Rumba






Vaak keken we naar ‘Sissie’ of ‘Lassie’, maar wat gingen die
zondagnamiddagen bij opa en oma op de sofa zoveel sneller voorbij
wanneer er een goede portie oude slapstick op televisie was.
Charlie Chaplin moest maar over zijn te grote schoenen struikelen
(of ze opeten) of mijn zussen en ik lagen al in een driedubbele
zeemansknoop. En even snel moesten we bijna bleiten
wanneer hij beteuterd van miserie door een boulevard struinde. Een
lach en een traan, soms zijn er niet veel woorden nodig. Dat moet
het trio Abel, Gordon en Romy ook gedacht hebben: voor hun tweede
langspeelfilm ‘Rumba’ recycleerden ze de lichaamstaal en gags van
de stille film komedies van Tati en Chaplin en stopten die in een
frisgewassen, fleurig clownspakje. Ze weefden er een dartel, uit
felgekleurde stofjes geknipt universum rond en voorzagen het van
een sexy soundtrack en humoristisch scenario. Klaar is Kees voor
een bijzonder origineel en grappig filmpje, zou je denken. Charmant
zeker, maar onze gulle bulderlach bleef netjes in de verpakking.
Werkt zo’n film dan alleen wanneer je zo piepjong bent dat je zelfs
‘Videodinges’ om over de grond te rollebollen vindt of schortte er
toch iets aan de prikkels die de Rumbadansers naar onze lachspieren
stuurden? Ik zet mijn geld op het tweede.

De rode draad van de film is vluchtig als een rumbadeuntje.
Fiona (Fiona Gordon) is lerares Engels op de lagere school. Haar
man Dom (Dominique Abel) werkt er ook als leraar lichamelijke
opvoeding. Allebei hebben ze een passie voor dansen en ze nemen in
het weekend aan verschillende danswedstrijden deel. Wanneer ze op
een avond weer eens met de trofee naar huis rijden, moeten ze
uitwijken voor een hopeloze zelfmoordenaar op de baan en rijden ze
hun auto in de prak. Fiona verliest hierbij een been, Dom zijn
geheugen. Dansen zit er niet meer in, maar het koppel probeert er
toch het beste van te maken. Maar hoe moet je van iemand houden als
je steeds vergeet wie ze is? En kan een eenbenige danseres ooit nog
het glas half vol zien? Hun vanzelfsprekende liefde wordt plots
heel broos. Hun bestemming vaag. De situaties behoorlijk
absurd.

De Canadese roodharige bonenstaak Fiona Gordon, haar al even
karikaturale Belgische man Dominique Abel en de Fransman Bruno Romy
(de koekendief uit de film) vormen een olijk trio met een
theaterverleden als clowns. En dat is eraan te zien: woorden laten
ze veeleer links liggen, liever laten ze de universele taal van het
lichaam spreken. Binnen het strakke, statische beeldkader creëren
ze situaties en laten ze choreografieën oprijzen waarin lichamen al
dansend met elkaar in dialoog gaan. Een been links in beeld dat een
arm rechts ten dans vraagt. Een koppel dat zich in hun wagen in
alle onmogelijke posities wringt om zich al rijdend te kunnen
omkleden. De drie kiezen voor een visueel naïeve, door theater
beïnvloede stijl, een amateurisme dat charmeert (bij het
camoufleren van haar verloren been stoppen ze hun truken
bijvoorbeeld niet weg) en een fysieke humor zoals we die in de
hyperrealistische cinema van dezer dagen maar weinig meer
tegenkomen. Het levert droeve en vrolijke sketches op tussen man,
vrouw en omgeving, die soms buitengewoon mooi zijn: wanneer Fiona
en Dom bijvoorbeeld van ontreddering even het hoofd laten hangen,
zien we hun schaduwen stiekem uit hun lichamen kruipen en een
sensuele rumba tegen de muur dansen. Een prachtig wensbeeld, maar
het blijft één van de weinige scènes die echt kriebels opruien.

Alles was voorhanden om er een prachtig originele film van te
maken: gekke karakterkoppen, een tof concept en een eigen visuele
stijl, alleen werkt de film niet als een geoliede machine in op de
lachstuipen. Qua humor kiezen de dansers vaak nogal voor de
gemakkelijke weg: de holderdeboldermoppen. Niets mis mee, dat is nu
eenmaal schering en inslag bij het genre waaruit ze putten, alleen
zijn de twee hoofdacteurs er niet helemaal voor in de wieg gelegd.
Wanneer Laurel en Hardy over elkaars benen vallen, dan is dat
grappig, zij hebben er de gave voor om dat héél spontaan te laten
lijken. Fiona en Abel hebben wel de juiste eigenaardige uitstraling
en karakterkoppen voor de rol, maar het blijven acteurs in een rol.
Clowns in een pak, geen personages met een persoonlijkheid. Wanneer
Fiona voor de klas de strijd aanknoopt met haar krukken, dan ziet
dat er niet echt spontaan uit. We zien een actrice die heel hard
haar best doet om te vallen, waar we een personage hadden moeten
zien dat heel hard haar best doet om recht te blijven staan.
Hetzelfde geldt voor de scène met het vuur of met de rode draad,
allemaal net iets te simpele humor en te geforceerd geacteerd. Hun
goede ideeën vroegen om een iets grondiger uitwerking of meerdere
repetities, want op enkele originelere moppen na (de boksles! de
zelfmoordenaar!), zijn de meeste sketches toch te braaf en soms
zelfs te lang uitgesponnen om de kijker vast te kunnen houden.
Lekker aas, maar niet vers en uniek genoeg om de visjes te doen
bijten.

Een hedendaagse burleske film, het was zeker geen slecht idee.
Als het koddige drietal de volgende keer net iets langer aan het
brainstormbord blijft staan, dan komen er vast veel betere ideeën
uit hun hoofden gedwarreld en zitten wij op de eerste rij klaar
voor ontvangst. Voorlopig stijgt de film inhoudelijk niet ver boven
een mooi georchestreerde act van erg goede cliniclowns uit, maar de
originele decors staan klaar, de leuke verpakking zit strak, nu nog
wat sleutelen aan de inhoud en we zijn vertrokken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + vier =