Neurotic Deathfest :: 30 april 2010, 013 Tilburg

Twee weken na Roadburn keerden we voor een dag terug naar de Tilburgse concerttempel om de andere kant van de heavy medaille aan den lijve te ondervinden. Hoewel de verschillen tussen beide festivals voor buitenstaanders waarschijnlijk verwaarloosbaar zijn, vormde Neurotic Deathfest (dat volledig in het teken van extreme metal en hardcore staat) bijna de tegenpool van Roadburn.

Naast het opgefokte, soms wat agressieve sfeertje (hier duidelijk geen volk dat zich een paar dagen kwam onderdompelen in muziek, maar losgeslagen grut dat vastbesloten was om dekeet op z’n kop te zetten) dat bij metalfestivals hoort, waren er ook wat andere opmerkelijke verschillen. Het eten was typische festivalkost (broodje frikandel/kroket, etc.), zuipen kon altijd en overal, liters bier werden de lucht in gekatapulteerd en zo nauw kwam het helemaal niet met het uurschema. Je probeert bijvoorbeeld na te gaan of de hype rond de deathcore van Annotations Of An Autopsy terecht is en dan krijg je plots een andere band voor je neus, die zelfs daags na het gebeuren niet op de festivalsite terug te vinden is. Gelukkig vielen er nog een paar fijne concerten mee te pikken.

De eerste band die we te zien kregen was het sympathieke Benediction, opgericht in de gloriejaren van de vroege death metal, vooral bekend als “de band waar het voor Barney Greenway (Napalm Death) begon” en een mooi voorbeeld van de mentaliteit van arbeidersstad Birmingham. Hier dus weinig flash, kolder over Satan of gedoe met wijd gespreide benen, maar onpretentieuze, old school thrash en death metal. Doorgaans waren de songs kort en krachtig, met aardig wat fikse tempoversnellingen en hier en daar voorzichtig geflirt met hardcore. Weinig vernieuwend of opmerkelijk dus, maar onder leiding van frontman Dave Hunt is dit het soort hardwerkende band dat vermoedelijk nog een tijdje mee kan draaien in het festivalcircuit.

Annotations Of An Autopsy (die tekenden voor een van de beste namen van de tweedaagse) werd in laatste instantie vervangen door het Nederlandse Severe Torture, dat onder het motto “de pit is de shit” de kleine zaal wilde pletwalsen met hondsbrutale riffs, onverantwoord veel decibels en de monotone gorgelzang van kaalkop Dennis Schreurs. Het vijftal, dat momenteel onder de hoede is van het roemruchte Earache Records, pakte uit met oud en nieuw werk, dat retestrak zat en vrij enthousiast onthaald werd. Qua marketing valt er echter nog een en ander te leren, want als een goede ziel ons niet had verteld wie er stond te spelen, dan hadden we dat na de korte set nog niet geweten.

Belphegor liet vervolgens op het hoofdpodium zien hoe snel de link gelegd kan worden tussen metal en Aalst carnaval. Werkelijk alle attributen waren aanwezig, van een varkenskop (!) op een spies, tot nepbloed, kogelriemen, leren broeken, rondvliegende fluimen, een masker waar nagels uit staken, moon boots waar Neil Armstrong jaloers op zou zijn en teksten waar geen bal van te begrijpen viel, behalve dat De Gehoornde er nu en dan in ter sprake werd gebracht. De band wordt doorgaans ondergebracht onder de blackened death metal, een term die de lading volledig dekt. Visueel het theatrale carnaval van black metal, maar qua sound vooral death metal. Belphegor was zeer fout en onnozel, maar eigenlijk ook best genietbaar. Het kon misschien nog iets worden met deze eerste festivaldag.

De verrassing van de dag kwam van Six Feet Under, een Amerikaanse death metalband rond zanger Chris Barnes (ex-Cannibal Corpse) en gitarist Allen West (ex-Obituary). Hoog volk uit de befaamde Floridascene dus, maar eigenlijk amper te vergelijken met hun vroegere bands. In tegenstelling tot de meeste andere bands in het genre, die vooral de nadruk leggen op speltechniek, complexiteit en snelheid, gaat het met Six Feet Under doorgaans de midtempotoer op, met — en vooral dat is mooi meegenomen — een nadruk op groove. Hun loodzware death metal neigt daardoor soms naar stoner/doom, wat er dan ook voor zorgde dat de kopjes voor het eerst massaal op een neer gingen.

