Toutpartout Night (South San Gabriel, Tony Dekker,…)

Toutpartout Agency is een Hasselts boekingskantoor met reden tot
vieren. Het bestaat namelijk 15 jaar, een ideale gelegenheid om
enkele paradepaardjes uit het portfolio naar Brussel te halen. Twee
moesten op het laatste moment afzeggen maar de heer Molina en The
Cave Singers kregen waardige vervangers in de vorm van
respectievelijk South San Gabriel en Krakow, de enige Belgische
band op de affiche.

Wie van concert naar concert ging, kon zes optredens meepikken in
de zalen van Botanique. En zelfs meer dan dat indien je tevreden
was met een half concert van de ene en een half van een andere
band. Wij begonnen onze avond met Micah P. Hinson,
die al meteen voor een van de betere prestaties van het hele
parcours zorgde. De Texaan was voorzien van hoed en maakte zich in
een volgepakte Rotonde sympathiek met sterke, doorleefde songs en
leuke bindteksten. Over zijn dit jaar verschenen coverplaat ‘All
Dressed Up And Smelling of Strangers’ zei Hinson dat het stom is om
zo’n plaat te maken maar hij toch maar blij was dat ze goed
verkocht. Van die plaat kregen we een heerlijk ‘This Old Guitar’,
een John Denver-song, alsook ‘Slow And Steady Wins The Race’ van
Pedro The Lion. Micah P. Hinson wist ook nog eens zijn muze Will
Johson te eren met een fantastische versie van de Centro Matic-song
‘Not Forever Now’.

De eerste band die de Orangerie mocht platspelen – nuja – was het
Londense duo Joe Gideon & The Shark. Broer
Gideon nam de bas, gitaar en vocals voor zijn rekening. Toch was
het vooral de expressieve ‘The Shark’, zus Viva, die als drumster
en pianiste de show stal. Joe Gideon & The Shark brachten songs
uit hun dit jaar verschenen debuut ‘Harum Scarum’ met daarin een
groot aandeel parlando vocals door Gideon en loops in de vocals en
piano van zuslief. Het optreden was op zich erg vermakelijk maar
haalde nooit het niveau van het voorafgaande. ‘Hide & Seek’
ging er goed in en ook afsluiter ‘Anything You Love That Much You
Will See Again’ was een leuke bijdrage, maar erg lang gaan we dit
duo nu ook niet onthouden. Behalve The Shark dan misschien.

Voor een optreden van Scout Niblett zijn we altijd
wel te vinden, zo ook afgelopen zaterdag. De in de VS wonende
Britse moet vast aan een nieuwe plaat bezig zijn want het grootste
deel van haar set bestond uit nieuwe songs. Niblett heeft in al
haar technische beperktheid al jaren een vast geluid te pakken en
zal daarvan niet afwijken, als dit nieuwe materiaal een waardemeter
was. Niblett bracht een degelijke set die er jammer genoeg weinig
in slaagde echt te raken. Dat heeft deels met het gebrek aan
interactiviteit te maken, deels met de nieuwe songs die wellicht
nog wat moeten groeien, al gingen haar vocale uithalen als vanouds
door merg en been. Hoogtepunten werden ‘Dinosaur Egg’, wél intens
gebracht en het hevige ‘Your Beat Kicks Back Like Death’.

Een niveau hoger was Tony Dekker, frontman van
Great Lake Swimmers, die voor de gelegenheid solo op het podium
stond. Hier geen nieuwe materiaal maar certitudes van Great Lake
Swimmers waarvan enkele van de betere songs op het eerder dit jaar
verschenen ‘Lost Channels’. Zo kregen we ‘Concrete Heart’, met
GLS-gitarist Erik Arnesen, en een sterk ‘Stealing Tomorrow’. Ook de
Duyster-classic ‘Moving Pictures Silent Films’ ontbrak niet in een
set die een erg professionele en zuivere Tony Dekker toonde en ons
veel te kort leek.

Terug naar de Rotonde dan voor de vreemde eend in de bijt, het
Britse Shit And Shine. De noiseformatie was
dankzij twee konijnenpakken misschien interessant voor fotografen,
na vijf minuten hadden we het eigenlijk wel gezien. Zo kregen we
een set met een half uur lang durend herhalend drumpatroon en noise
met minimale wijzigingen, waarop twee vocalisten af en toe
onverstaarbaar bralden. Leuk voor even dus, maar al bij al zonde
van de tijd.

Gelukkig was daar nog South San Gabriel om de
avond in schoonheid af te sluiten. Frontman Will Johnson is een
talent pur sang en slaagde er met zijn band in een erg warme sfeer
te creëren. De set begon sterk met het mooie ‘Emma Jane’, opener
van de laatste plaat ‘Dual Hawks’. Pedal steel en viool zorgden
voor een heerlijke countrysound in een set voor nachtraven op hoog
niveau. Hoogtepunt was een schitterend ‘I Feel Too Young To Die’,
dat klonk als een nachtelijke strandwandeling met een lichte bries
en maanlicht. Of zoiets. En zo waren het de meest gerenommeerde
heren die voor de beste momenten zorgden op deze Toutpartout-avond.
Ze halen hun reputatie ergens vandaan natuurlijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + drie =