momenten van enig evenwicht en mededogen, of het nu de gedachte aan Yanina Wickmayer (die hij een brief wil schrijven met de vraag om "even met zijn roede te slingeren") of de aanwezigheid van Eva, het liefje van zijn zoon, betreft.

De inmiddels middle-aged Mooie Jonge Oppergod van de Vlaamse Letteren zal zijn kunstjes nooit verleren en de ervaren Brusselmanslezer kent uiteraard de trukendoos van de meester. Natuurlijk, Tinners tirades en zijn woordenbrij stuiteren alle kanten uit en zijn soms best vermoeiend, maar het schaterlachen is een plus. Van enige plot is, naar goede gewoonte, geen sprake maar de cadans van de zinnen zit perfect en Brusselmans overdondert als vanouds met zijn enorme taalrijkdom. Trager dan de snelheid is een Brusselmansboek zonder inzinking en met een vaart strakker dan de broeksriem van Bart De Wever. De slagkracht en het verrassingselement van de eerste twee Tinnerromans mogen dan wel wat aan kracht hebben ingeboet, het laatste deel van het drieluik is een blij weerzien met de Frits van Egters from hell.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =