James Ensor in MoMa / Musée d’Orsay

Tot 21 september loopt in het Museum of Modern Art (MoMa) in New York de overzichtstentoonstelling rond James Ensor. Nadien verhuist de exhibitie naar het Musée d’Orsay in Parijs (20 oktober 2009 – 4 februari 2010). De retrospectieve is dankzij internationale samenwerking ontstaan. Curatoren van dienst zijn Anna Swinbourne voor MoMa (New York) en Laurence Madeline voor Musée d’Orsay (Parijs).

Door deze samenwerking over de grenzen heen hebben de twee curatoren een adembenemende en complete collectie kunnen samenstellen. Op een na, zijn alle topstukken van Ensor aanwezig: zo bijvoorbeeld De verzoeking van de Heilige Antonius (1887) uit het MoMa en Skeletten bekvechten om een bokking (1891) en De oestereetster (1882), beide uit het KMSK (Antwerpen).

Alhoewel de collectie van 127 kunstwerken een totaalbeeld zou kunnen bieden van de artistieke evolutie van Ensor, blijft de bezoeker wat op zijn honger zitten. Het is niet duidelijk hoe de tentoonstelling is opgedeeld en als toeschouwer heb je het gevoel heen en weer geslingerd te worden tussen verschillende periodes. De rode draad doorheen de tentoonstelling zou chronologisch zijn, maar de belangstellende merkt dit niet gemakkelijk op.

De eerste zaal is opgebouwd met prachtige schilderijen uit Ensors “donkere” beginperiode (begin jaren 1880) die de sfeer van verveling en monotonie binnen de huiselijke omgeving weergeven. Hij schildert het spookachtige burgerleven anders dan de impressionisten met hun geborgen en kleurrijke taferelen. Door te schilderen met donkere tinten wil Ensor de grens tussen het zichtbare en de fantasie opheffen. Later doet hij dit met behulp van maskers en felle kleuren. De curatoren geven aan deze eerste zaal een meerwaarde door ze volledig te richten aan Ensors evolutie in schilderstijl.

Na deze eerste periode kom je in een tweede en meteen ook laatste periode (tot ca. 1896) terecht. Deze tijdspanne is thematisch verdeeld over verscheidene zalen. Licht, tekeningen, zelfportretten en satire worden hier uitgediept. De omschakeling van chronologie naar thema maakt het geheel echter verwarrend. De zalen bevatten het bekendste werk van Ensor (1880-1895). Zijn typische kleur- en lijngebruik en maskers komen hier veelvuldig voor. De fantasie van Ensor werd tijdens deze periode gevoed door de carnavalsartikelen, schelpen, exotische prullaria, etc. die hij in de winkel van zijn moeder in Oostende vond.

Pas tegen het einde van de tentoonstelling is er een kleine zaal die de levensloop van de schilder uitbeeldt. Mocht deze zaal het beginpunt van de tentoonstelling zijn en heel de expositie duidelijker betiteld worden, zouden de talrijke bezoekers, die in vele gevallen voor de eerste keer met Ensors werk in aanraking komen, ongetwijfeld meer inzicht in de rijke variëteit aan tentoongestelde werken krijgen.

De esthetische opbouw is uitermate sober. De schilderijen hangen tegen witgeschilderde muren. Voor een topmuseum als het MoMa is dit ietwat teleurstellend. Vermoedelijk is dit een bewuste keuze geweest, want de gelijktijdig lopende tentoonstelling in het MoMa over designer Ron Arad is op dit gebied wel grensverleggend.

Een pluim voor de collectie die de twee curatoren verzamelden, jammer van de gekozen weg om ze te tonen aan het publiek. Een bezoek aan deze tentoonstelling blijft sowieso een goede zet. De kans dat je snel nog eens zoveel topstukken van Ensor bijeen zult zien, is zeer klein. Hopelijk kunnen het KMSK, dat haar volledige Ensor-collectie in de zomer van 2010 toont en het MSK Gent, dat in het najaar een tentoonstelling rond Ensor organiseert, mee profiteren van het succes van deze expositie in het MoMa. Het zou een mooi verjaardagscadeau zijn voor de 150ste verjaardag van Ensor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =