PUKKELPOP 2010 :: Main Stage, zaterdag 21 augustus

Een laatste dagje Main Stage? Vooruit dan maar. Hier is het uiteindelijk dat straks het feest zal plaatsvinden, die zo grote verrassing die er uiteindelijk nauwelijks een zal blijken. Maar eerst is er een prettig weerzien met oude bekenden.

“Good Morning”, zo begroet Tim Wheeler van het Noordierse Ash ons iets na Een. Veertien jaar geleden stond de groep hier ook al, en vandaag hebben de drie oorspronkelijke leden, aangevuld met gitarist Russell Lissack van Bloc Party, er duidelijk weer evenveel zin in. Wat volgt is een dozijn okselfrisse, punky popsongs — met als uitschieter het klassieke “Girl From Mars” — waartussen een nieuw nummer als “Arcadia” niet verbleekt. Afgesloten wordt er met de oude kraker “Burn Baby Burn”. Charmant dagbegin. En avant!.

Onvoorstelbaar daarna hoeveel progressie Selah Sue het laatste jaar heeft gemaakt. De jonge Leefdaalse neemt de Main Stage in met een podiumvastheid die ver voorbij haar jaren en ervaring ligt, en pakt de wei ervoor in met een overtuigende prestatie. Goed, ze mekkert soms als een geitje, maar omringd door een puike band, en met gedreven voordracht, maakt ze toch geen slechte indruk, zelfs al heb je al eens de indruk dat het allemaal wat aan de oppervlakte blijft. Of ze de ongelofelijke hype zal waard blijken, moet haar nog te verschijnen debuut bewijzen, maar dit optreden was alvast een argument pro.

System Of A Down wordt ten onrechte wel eens bestempeld als nu-metal terwijl de band meer gemeen heeft met een Mars Volta op speed dan met de puberrebellie van pakweg Limp Bizkit. Nu de band voor onbepaalde tijd in het vriesvak zit, kiest frontman Serj Tankian voluit voor de solocarrière. Jammer genoeg loopt hij zonder zijn kompanen duidelijk verloren. Het witte pak en meegebrachte strijkerensemble kunnen niet verhullen dat de man niets relevants te zeggen heeft en
ongeïnspireerde stadionrock brengt. Het politieke engagement is er ongetwijfeld nog steeds, maar een boodschap die niet sexy gebracht wordt, bereikt zijn publiek niet.

Tijd voor rock voor oude venten met een dreigende midlife crisis. The National dus, dat van de sluipende twijfel van de thirtysomething zijn unique selling proposition heeft gemaakt. Duister en intens, staat het wat misplaatst op een nog in hel daglicht badende Main Stage, maar de band ontgoochelt niet. Matt Berninger is opnieuw zijn woelige zelf, terwijl de band rond hem de teugels strak in de handen houdt. Naarmate de frontman zijn wijn consumeert, groeit ook de intensiteit, gaan zijn occasionele schreeuwen dieper, en “Abel” en “Mr. November” zijn dan ook indrukwekkend. Maar het is het statige, op onrustige drums drijvende “Fake Empires” dat de triomf bevestigt. Hier is een grote groep geboren.

En dan de bekroning van twaalf jaar keihard tekeer gaan: Queens Of The Stone Age headlinen op de Main Stage na een relatieve stilte van enkele jaren. Onze dronken vriend Josh en zijn kompanen hebben echter niet veel moeite nodig om te bewijzen dat ze hun hoge stek op de affiche meer dan verdiend hebben. Vanaf de eerste baslijn van opener “Feel Good Hit Of The Summer” tot de laatste mokerslag van “Song For The Dead” (zagen we daar een decibelmeter donkerrood kleuren?): de Queens weten beter dan wie ook hoe je enkele tienduizenden doet platgaan voor retestrakke, beenharde gitaarrock.

Waarna 2ManyDJ’s als toetje de wei nog even aan het dansen mogen brengen. Bijna anderhalf uur lang geven de Dewaele broertjes, met de ondertussen vertrouwde geanimeerde platenhoezen, het publiek een muzikale snelcursus. Van Chemical Brothers over KLF langs, jawel, “Me wuf is weg” van Kamiel tot een fel meegezongen MGMT, om uiteindelijk met Joy Divisions “Love Will Tear Us Apart” het licht uit te doen op de Main Stage met een confettiregen zoals we er nog nooit een zagen.

Het is geen act waarvoor je speciaal naar dit podium zou afzakken, maar voor wie in de buurt was, was het een feestelijk einde van een zeer intense Pukkelpop. En dat tekent een beetje deze editie. De headliners waren er wel, maar het waren niet de namen die er toe deden. Ook Snow Patrol en Placebo zijn van het soort acts die je meepikt omdat je niets anders op je lijstje hebt staan, geen namen waarvoor je Pukkelpop in je agenda aankruist. Die had Pukkelpop niet, of het zou Iron Maiden moeten zijn — en curiosum, maar wel een met status. De geruchten waren niet waar, maar ze hadden wel gelijk: hier hád een Gorillaz moeten staan, bijvoorbeeld.

Maar misschien moet een mens meer en meer de Main Stage op Pukkelpop tussen haakjes zetten. Waar het gebeurt, ook deze keer weer, is in de tenten. Waar Jónsi overrompelde, Kele bewees dat Bloc Party echt wel iets helemaal anders was, en Flaming Lips een toekomst vonden, terwijl jonge beloften als Local Natives of School Is Cool hun veroveringstocht inzetten. Het is in deze supermarkt gewoon zaak de juiste schappen op te zoeken, en op tijd weer weg te zijn.

Vuurwerk volgt en Luc Janssen laat iedereen Pukkelpop nog eens een gelukkige verjaardag toezingen. Zo gaat dat dan. Ook op een festival dat zijn grootste trauma’s in vijfentwintig jaar moest beleven. Want Pukkelpop 2010 was te fijn om alleen maar herinnerd te worden als “dat met de twee doden”.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + veertien =