PUKKELPOP 2010 :: Main Stage, vrijdag 20 augustus

De line-up van de Main Stage op Dag Twee was er eentje van ratjetoe. Van onnozele poptrien en vleermuizen over moerasrock naar belachelijke rock om af te sluiten met wijvenrock: er was geen lijn in te trekken. Goddeau zond dus een wisselend panel kenners uit om ergens ter hoogte van de linker geluidstoren post te vatten.

Eerste aan de beurt om de wacht op te trekken: (mlv), die al meteen behoorlijk nijdig wordt van Kate Nash. “Ze denkt het vrouwelijke geslacht wellicht een grote dienst te bewijzen met haar ‘geëmancipeerde’ liedjes. Wel, ik heb een boodschap voor Kate Nash: alles waarover je zingt en hoe je dat doet is het tegenovergestelde van wat en hoe een vrouw wil zijn. Het is alles waar een man op afknapt”, komt ze briesend terug. “Of denk je echt dat het ongelooflijk cool is hysterisch te schreeuwen, vijf scheldwoorden per zin te gebruiken en op te sommen wat je haat (een term die je na je twintigste toch ook maar karig dient te gebruiken)? Is dat emancipatie? En die make-up, wiens tip was dat?” De redster van het zwakke geslacht lijkt zelf anders wel in opperbeste stemming. Toch houden we het na een stuk of vier springerige popnummers voor bekeken, op zoek naar middageten. U mag raden hoeveel een kebab hier kost: vijf bonnen van 2,50€! Is dit Noorwegen misschien?

Wissel van de wacht; (mvs) van corvee, want het is make or breaktime voor White Lies. Wordt het handvol goeie singles van debuut To Lose My Life… aangevuld met sterk nieuw werk, of wenkt nu al de vergetelheid? Het blijkt het eerste. De groep is het Joy Divisionstadium ondertussen ontgroeid en heeft de zwarte dresscode losgelaten. We willen maar zeggen: er is evolutie. Ook muzikaal staat de groep duidelijk op steviger benen dan vorig jaar in Werchter, en dus worden vol vertrouwen nieuwe nummers gelost.

Goed, singles als “To Lose My Life”, een niet kapot te krijgen “Unfinished Business” of “Death” steken er nog altijd met kop en schouders boven uit, maar we hoorden — mits wat schaafwerk — zeker twee potentiële singles. Slechts een euvel lijkt ons momenteel echt gevaarlijk voor White Lies, en dat is het absolute gebrek aan charisma. Wie graag uitpakt met theatrale nummers en een vleugje drama, moet ook de frontman hebben die dat kan dragen. Harry McVeigh is dat vooralsnog niet, maar er zit beterschap in: tijdens “E.S.T.” toonde hij al meer zin voor breed gebaar dan we bij vorige passages zagen.

Wie Eels voor zijn hoofdpodium boekt, weet wat hij mag verwachten: stevige southern rock die in de verste verte niets te maken heeft met intimistische parels als Electro-Shock Blues of het recentere Blinking Lights And Other Revelations. Neen, de norm ligt dan op de wat banale rock van Souljacker uit 2002. Vandaag werkt dat in twee richtingen. Wanneer E probeert om de rustige nummers uit recente platen — laat u niets wijsmaken door journalist geworden fans: ze zijn niet meer essentieel — End Times of Hombre Lobo potig te maken, faalt dat gigantisch, maar bij een graai uit dat stevige Souljacker blijken “Dog Faced Boy” of “Souljacker Part I” nog altijd te rocken als de beesten. Ook een op een “Twist And Shout/La Bamba”-achtig ritme verbouwd “Mr. E.’s Beautiful Blues” mag er wezen. Maar het is niet voldoende. We zien onze E liefst van al in de meer rustige sferen.

Eerlijk? We weten over Limp Bizkit zelfs geen grap meer te verzinnen. De grote Fred Durstshow is vandaag, op ‘s mans verjaardag, nog een tikje pathetischer dan gewoonlijk, de puberale stoerdoenerij nog iets zieliger. Kunnen we afspreken dat we vanaf nu gewoon doen alsof Limp Bizkit niet bestaat en er gewoon niet meer over praten? Toe?

Ondertussen heeft The Prodigy inmiddels de bodem uit het vat testosteron gestampt; knallend hard is het, maar toch net allemaal iets te routineus in vergelijking met de set op Rock Werchter vorig jaar. De setlist is dan ook geen verrassing: véél Invaders Must Die en verder de te verwachten hits, inclusief het ”Everybody get down”-moment tijdens “Smack My Bitch Up”. Leuk voor wie de stresserende werkweek uit zijn kleren wil springen, maar één Belgische festivalpassage per jaar is wel ruim voldoende.

Even waren we deze ochtend aan de ingang bang dat we bij het grondige onderzoek van ons hebben en houden ook onze teelballen zouden moeten afgeven. We mochten ze gelukkig bijhouden, en dat is slecht nieuws voor Snow Patrol. Sorry, Gary Lightbody, het zal ook dit jaar weer niet lukken. Wij passen, en sluiten deze Dag Twee af met het trieste nieuws over Charles Haddon van Où Est Le Swimming Pool en een wat mistroostige pint op het persterras.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − elf =