Classic of the Noughties – The Microphones :: The Glow Pt. 2

De
eerste jaren na de millenniumwende leken wel een soort vacuüm voor
de betere alternatieve muziek. De invloed van het Internet op de
muziekwereld moest zich nog volledig ontwikkelen: MySpace zag in
2003 het levenslicht en de invloed van mp3-blogs begon in datzelfde
jaar stijl omhoog te gaan. E-zines als Pitchfork en Popmatters
bereikten nog een veel kleiner publiek dan nu, en in Vlaanderen was
de online muziekkritiek nog onbestaand of stond ze nog in haar
kinderschoenen.

De indierock lag in een winterslaap. Vlaggenschepen als Pavement en
Sebadoh hielden het in 1999 en 2000 voor bekeken, de mot zat erin
bij Guided By Voices, en Jeff Magnum, het genie achter Neutral
Milk Hotel, had zich teruggetrokken uit de muziekwereld. ‘The Glow
Pt. 2’ van The Microphones uit 2001 dreigt zo – geheel onterecht –
tussen de plooien van de geschiedenis terecht te komen.

De roots van The Microphones en die van centrale figuur en
enig vast lid Phil Elvrum liggen in de 20e eeuw: de
lo-fi en D.I.Y.-ethiek van de jaren ’80 en ’90 is
prominent aanwezig. Maar met de sound van ‘The Glow Pt. 2’ creëerde
Elvrum een tijdloos universum waar folk, postrock en noise
elkaar vinden. Het is die krachtige tijdloosheid van zowel de
muziek als van de onderwerpen, die van ‘The Glow Pt. 2′ zo’n sterke
plaat maakt: het album werkte toen, klinkt nu nog altijd geweldig
en zal ook later niets aan kracht inboeten. Op een bepaalde manier
heeft het album dezelfde macht als oude blues of vroege folk: de
krakende, schurende en rammelende muziek slaagt erin – zelfs jaren
later – steeds opnieuw kippenvel op de armen te toveren.

Phil Elvrum werkte in de jaren ’90 in een platenwinkel in
Washington. Hij experimenteerde in een achterkamertje van de winkel
met analoge opnameapparatuur. De eigenaar van de platenwinkel
bracht de eerste opnames uit op cassette. Die werden opgepikt door
een ‘echt’ label, en in 1998 verscheen onder de bandnaam The
Microphones het eerste album ‘Tests’. ‘Tests’ was een belangrijke
fase in de ontwikkeling van Elvrum: de nummers gingen over het
opnemen van muziek. Titels als ‘Feedback Love’, ‘Soundwaves’ en
‘Preamp’ maken dit duidelijk. Elvrum was op zoek naar een geluid en
kreeg de kans om zich te ontwikkelen, een proces dat in de huidige
muziekwereld maar al te vaak wordt overgeslagen.

Door het werken met analoge opnametapes maken The Microphones
laagjesmuziek, die eigenlijk nooit gekunsteld aanvoelt maar juist
zeer natuurlijk. En hoewel deze stelling misschien de wind van
voren krijgt van sommige producers en muzikanten van de huidige
lichting, geven de analoge opnames, de intense huisvlijt en het
geduld dat er nodig is om op die manier een album in elkaar te
steken de muziek een warmte en oprechtheid mee waar het veel nieuwe
muziek aan ontbreekt.

Elvrum lijkt zich ook bewust van de natuurlijkheid die zijn muziek
uitstraalt. De twee voorlopers van ‘The Glow Pt. 2’, ‘Don’t Wake Me
Up’ (1999) en ‘It Was Hot, We Stayed in the Water’ (2000), staan
vol met songtitels over licht, wind, temperatuur… De titel van
‘The Glow Pt. 2’ komt trouwens ook uit ‘It Was Hot, We Stayed in
the Water’, waar een song op staat met als titel ‘The Glow’.
Elvrums laat zijn muziek zelf ook evolueren als een natuurlijk
proces. De songs lijken langzaam te groeien en ontplooien zich
langzaam, waarbij een klassiek strofe-refrein-strofe-patroon wordt
vermeden.