Barnes, die vijf kilo dreadlocks meetorst, is bovendien een imposante frontman, met een waanzinnig diepe grunt, die hij afwisselt met een intrigerend hoge krijs, die klinkt als een scheidsrechtersfluitje. Het moment waarop de man “SCREAM LIKE YOU’RE DECAYING” brulde, dat prompt gevolgd werd door het publiek dat als een man de daad bij het woord voegde, zorgde meteen voor het eerste kippenvelmoment van de dag. Six Feet Under was ook de eerste band die (terecht) mocht bissen, al was die loodzware versie van AC/DC’s “T.N.T.” echt wel wat te lomp.

De bom waar we op zaten te wachten kwam dan weer van Napalm Death. Van wie anders? De performance die deze band liet kijken was van een magistraal kaliber. Drie kwartier ononderbroken kippenvel. Hier geen pose, geen gedoe met backdrops, omhooggestoken vingertjes en ketchup, maar ziedende, politieke grindcore met een fikse metalscheut. Was de sound aanvankelijk wat dunnetjes, dan kreeg die snel meer spieren, waarbij de noisy gitaarpartijen van Mitch Harris in mooi contrast stonden tot de drumfusillades van Danny Herrera. Boegbeeld van de band blijft natuurlijk Barney Greenway, nog steeds die bloke van bij de buren.

Woest rondstampend, compleet naast het ritme dansend en nog steeds gezegend met een van de meest herkenbare brulstemmen uit de scene, leidt de man z’n band als geen ander. Hij pakte uit met songs uit het recente Time Waits For No Slave, maar natuurlijk volgde ook een greep uit het oude werk, met “Scum”, “The Kill”, “Suffer The Children” en “You Suffer” (de volle seconde!). Het een-tweetje dat de set afsloot, “Nazi Punks Fuck Off” (de Dead Kennedys-cover) en “Siege Of Power” zette de puntjes helemaal op de ‘i’. In het land van de extreme metal/grindcore is Napalm Death nog steeds koning.

Verrassend hoog op de affiche: Bolt Thrower, death metallegende uit Coventry die al meedraait sinds 1986 en een uitstekende live reputatie hoog te houden had. De zaal vond het alleszins geweldig: het leek alsof 1500 koppen simultaan zaten te headbangen op de klassieke death metal van de vijf. Daarbij viel op dat de oudere nummers doorgaans eenvoudig en korter waren, en dat recentere tracks regelmatig (te) lang gerekt werden. Er waren veel midtempo stukken die lang aangehouden werden, met nu en dan de obligate tempoversnelling. Hier geen politieke boodschappen zoals bij Napalm Death, maar traditioneel gezwets over dood en onheil.

Net als bij Benediction kon je niet anders dan sympathie opbrengen voor deze band, die zich oprecht leek te amuseren, maar wij vonden hun set minstens twintig minuten te lang, iets waar de irritant makke sound (te veel zang/bas, te weinig gitaar) vast aan heeft bijgedragen. Het is trouwens een bedje waar veel death en thrash metal bands ziek in zijn: ondanks de indrukwekkende muren van gitaarspeakers is de gitaarsound vaak te iel, waardoor de nadruk volledig komt te liggen op bassdrums en zang, wat de muziek meteen een pak minder kracht geeft. Daardoor gaan songs met testosterontitels als “Mercenary” en “No Guts, No Glory” ook gewoon de mist in.

Kortom: de eerste dag van Neurotic Deathfest was niet bepaald een hoogvlieger of een spannende ontdekkingstocht, maar we beklagen ons niet dat we erbij waren. Dat geldt vermoedelijk ook voor de rest van het publiek, dat zich de hele dag door rot leek te amuseren. We zagen er zelfs twee die zich zo thuis voelden dat ze het in de concertzalen op een zeiken zetten. Letterlijk. Hollandse gastvrijheid, you gotta love it! Tot volgend jaar. Misschien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =