Pauzefestival dag 3 :: 15 november 2008, Vooruit

De laatste dag van het Gentse luik van het Pauze-festival is, ietwat vreemd misschien, “Avant-Propos” getiteld terwijl het eerder als een “après” of uitsmijter beschouwd mag worden. Ditmaal staan er namelijk maar twee namen op de agenda, waarbij niet een tijdperk of een streek belicht wordt, maar wel een attitude.

Het contrast tussen Reindhold Friedl (Zeitkratzer) en het trio Reines d’Angleterre (Ghédalia Tazartè, él-g en Jo Tanz) kan immers niet groter zijn. Beide artiesten vertrekken vanuit de improvisatie, maar waar de ene zweert bij een academische, elitaire aanpak plukt de andere zijn waan van de dag uit de volkscafés in Parijs. En toch is het niet zozeer de improvisatie als wel een deconstrueren en herinterpreteren van populaire instrumenten en deuntjes dat hen verbindt.

Voor zijn recital deze avond werkt Friedl samen met geluidstechnicus en -kunstenaar Sukandar Kartadinata, die speciale software ontwikkelde voor de door Friedl bespeelde (en door Kartadina gemodificeerde) Neo Bechstein-piano. Dergelijke piano’s werden circa 1920 massaal geproduceerd en omvatten naast het pianogedeelte ook een grammofoon. In essentie kan een dergelijke piano als de eerste elektrische piano beschouwd worden, wat hem uitermate geschikt maakt als instrument voor kunstzinnige soundscapes.

Friedl bespeelt de piano nauwelijks, maar maakt gebruik van en verschuift stenen over de pianosnaren waarna hij deze stenen met paukenstokken beroert. De aldus gecreëerde resonanties worden middels kabels naar Kartadinata’s laptops gestuurd waar deze de geluiden verder interpreteert. Het publiek zit in een cirkel rond beide artiesten en wordt door de juist geplaatste boxen omgeven door het geluid. Het hele optreden krijgt aldus een elitair karakter, maar dompelt eenieder ook onder in de gecreëerde bezwerende klanken.

Tazartè experimenteert sinds 1977 met allerlei avant-gardetechnieken maar houdt zich ver van een verregaand intellectueel discours. Bij Reines d’Angleterre houden hij en zijn kompanen het dan ook bij een knoppenaccordeon, goedkope keyboards en enkele effectenpedalen om hun visie op de muziekgeschiedenis vorm te geven. Jammer genoeg weten ze niet de schoonheid van Friedl te benaderen en blijven ze steken in een herhalend parcours.

Ondanks Tazartès dappere pogingen om chansons, gekrijs en zang binnen de set te incorporeren, blijven zijn twee metgezellen vaststeken in dezelfde repetitieve deuntjes die zwaar schatplichtig zijn aan componisten genre John Carpenter. De aldus verkregen soundscape bij een goedkope horrorfilm is zeker en vast amusant, en zelfs meer dan genietbaar, maar vertoont geen evolutie of progressie. Gaandeweg treedt dan ook de verveling op. Reines d’Angleterre is veelbelovend, maar nog lang niet volgroeid.

De derde dag van het Pauze-festival eindigt hierdoor wat in mineur, hoewel Friedls intellectueel en avant-gardisch klassieke stuk deze derde dag sowieso rechtvaardigt. Een negatieve evaluatie van deze avond, laat staan van het festival in zijn geheel, is dan ook uit den boze. Er kan in tegendeel zelfs gesteld worden dat het Pauze-festival, in tegenstelling tot andere clubfestivals zoals Domino, bewijst dat het nog steeds mogelijk is om interessante groepen uit de marge te programmeren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =