Team William :: ”Eigenlijk wilden we een serieuze groep zijn”

“Ik vond gewoon dat die naam klonk zoals onze muziek moest klinken: zoals Team Wilbur uit Dennis The Menace”: bij Team William draait alles rond spelplezier en aanstekelijke muzikale ongein als “London Lofi” of “Lord Of The Dogs”. De perfecte match dus voor de psychedelische fun van Men Among Animals op goddeau’s ongelofelijke zevende verjaardagsfeest. Een gesprek!

“Ha, jij bent de man die op Dour vond dat we er als zoutpilaren uitzagen”, grijnst frontman Floris De Decker als begroeting. “Je had er niets van begrepen: we hadden natuurlijk afgesproken dat we dat gingen doen.” Onzin natuurlijk, maar ons oordeel was misschien te hard. Maar dat komt er natuurlijk van als je toetsenist de show steel met wel erg bizarre antics: dan verbleek je al eens in contrast. Straks meer daarover, als opwarmer smeten we de groep het zelfgekozen motto voor de voeten.

enola: “De meest overschatte groep van West-Europa”?
Arne Sunaert (toetsen): “Dat heeft iemand ooit over ons geschreven op het forum van een wedstrijd waar wij aan meededen en we hebben daar gretig op ingepikt. We vonden het een compliment. Uiteindelijk is het beter over- dan onderschat te worden. Dan sta je verder. Ja, natuurlijk is het ook interessant dat je alleen maar positief kan verrassen als je onderschat wordt, maar euh… zo goed hebben we er niet over nagedacht hoor.”
De Decker: “Slechte kritiek is gewoon grappig.” Sunaert: “’t Is uiteindelijk niet niets, West-Europa. Frankrijk zit daar geloof ik zelfs bij. En Luxemburg. Spanje niet, kan dat? Moeilijk, dat West-Europa: volgens sommigen is dat zelfs alleen Frankrijk, Nederland, België en Luxemburg.”

enola: Floris, over jou gaat het gerucht dat je qua songs schrijven al ettelijke platen voorstaat op dat debuut dat jullie nog moeten opnemen?
De Decker: “Dat is overdreven, maar ik schrijf inderdaad nogal vlot liedjes. We maken er met de band al veel, maar op de computer thuis heb ik er, denk ik, nog honderdvijftig staan en dan nog wat voor andere projecten. Ik heb ooit gezegd dat het er vierhonderd waren, maar dat was niet zo. Laat ons zeggen dat ik slecht ben in cijfers. (lacht) Het zijn ook niet allemaal goeie songs: we zijn erg kritische en smijten er nog veel weg.”
“Soms speel ik zelf al alle instrumenten in, soms is dat gewoon een ideetje, soms een demo… Vaak zijn ze wel bijna kant-en-klaar want ik vind het moeilijk om een nummer niét af te werken. Ik forceer dat niet. Het is niet zo dat ik mij er voor ga zitten in het besluit een liedje te gaan schrijven: dat komt vanzelf en na een half uur is het min of meer klaar. Ik heb nog nooit moeite moeten doen om iets te schrijven. Nochtans ben ik er pas heel laat mee begonnen. Mijn eerste liedje schreef ik drie jaar geleden op mijn twintigste en sindsdien ben ik er niet meer mee gestopt.”

enola: Is het dan niet moeilijk om te kiezen welke nummers de debuutplaat zullen halen?
De Decker: “Valt wel mee: onderweg vallen er sowieso nummers af. Door veel op te treden merk je al snel wat er marcheert en wat niet. We weten meestal echter wel wat goed is. Elk van ons vieren is immers meer dan kritisch, dus als we allemaal achter een nummer staan, moet het wel goed zijn.”

enola: Wat zijn eigenlijk de bands die jullie samenbrachten: de gedeelde liefdes die jullie de goesting gaven samen te gaan spelen?
Sunaert: “Clap Your Hands Say Yeah.”
De Decker: “Ja, die zijn nog altijd heel belangrijk. Verder: Wolf Parade, The National. En Pavement: daar is voor mij alles mee begonnen. Zonder hen had ik nooit mijn eerste nummer had geschreven. Ja, ik heb ooit MGMT tegen je vermeld, maar ik denk dat wij meer een invloed waren op MGMT. Plots komen die mannen af met een soort synthpop waar wij al een jaar mee bezig waren: ik vind dat ze ons een excuus verschuldigd zijn. Twee jaar geleden was niemand bezig met die synthpop. Wij lieten ons beïnvloeden door Grandaddy en Fountains Of Wayne en plots is er die hele beweging. Jammer dat we nog geen plaat uithebben, en andere bands wel.”

