Jurgen Ots :: Denoting Frenzy

Je stapt een ruimte binnen. Eerst schrikt ze je af, maar wat later stel je vast dat ze van een sublieme schoonheid is. Al eens ervaren? Wel, dat gevoel zou kunnen overheersen als je de tentoonstelling Denoting Frenzy van Jurgen Ots in het Brusselse Etablissement d’en face bezoekt.

Etablissement d’en face is een initiatief dat in de jaren negentig opgericht werd met de bedoeling een uitvalsbasis te bieden voor jonge maar soms ook gevorderde kunstenaars die zich wat buiten de commerciële krijtlijnen van de hedendaagse galeriewereld bevinden. Het gebouw in de Brusselse Dansaertstraat is eigendom van een kunstenaarsensemble dat de zaken volledig zelf beheert en openstelt voor exposerende kunstenaars die door hen uitgenodigd worden. In november en december kan je er vier werken vinden van de beginnende kunstenaar Jurgen Ots.

Er hangen gewoon vier immense zwarte doeken over vier balken. Nadere analyse leert dat het telkens gaat over werken met als basis dezelfde afbeelding van een martiniglas. Maar dan een vrij vaag afgebeeld martiniglas, zoals veel afbeeldingen tegenwoordig van het internet gehaald. De ene keer begint het origineel in de linkerbenedenhoek, de volgende keer in het centrum, maar door de opeenstapeling van de kopieën krijgt het geheel een zwaarte die men er misschien niet van verwacht had. Eventueel kan het de uitdrukking van de lichamelijkheid zijn die de kunstenaar ontleent aan deze wereld. Het geheel werd opgehangen aan grote lappen lichtzwarte vloervinyl, die telkens versneden en aan elkaar gekleefd zijn, en waar de kopieën op gekleefd werden. De zwarte vinyl dient dus als basis voor de afbeelding. Ze zijn bovendien afgeschuurd, die zwarte lappen, hetgeen hen een ruw uitzicht geeft.

Het eerste wat opvalt aan de werken van Ots en de tentoonstelling is hun destructieve inslag. De doeken lijken het resultaat van bewuste deuken en inslagen. De kunstenaar vat zijn werken op als een creatief proces waarbij hij bewust de werken gedeeltelijk vernielt en daarna in hun geabimeerde, vernielde staat aan het publiek toont. De manier waarop hij de werken bewerkt, leidt tot een vuile, donkerzwarte impressie, het bevuilen maakt de essentie van het werk uit, het druipt er als het ware van af.

De matte vuilheid wordt nu onderdeel van een groter geheel. Bovendien is het geheel dan vrij willekeurig over een balk heen gegooid. Hier moet een echte nerveuze persoonlijkheid aan het werk geweest zijn : het afschuren en het vermenigvuldigen, de beweging over de balk. Oh ja, de tentoonstelling gaat juist over …Frenzy. De stukjes van de puzzel vallen in elkaar.

De werken roepen voornamelijk een interne verstilling op, de wetenschap dat vuil en lelijk ook mooi kunnen zijn, juist omdat ze ontleend werden aan de werkelijke wereld. Niemand betwist de commerciële waarde van martiniglazen, maar in dit kunstwerk zijn ze evenveel waard als het vloervinyl dat hen draagt. De driehonderdste kopie is even weinig waard als het origineel. De wereld is even weinig waard als het leven dat ze draagt, of zou dat moeten zijn : het leven is even weinig waard als de wereld die ze draagt ? De werken zijn zelfs geen tableaux meer, ze zien er uitgezakt en uitgeleefd uit, rottend vlees. Je kan niet anders dan aangegrepen worden door deze sprong in het zwarte duister van de kunstenaar.

Jurgen Ots refereert met dit werk aan de Franse Supports/Surfaces beweging eind jaren zestig. Zo staat toch in de begeleidende tekst. Maar hij wijkt ervan af in de zin dat het streven naar essentie weggevallen is en dat het geheel geen subject heeft. De beweging die hij schept met de vier werken kent immers geen begin en geen einde, geen onderwerp, want het martiniglas mag dan wel het enige herkenbare zijn, het is niet het centrale thema. Dat thema is de frenetiek, het zenuwachtige dat ten basis lag aan deze werken en de manier waarop dit doorspeelt erin. De vergelijking met een champagnefontein dringt zich op, maar dan wel een die van zijn dimensie beroofd werd.

Een kunstenaar die tegen de stromen in roeit, dat is het centrale uitgangspunt voor de tentoonstelling in Etablissement d’en face. Nog tot 19 december in de Dansaertstraat 162. Enkel open van donderdag tot en met zaterdag vanaf 14 uur tot 18 uur. Binnen met een beklemmend gevoel, terug buiten met een nog groter beklemmend gevoel. Opdracht geslaagd volgens de kunstenaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =