Elektronica in 2009 – deel 1




Alles wat we dit jaar over het hoofd hebben gezien in categorieën
van hip hop tot trance en van elektropop tot ambient, hier voor u
samengebracht in een compact overzicht, speciaal omdat we u zo
graag zien. James, de beats graag!

Matias Aguayo: Ay Ay Ay * * * *

De Chileense minimal-pionier Matias Aguayo heeft met ‘Ay Ay Ay’ een
radicaal onminimalistische, maar abstracte en experimentele
elektronische plaat afgeleverd. Fans van minimal zullen hier
wellicht de neus voor ophalen, maar ‘Ay Ay Ay’ is wel degelijk de
moeite. Aguayo heeft net als zijn collega’s van pakweg Junior Boys,
Neon Indian en The Field begrepen dat elektronische muziek een ziel
nodig heeft om tot leven te komen. Op zijn nieuwe knutselt hij naar
hartelust 11 hoogst originele tracks in elkaar die vooral gebaseerd
zijn op de menselijke stem (hoeveel vocalen die man door elkaar
mixt!) en een instinctief gevoel voor ritme en aanstekelijke beats.
Ay, caramba!

Hoogtepunt ‘Rollerskate’ kan je er nergens van verdenken diepe
onderliggende boodschappen te bevatten en ook de rest van ‘Ay Ay
Ay’ voelt verfrissend ongecompliceerd aan. Het is een complexloze
dansplaat geworden die niets dan onzin predikt, maar ondertussen
wel vrolijk speelt met de conventies van het genre. Aguayo biedt
ons in de eerste plaats een spectaculair, chaotisch
geluidsexperiment aan, dat niet zozeer gekunsteld als organisch
aanvoelt. ‘Ay Ay Ay’ valt nergens mee te vergelijken, maar vermijdt
wel behendig de val van de one trick pony. Matias Aguayo
probeert gelukkig niet krampachtig origineel over te komen; het is
hem om de songs te doen. En die zijn van een succulente
kwaliteit.

Kortom, ‘Ay Ay Ay’ is inventieve elektronische wereldmuziek met
prachtige vocale harmonieën. Daarbovenop bewijst Matias Aguayo hier
zo maar eventjes dat experimentele muziek niet per se moeilijk
hoeft te zijn en daarvoor alleen al verdient hij een pluim.

www.kompakt.fm/artists/matias_aguayo

Bibio: The Apple and the Tooth * * ½

Drie platen bracht Bibio dit jaar uit. Drié! Daarvan is
‘Ambivalence Avenue’ natuurlijk de bekendste – én veruit de beste.
Of ‘Vignetting the Compost’ de moeite is, weet ik niet – die moet
ik misschien nog een paar keer beluisteren – maar ‘The Apple and
the Tooth’ voelt toch vooral aan als een goedkope poging om het
plotse succes van ‘Avenue’ nog wat te rekken. Vier nieuwe nummers
staan erop, aangevuld met acht ‘Avenue’-remixen, waaronder één van
zichzelf. ‘The Apple and the Tooth’ voelt nochtans eerder aan als
het album dat vóór ‘Avenue’ kwam; de redelijk geslaagde
vingeroefening voor het meesterwerk.

De vier nieuwe nummers – toch de belangrijkste reden om u dit album
aan te schaffen – zijn heel goed, maar voelen kort en onafgewerkt
aan. Nergens voel je de impact die er bij ‘Avenue’ wel was. De
remixen zijn dan weer erg afwisselend. Clark maakt van ‘S’vive’
iets helemaal anders, maar voegt weinig toe, Wax Stag (een deel van
Friendly Fires) doet iets moois met ‘Sugarette’ (misschien wel de
beste remix van de plaat) en aan ‘Haikuesque’ en ‘All the Flowers’
wordt nauwelijks geraakt. Bibio zelf brengt nog een knappe versie
van ‘The Palm of Your Wave’. Er staan nog nummers op de plaat, maar
je blijft hoe dan ook achter met een gevoel van “was het dat
maar?”.