Maar wat ‘The Glow Pt. 2’ zo bijzonder maakt, is dat Elvrum zijn
rammelende lofi folk weet te koppelen aan het atmosferische gevoel
van postrock. In opener ‘I Want Wind to Blow’ voel je gewoon de kou
die zich ondanks de dikte van je jas een weg baant naar je botten,
of hoe de noordenwind speelt met bronskleurige herfstbladen. De
intro van de song ‘The Glow Pt. 2’, het tweede nummer op het album,
bestaat uit zware gitaren; de storm die zat te wachten barst los,
om later weer te gaan liggen zodat er enkel een speels briesje
overblijft.

Elvrum laat steeds veel ruimte voor opbouw en werkt traag naar
bescheiden climaxen toe, die nooit overdonderen maar wel ook weer
deel uitmaken van de natuurlijke evolutie in zijn muziek. Op de
eerste plaats is dit eigenlijk een gitaarplaat, maar wel een van
het soort waar fans van luchtgitaar beter van wegblijven. De secuur
opgebouwde laagjes gitaar vormen de fundamenten van het album,
terwijl met mondjesmaat ruimte wordt gegeven aan andere
instrumenten die subtiele accenten kunnen leggen. Zo maakt Elvrum
heel spaarzaam gebruik van drums (het ritme wordt meestal bepaald
door de gitaarlagen) om ze te introduceren op climaxen die hij wil
benadrukken.

De atmosferische composities schilderen een perfecte achtergrond
voor ‘The Glow Pt. 2’, een donkere plaat over een man die zichzelf
steeds meer en meer verliest, over afscheid en de onmogelijkheid om
daar afstand van te kunnen nemen. Op het eerste deel van het album
lijkt Elvrum nog de wenkende afgrond van zich af te kunnen houden
(‘My Roots Are Strong And Deep’) en is hij nog bereid tot verzet
(‘Headless Horseman’). Maar de duisternis komt meer en meer en
onafwendbaar opzetten. De nummers zes tot negen slaan eerst nog een
brug tussen de herfstkleuren die de bovenhand hadden op het eerste
deel en de koude, inktzwarte winter die komt opzetten vanaf het
tiende nummer: ‘Ill Not Contain You’, ‘The Gleam Pt. 2’ en ‘Map’
creëren een onbehaaglijke, duistere sfeer.

Wanneer in ‘The Gleam Pt. 2’ Elvrum de woorden ‘I saw your
future in my sleep
‘ prevelt, haast fluistert, voelt zelfs de
koelste kikker een siddering door het lijf gaan, want het is een
toekomst zonder hoop. De zonnestralen die door het wolkendek komen
in ‘You’ll Be In The Air’ (een soort minimale tweepop) en ‘I Want
To Be Cold’ (met gitaren die kraken als koffiemolens) zijn slechts
schijn. Het optimisme in zijn stem en de toon van de songs
verklanken eerder het aanvaarden van het lot dat uitmondt in een
verlangen naar de dood.

Deze ogenschijnlijke luchthartigheid wordt doorgetrokken in het
poppy en aan The Kinks schatplichtige ‘I’m Bored’, over
het eind van een relatie en in het alles relativerende ‘I Felt My
Size’. De emotionele splinterbom komt echt tot ontploffing in het
schrijnende ‘I Felt Your Shape’, een song over verlangen dat enkel
uitmondt in eenzaamheid.

I’m alone, except for the sound of insects flying/around they
know my red blood is warm still
‘, de laatste woorden van het
album (uit ‘My Warm Blood’), zijn minder fatalistisch dan ze
lijken. De insecten kondigen de lente aan, het bloed warmt op, in
de zomer zal nieuw leven losbarsten. Om dan weer over te gaan in de
herfst. En zo begint het album weer van voor af aan.

http://pwelverumandsun.com/
(officiële website van Phil Elvrum)
www.myspace.com/elverumandsun

http://getofftheinternet.wetpaint.com/
(fansite)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in