Lokerse Feesten :: Babyshambles + Paul Weller + The Horrors


Lokerse Feesten, Lokeren, 7 augustus 2010

Terwijl overal te lande de duiveltjes in de hel zich vrolijk
maakten om hun kermisspel van regen en zon, hielden de
gelegenheidsduiveltjes van de Lokerse Feesten het verbazend droog.
En het publiek van de voorlaatste avond van die Lokerse Feesten was
duidelijk van plan zich, met een frisse bries in het aangezicht,
over te geven aan sociaal gekonkelfoes, loom hangen, pintjes en
paardenworsten.

Een combinatie die perfect werkt met muzak op de achtergrond, maar
eentje die nefast is voor de haast apocalyptische duisternis die
The Horrors plegen mee te nemen. Faris Badwan, met
de eeuwige tragische blik in de ogen en een kapsel dat vervaarlijk
dicht aanleunde bij dat van Alex Turner, leek het niet te deren.
Hoewel bij hem nooit een onderscheid te maken valt tussen
basisgelaatsuitdrukkingen als boos of blij. De enige die echt
altijd klaar staat om er een jolly good evening van te
maken op het podium, is de bassist, die bij elk nummer een zwierige
heupzwaai tevoorschijn wist te toveren als stond hij met The
Beatles “love me do” te zingen in een 60’s
televisieshow.

The Horrors brachten, ondanks de rampzalig luid doorklinkende drums
en bas aan het begin, in wezen een strakke set zoals het hen
betaamt, met ‘I only think of you’, ‘Three Decades’, ‘Scarlet
Field’ en aan het wild om zich heen zwiepende staartje zat ook nog
eens ‘Sea Within a Sea’. De van regen zwangere, donkere wolk kregen
ze er op bestelling bij.

Maar het leek simpelweg niet door de eerste tien rijen mensen te
dringen. Niet geheel onbegrijpelijk natuurlijk want met hun Joy
Divison-sound (vergeef ons de eeuwige vergelijking, Faris) kunnen
The Horros bezwaarlijk een toegankelijke en in daglicht goed
gedijende band genoemd worden. Bovendien werkte de combinatie van
keuvelende mensen, drammende, donkere muziek, sms’jes van de
allures “I love you, bolleke” die voorbij zoefden over de sms-wall,
wel heel erg surrealistisch. Laat ze de volgende keer dezelfde set
meenemen en steek ze in een donker hol ergens onder het podium en
je hebt een topavond.

Volgde het meest decadente voorprogramma dat Babyshambles zich in
jaren zal kunnen veroorloven. Het zilvergrijze haar van
Paul Weller, steevast gegoten in hetzelfde kapsel
dat ook Oasis inspireerde, verscheen namelijk op het podium, klaar
voor een kwieke avond. Hij was voorzien van een jonge, viriele
achterban en liet zich flankeren door de oudere garde, om zichzelf
als de perfect blend af te schilderen.

Na een droge begroeting volgde ‘Sea Spray’ uit het album ’22
Dreams’, om meteen in te pikken met ‘Moonshine’ en ‘Wake up the
Nation’, nummers uit zijn jubelend onthaalde laatste album.

De set kabbelde rustig verder en plukte weelderig uit de jaren van
The Style Council (‘Shout to the Top’) en The Jam (‘Pretty Green’,
‘Push it along’,…), maar Weller kon het volledige publiek pas
echt in extase krijgen toen hij letterlijk verdween achter de piano
om het wispelturige ‘Trees’ in te zetten en het bijna naadloos te
laten overvloeien in het door verliefde koppels steevast gesmaakte
‘You Do Something to Me’.

Weller bedankte zijn “amazing” publiek, maar zijn
50-jarige ogen leken niet verder te kunnen of willen kijken dan de
PA-toren, want daar stonden heel wat mensen die het maar niet leken
te begrijpen wat deze man ooit gedaan had om zo’n grootheid te
worden. Allen kennen zijn naam, weinigen weten echt wat het inhoudt
en werden door de degelijke, maar soms weinig inspirerende set van
Weller, niet meegesleept.

De meest besproken indiefiguur van de laatste jaren liet zich tot
groot jolijt van het jonge grut dat massaal getooid met hoeden was
komen opdagen, gezond en wel opmerken op de Lokerse Feesten. Pete
Dorhety en zijn Babyshambles lieten er geen gras
over groeien en gooiden meteen ‘Delivery’ te grabbel.

Doherty begroette het publiek in het Duits en later op de avond
mocht hij nog eens bewijzen dat hij de taal machtig is toen hij een
klein meisje het podium liet ophijsen en haar vroeg “Kannst du
singen?
“. Het arme kind kreeg een micro in haar handen geduwd,
maar begreep de vraag tot zingen niet helemaal. Zelfs een
Parlez-vous français” en een poging tot het aanheffen van
‘Stille nacht’ mochten niet baten. Ze liet het zingen over aan
Dohrety zelf die ondertussen zijn colbert had uitgedaan en rondliep
in een truitje waar zelfs Right Said Fred nog jaloers van zou
worden.

Naast muzikale Babyshambles-hoogtepunten, bleek Pete zelf ook
gebrand te zijn om voor de nodige sfeer te zorgen. Niet alleen door
zijn vaderlijke gevoelens naar boven te laten komen, maar ook door
eens grondig te rochelen op een frisbee die hem toegeworpen werd om
het kleinood daarna uiteraard terug het publiek in te keilen. Ook
zijn gitarist werd ondersteboven op Pete’s schouders gehesen en
spelend en zingend legden ze een stukje af tot aan het drumstel,
waar de man terug op met beide voeten op de grond werd gezet.

De champagne vloeide behoorlijk en Dorhety lanterfantte graag wat
tussen de nummers door, maar met ‘Down in Albion’, ‘Baddie’s
Boogie’ en ‘Carry on up in the Morning’ op de setlist, mag er
gerust al eens de tijd tot opwarmen genomen worden.

Tijdens de grande finale wisten ze ‘Pipe Down’ nog tussen
twee Libertines songs te persen: ‘What Katie Did’ en ‘Fuck
Forever’. Hoewel The Libertines nog altijd Pete’s grote liefde
lijkt te zijn, heeft hij het speelplezier ook in Babyshambles
hervonden. Om de rock-‘n-roller in zichzelf toch nog te laten
spreken, gooide hij als laatste wapenfeit nog met alle geweld zijn
microfoon het publiek in. Een stuiptrekkend gebrom wuifde de heren
uit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − vijf =