Het is allemaal degelijk gedaan, met hier en daar een uitschieter,
maar echt beklijven doet ‘The Apple and the Tooth’ nergens,
daarvoor is de plaat veel te fragmentarisch en onafgewerkt. Ze
voelt aan als een inderhaast afgewerkt zoethoudertje om nog wat
extra geld te slaan uit het succes van ‘Ambivalence Avenue’.
Doordat er zoveel volk meedoet, is er ook geen overkoepelende sfeer
of emotie; het album komt rommelig over, of om het met de
onsterfelijke woorden van Bret en Jemaine te zeggen: there’s
too many dicks on the dancefloor
. Volgende keer toch maar weer
een reguliere studioplaat, Bibio?

www.myspace.com/mrbibio

Clark: Totems Flare * * *

Chris Clark wilde van zijn nieuwe album een stevige dansplaat maken
en levert zonder gêne een stamper van formaat af met ‘Totems
Flare’, naast Bibio’s ‘Ambivalence Avenue’ een van de twee grote
Warp-releases van dit jaar (reissues niet meegeteld). ‘Totems
Flare’ is dan ook loeihard en druipt van de techno, acid, house,
noise en tal van andere genres. Want hoewel Clark met zijn nieuwste
wel degelijk de dansvloer zal bereiken, levert hij toch geen
hapklare, gemakkelijke boenkeboenke-schijven. Hij mist nog steeds
ergens de diepgang van een Bibio, een Boards of Canada of – heel
recent – een Neon Indian, maar wat hij mist in subtiliteit, maakt
hij ruimschoots goed in loeiharde, zware beats. Al is ‘Totems
Flare’ wellicht de donkerste feestplaat die u dit jaar zult
horen.

Gitaarloops, op hol geslagen consolebliepjes en gekke
tempowisselingen verraden zijn experimenteerdrang, maar desondanks
blijft ‘Totems Flare’ een heel beluisterbare, zij het vermoeiende,
plaat. Wanneer Clark volledig los geht op dijken van
nummers als ‘Outside Plum’, ‘Rainbow Voodoo’ en ‘Totem Crackerjack’
kan je niet anders dan zijn vakmanschap bewonderen. Na een tijdje
is het echter even genoeg geweest – Clark gunt je werkelijk geen
moment rust – en ironisch genoeg is het pas in de ingetogen
afsluiter ‘Absence’ dat het potentieel van de man helemaal uit de
verf komt. ‘Totems Flare’ is al een bijzonder straffe, retecoole en
strak in elkaar gestoken elektronische moker, maar als Clark zich
volgende keer iets meer inhoudt en probeert zijn plaat iets
genuanceerder en subtieler te maken, dan zou hij wel eens met een
écht straffe plaat op de proppen kunnen komen. Fingers
crossed
.

www.myspace.com/throttleclark

Junior Boys: Begone Dull Care * * * *

Het derde album van Junior Boys – een van de beste elektronische
bands out there, die veel te weinig aandacht krijgt en die u nú mag
gaan ontdekken – is niet echt wildenthousiast onthaald geweest toen
het enkele maanden geleden in de rekken werd gezwierd. De kritiek
was overal ongeveer dezelfde: goed album, maar niet even goed als
de twee vorige. Ergens is die kritiek terecht – ‘Begone Dull Care’
heeft inderdaad niet de impact van ‘Last Exit’ of ‘So This Is
Goodbye’ – en sluit ik mij daar ook bij aan, maar toch is de
vergelijking een beetje oneerlijk. ‘Begone Dull Care’ is niet even
genrebepalend als haar voorgangers, maar blijft wel een plaat om
verliefd op te worden. De Canadezen combineren meer dan ooit hun
onhippe eighties-invloeden met ultrahippe beats, om opnieuw een
oneindig coole plaat af te leveren. Dat ze daarbij niet veel meer
doen dan het perfectioneren van hun beproefde formule, zal enkel de
grootste zuurpruim hen kwalijk nemen. Nee, Junior Boys blijft een
razend interessante groep die met ‘Begone Dull Care’ opnieuw een
prachtige elektropopplaat heeft afgeleverd.

www.juniorboys.net

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + acht =