John Butler + The Bony King of Nowhere + Nicky Bomba




Met
dreigende blik in de ogen vertelden de weermannen en -vrouwen ten
lande dat weldra de zon niet meer het mooie weer zou maken. Om
middernacht, zo luidde het, zou ze plaats moeten maken voor donkere
wolken gevuld met regen en zelfs hagel.
Maar woensdagavond mocht het in het Rivierenhof in Antwerpen nog
even zomeren, alvorens het noodweer zou losbarsten. Er mocht nog
even gefeest worden voor het apocalyptisch weer zich zou laten gaan
boven het Belgenland. Achteraf gezien bleek niets minder waar. De
accuraatheid van de weerdienst laat soms te wensen over, maar de
aanwezigen hadden in ieder geval gedanst alsof het hun laatste
avond was.

John Butler, de sociaal ge├źngageerde Lenny Kravitz van het
Australische folklandschap, was persoonlijk verantwoordelijk voor
de geplaatste passen. Maar alvorens zelf het podium op te klimmen
liet hij eerst zijn drummende kompaan Nicky Bomba
aantreden. Bomba, een charmant manusje-van-alles, wist in geen tijd
het publiek dat mondjesmaat binnenstroomde aan het dansen of joelen
te zetten.
De man had dan ook de moeite genomen om een spoedcursus Nederlands
te nemen wat naast het gebruikelijke “dankoewel” tot een “ik moes
klop want bel toe” leidde. Hij was duidelijk meer van de mening
aangedaan dat hij eerst zijn persoonlijkheid in het geheugen van de
aanwezigen moest graveren in plaats van meteen zijn muziek een
plaats te geven. Hij leuterde er vrolijk op los, wisselde
vliegensvlug van instrument en wist herhaaldelijk mee te geven dat
zijn soloalbum nog warm lag te wezen aan de merchandisingstand. Het
publiek liet het zich allemaal zeer welgevallen. Hij had dan ook
een dikke streep voor als zijnde de drummer van John Butler Trio.
Bomba sloot zijn set van surfgeluidjes, ska en reggae af met een
medley die van Desmond Dekker (Isrealites), over Lolly Pop ging en
met They Might be Giants (Istanbul) eindigde. Zomers
animerend.

Van de Australische roots naar Belgische ingehouden swing, in de
muziekwereld zou dit een kleine stap moeten wezen, zo noten onder
elkaar. Maar op het podium bleek er een onoverbrugbare afstand
tussen John Butler en Bram Van Parys te zitten. En het publiek dat
overduidelijk was gekomen voor John Butler zag de reden niet om een
eindje te lopen om bij The Bony King of Nowhere te
raken.
Een spijtige zaak voor Van Parys en de zijnen die er nochtans alles
aan deden om er een geslaagde set van te maken. Als maker van een
van de beste platen van dit jaar, heeft hij natuurlijk een kast vol
goede nummers om uit te kiezen, maar het waren parels voor de
zwijnen. Zelfs het al duizend malen met Thom Yorke vergeleken
‘There I am’ en het wondermooie ‘Maria’ leken in dovemans oren te
vallen en langzaam kroop Van Parys verder en verder in zijn veilige
schulp. Ergens moet er in z’n achterhoofd gespeeld hebben dat hij
liever op Dour was gebleven dan nog het hele land te hebben moeten
doorkruisen om tot in Antwerpen te raken.
Heel even leek er verbetering in de gemoedstoestand van het publiek
te komen toen ‘Alas My Love’ en het heerlijke ‘Taxidream’ werden
ingezet en een golf van herkenning door het amfitheater ging. Ze
werden dan er dan ook nog een abrupt door een man met veel gestes
op gewezen dat ze er een eind aan moesten maken, waarna ze
verslagen hun laatste nummer inzette, vervolgens het publiek toch
nog bedankte en het podium afdropen.

Zo is het bewezen dat een publiek een concert kan fnuiken of
helemaal de hemel in kan duwen. Die laatste eer viel John
Butler
dan weer volledig te beurt. De man met de ooit zo
lange dreadlocks stapte alleen het podium op en werd er haast
meteen weer afgeblazen door het applaus en gejoel dat zijn fans
lieten horen. Butler is van klein naar groter tot grootst gegaan in
zijn eigen thuisbasis en kan hier ook overal op (over)enthousiaste
achterban. Hij begroette de meute meteen met het funky ‘Used to Get
High’.

Love, peace en understanding is wat deze man preekt, niet
alleen in z’n nummers maar ook tussen zijn nummers door. “It
feels like i’m with family in this special place
” voor
‘Pickapart’ , een preek over de vorige minister-president en
Bush-vriendje John Howard voor ‘Johnny’ of een hele litanie hoe
hij met zijn muziek meer kan laten voelen over wat hij wil
uitdrukken, waarna hij een uitgesponnen versie van ‘Gone’ volgde.
Het is maar een kleine greep uit zijn arsenaal aan quotes. Hij
lepelt ze als warme pap binnen.

Het drumstel dat al enkele nummers ongebruikt broederlijk naast
Butler stond, werd pas na een achttal nummers ingenomen door zijn
kompaan Bomba om samen onder andere ‘Zebra’, ‘Better Than’ en ‘One
Way’ te spelen. Maar vooral de tribute aan Michael Jackson ‘Want
You Back’ blijft bij.

John Butler is een fantastische gitarist en performer en weet
perfect hoe hij z’n publiek dient te bespelen. Iets dat volop
geapprecieerd wordt door zijn schare fans, maar af en toe op licht
onbegrip stuitte van de mensen die naar het Rivierenhof waren
gekomen om wat Australische folk met Amerikaanse allures op te
snuiven.

Meer afbeeldingen JBTBKoNNB

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − 5 =