Le silence de Lorna




Regie en scenario : Jean-Pierre en Luc
Dardenne

Met : Arta Dobroshi,
Jéremie Renier, Olivier Gourmet, Morgan Marinne, Fabrizio
Rongione e.a.

Ze beginnen het te snappen, de Dardenne broers. Dat een sterke
formule pas levendig gehouden kan worden als je af en toe met iets
nieuws op de proppen komen. Hun filmformule – een rauwe,
naturalistische slice-of-life uit de Waalse onderbuik, gefilmd door
een observerend, pseudodocumentair oog – hebben ze met ‘Le Silence
de Lorna’ danig bijgestuurd. Les frères gaan voor het
eerst ongegeneerd de filmische toer op: de camera is nog nauwelijks
zo Parkinson als in hun begindagen en er zit zelfs een volwaardig
verhaal in de film, dat met zijn thrillerelementen en strakke
spanningsboog de dooie, zuiver bespiedende momenten van een
dreigende sublaag voorziet. Een derde Gouden Palm kregen ze er niet
voor, maar hun prijs voor ‘beste scenario’ in Cannes hebben ze dus
niet gestolen. Dubbel en dik verdiend eerder.

We bevinden ons in Dardennetown en dat betekent nog steeds
driedubbele miserie in pakskes. Lorna (Arta Dobroshi) is een
Albanese jonge vrouw, die in Luik een Belgisch paspoort heeft
verkregen door te trouwen met Claudy (Jéremie Renier), een junk die
al honderd keer heeft proberen afkicken. Ze droomt ervan om met
haar vriend Sokol een snackbar te beginnen en het sparen lukt
aardig. Haar taak zit er volgens haar maffiabaas Fabio echter nog
lang niet op. Hij heeft een tweede schijnhuwelijk voor haar
geregeld met een Rus die veel geld wil neerleggen voor een Belgisch
paspoort. Maar dan moeten ze natuurlijk eerst van Claudy afgeraken.
Het oorspronkelijke plan was om hem gewoon uit de weg te ruimen
(dat gaat sneller dan een scheiding), maar met haar wildgroei aan
schuldgevoelens doet Lorna er alles om toch maar die
scheidingspapiermolen rond te krijgen. Maar staat medelijden wel in
het woordenboek van de maffia?

Wat er ook gebeurt, Lorna blijft onder alle omstandigheden
zwijgen. Weggedrukte gevoelens die er in woorden niet uitkomen,
moeten op een andere manier het lichaam verlaten. Haar opgekropte
bol staat op ontploffen, maar ze blijft zwijgen. Zwijgen met lange
ij. Haar stilte werkt intrigerend, geeft de film een drukkende,
beklemmende sfeer, een drive die hem in een aardig tempo
vooruit pulseert. Het creëert ook een zekere afstand met de kijker.
Haar gevoelens moeten we afleiden uit haar daden. In de stilte ligt
haar verdriet, in het weggelatene de grootste gebeurtenis. Soms
wordt door die enkele weglatingen van cruciale actie iets pas
duidelijk in de volgende scène, moeten we even geduldig zijn. Maar
het scenario is meeslepend genoeg om die afstand op tijd te
overbruggen en die onderhuidse ophoping van gevoelens levert enkele
uitschieters van scènes op, vooral dan tussen Lorna en Claudy.
Wanneer Lorna hem bijvoorbeeld vraagt om haar te slaan en ze wacht
op een klap van hem of wanneer de twee in een wanhoopspoging in
elkaar verstrengeld raken, zie je de knetters bijna als vlooien
heen en weer springen…

Film heeft voor de Dardennes nog steeds voornamelijk een sociale
functie, maar met ‘Le Silence’ zitten ze aan hun kijkvriendelijkste
en toegankelijkste werkstukje tot nu toe. Door het gebruik van een
35 mm-camera is de cameravoering minder mobiel en dus ook veel
minder nerveus. De personages staan nog steeds centraal, maar het
is niet louter een observatie van hun handelingen. Geen Rosetta die
minutenlang met een haardroger op haar buik blaast dus. Het verhaal
speelt niet langer tweede viool: er gebeurt wel degelijk wat in ‘Le
Silence’, niet alleen onderhuids. Minder reportage en meer drama
dus. ‘Lorna’ wordt bovendien sterk geprikkeld met
thrillerelementen, wat hun aanpak filmischer en aantrekkelijker
maakt. De spanning snijdt bij momenten de adem af en zet dat ene
beestje in ons hoofd aan het werk: je wilt gewoon weten hoe het
afloopt. Zelfs voorzichtig wat muziek op de achtergrond blijkt geen
afbreuk te doen aan het hoog realistisch gehalte van de broers: we
zouden niet graag in de schoenen van het hoofdpersonage staan.

Maar hun allersterkste punt hebben ze gelukkig weten behouden.
Zo betrouwen ze nog steeds op hun feilloze intuïtie bij het kiezen
van hun actrices. Net als bij ‘Rosetta’ en ‘L’enfant’ slagen ze er
weer in om de geknipte, al dan niet ervaren actrice voor de rol te
vinden. Arta Dobroshi, afkomstig uit Kosovo, leerde in slechts twee
maanden Frans om deze hoofdrol het juiste accent en de juiste
inleving te geven. Ze maakt van Lorna een boeiend (voer voor
psychologen!) personage waarbij we de angst en wanhoop zo door haar
lijf voelen sidderen, met Dardenne-habitué Jéremie Renier naast
haar als meer dan overtuigende junk met buikkrampen. Zou die écht
geen drugsverleden hebben?

‘Le Silence de Lorna’ is de Dardennestijl revisited,
zeg maar. Een toegankelijkere, spannendere versie van meer van
hetzelfde. Terend op fantastische acteerprestaties van Dobroshi en
Renier, is dit duidelijk één van hun beste.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + drie =