enola: En zeggen dat mijn generatie tijdens de grungejaren nog virulent tegen de synths streed.
Sunaert: “En terecht. Echt een degoutant instrument, die synthesizer. Waarom ik er dan voor gekozen heb? Omdat dat het meest simpele instrument is, het tofste en ook dat met de meeste mogelijkheden. Ik kan er mij gigantisch mee amuseren op een podium. Eigenlijk is het een vriend, waar een gitaar eerder een vrouw is. Ja, ik heb ook een keytar, maar daar ga je me nooit mee zien rondhossen. Dat brengt niets bij aan een groep. Als ik dat er ook nog eens zou bijdoen zou het te erg worden. Ik ga hem wegdoen.”

enola: Nu je het onderwerp toch zelf aansnijdt: soms maak ik me zorgen als ik je op het podium bezig zie in volle gang. Nog nooit ongelukken meegemaakt als je zo met je tamboerijn op je hoofd staat te meppen?
Sunaert: “Neen. Ik heb al heel vaak iets gebroken, maar sinds ik op een podium sta: niets meer. Nochtans: ik heb al veertig keer iets gebroken, waaronder zeven keer mijn neus. (begint aan een langdurige opsomming). Wil je echt het verhaal niet horen van mijn eerste neusbreuk toen ik twee jaar was?”
“Ach, het is misschien stom om te zeggen, maar ik heb er altijd van genoten om op een podium te staan. Ik merk dat ik me meer amuseer als ik zo op het podium sta: alsof ik zo de stress van me afspeel. Nu, ik heb al vaak overwogen om er mee te stoppen. Eigenlijk moet ik het er dringend eens over hebben met de andere groepsleden: (tot de anderen) stoort jullie dat eigenlijk?”
De Decker: “Eigenlijk wel. Al van bij het eerste optreden kan ik daar absoluut niet tegen. Ik wilde gewoon een serieuze groep zijn en er staan, maar neen.” (hilariteit)

enola: Tijd voor iets anders: Jullie worden altijd heel uitdrukkelijk als een indieband naar voor geschoven, maar wat betekent “indie” in Vlaanderen eigenlijk?
De Decker: “Niets. Iedereen wil een platencontract, zelfs de bands, zéker de bands die zich indie noemen. We houden wel van de meeste indiebands, maar we zijn daar niet gecrispeerd in: je raakt veel verder als je wat uit handen durft geven. We zijn niet echt fervente doe-het-zelvers. Blij dat we onze boekingen kunnen uitbesteden en ons enkel met de muziek hoeven bezig te houden. De term is sowieso volledig uitgehold. Iedereen die een gitaar vastpakt, vindt dat hij indie is. Zelfs Zornik. Die term heeft niets meer te betekenen.”

enola: Voor een groepje van jullie kaliber hebben jullie een erg goeie festivalzomer gekend. Was er een groter plan of viel het jullie in de schoot?
De Decker: “Dat ging allemaal vanzelf. Sinds ons eerste optreden hebben we geen twee of drie weken zonder optreden gezeten. Dat bleef maar komen. Alsof mensen op ons zaten te wachten. Als ik er over nadenk: het is echt zot. Zonder boekingskantoor!”

enola: Tijd voor een plaat dus. Al druk aan het werk?
De Decker: “Die zou in maart moeten uitkomen. We zijn enkele weken geleden met de preproductie begonnen: ik neem alles zelf op, op kot in Hasselt. Acht tracks zijn al volledig opgenomen, maar daar gaan we nu nog veel speciale geluidjes bij smijten want het moet een hele gekke popplaat worden. Het wordt een fijne plaat, denk ik.”
Sunaert: “Wij zullen ze in elk geval tof vinden. Het werd wel tijd dat we een plaat hebben, zelfs al vinden veel mensen dat we snel zijn — we zijn immers nog maar twee jaar bezig. We hebben heel erg het gevoel dat dit hoofdstuk op plaat moet vastgelegd worden. De nummers die we nu hebben zijn ons te kostbaar om weg te smijten, dus moeten we dringend eens wat afwerken.”
De Decker: “Het wordt een plaat waar je of van houdt of die je haat. Sommige mensen gaan er stapelgek van worden, maar dat maakt het alleen maar grappiger. Zo hoort het immers. Ik wil geen muziek maken die iedereen gewoon “ok” vindt. Dat is het lelijkste dat je kunt zeggen over muziek.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − dertien =