Air :: Love 2

Met zijn vijfde album breit Air een kabbelend vervolg aan een carrière die de laatste jaren al niet bepaald consistent was. Love 2 heeft zijn momenten, maar het is niet de mijlpaal geworden waar we al een jaar of vijf stiekem op aan het hopen zijn.

Sinds Air in 1995 muziek begon te maken, is het duo uitgegroeid tot de makers van de ultieme droompop. Maar net zoals sommige dromen zo vluchtig zijn dat je ze bij het ontwaken niet meer kan herinneren, zo is ook de muziek van Air niet altijd even memorabel. Moon Safari was de geniale debuutplaat. Opvolger en soundtrack bij de gelijknamige film The Virgin Suicides groeide uit tot een persoonlijke favoriet, maar daarna begon het grote zwalpen. 10.000 Hz Legend kon niet echt bekoren, al was Talkie Walkie (2004) opnieuw raak. Het had leuk geweest mocht Air twee jaar geleden met Pocket Symphony die triomf verdergezet hebben. Ook het nieuwe Love 2 overtuigt niet helemaal en bengelt daarmee tussen zijn twee voorgangers.

Het hing eigenlijk al in de lucht toen single “Do The Joy” zijn opwachting maakte. Air deed een Air op dat nummer: niks verbluffends, alleen vertrouwde synthesizerklanken die je mee boven de wolken tillen. Alleen, daarboven viel ditmaal weinig of niets te beleven. De vocoderstem bracht even het beste moment van 10.000 Hz Legend in herinnering, maar verder was “Do The Joy” niet onmiddellijk het soort single dat je doet watertanden naar een album.

Gelukkig was daar al snel die andere single, “Sing sang Sung”, die wél Air op zijn best liet horen. De voorbije tien jaar heb je het allemaal al eens gehoord, maar Air is behoorlijk goed in het zichzelf recycleren: op de beste momenten weet het met een zeer vertrouwd geluid toch te betoveren en bij gebrek aan beter zijn we daar zeer tevreden mee.

Want de gelukzalige, melancholische klanken van Love 2 zijn niet altijd even indrukwekkend. “Tropical Disease” roept de atmosfeer van goedkope softerotiek op terwijl “Be A Bee”, alleen al omwille van de titel, niet zou misstaan als soundtrack van een dramatische scène in een new age-instelling in Azië waar rijke, doelloze Westerlingen zichzelf komen zoeken. Al doet dat geen afbreuk aan de onderliggende kwaliteiten van het nummer: het ritme dendert ongewoon hard en de spacy synthesizers laten er geen twijfel over bestaan: sommige dromen zijn bevreemdende nachtmerries.

Toch zijn het de heel vertrouwde klanken waarmee Air inpakt. En ergens is dat jammer. “Heaven’s Light” klinkt vanaf de eerste luisterbeurt ongelooflijk vertrouwd in de oren. En ondanks het feit dat het nummer tot het beste hoort dat Air al gemaakt heeft, voldoet het niet helemaal. Het besef dat “Heaven’s Light” net zo goed in 1998 gemaakt had kunnen zijn, voorkomt totale overgave aan Love 2.

Het is jammer dat Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel niet de moeite genomen hebben hun geluid verder uit te diepen. Het kan immers niet anders of Air heeft nog een geniale plaat in zich — daarvoor zijn de aanwijzingen op Love 2 te sterk. Alleen is het er ditmaal niet uitgekomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + vier =