Karen Knorr :: :: Fables, Elektriciteitscentrale

Karen Knorr. Geef toe, de naam alleen al werkt op de lachspieren. Maar ook haar werk heeft een humoristisch trekje, zoals we kunnen ontdekken in de Elektriciteitscentrale, waar momenteel de tentoonstelling Fables loopt.

De titel van de tentoonstelling zet ons al meteen op het verkeerde been. Fabels zijn verhalen waarin ”de mens zijn eigen ideologie, de specifieke karaktertrekken van zijn eigen vormen van sociale interactie en persoonlijke en sociale geschiedenis, in de taal van de metafoor, voortdurend formuleert en herformuleert”, zoals we op één van de muren van de tentoonstellingsruimte kunnen lezen. De foto’s van Karen Knorr, een Duitse fotografe die werkzaam is in Londen, vormen echter geen picturale fabels. Haar beeldtaal is een andere dan de parodie van de fabel.

Karen Knorr doet net het omgekeerde: zij portretteert de dieren niet als mensen, zoals in de fabel. Integendeel, ze rukt hen los uit hun natuurlijke habitat, en werpt hen in een menselijke omgeving. Zo heeft ze een reeks foto’s gemaakt voor het Musée Carnavalet, waar ze de dieren in het prestigieuze museum fotografeerde. Ze plaatst de dieren dus in de meest verheven context van het menselijke bestaan, de wereld van de kunst, die net de wereld is waarin de mens zich wezenlijk onderscheidt van het dier. De kunstwereld wordt op die manier scherp gecontrasteerd met de natuur. Met het nodige gevoel voor humor wordt de zwaarwichtige wereld van de verheven kunst in de foto’s van Karen Knorr gerelativeerd.

De fotografe voorziet haar werk van een ironische titels, en plaatst het in een mooi kader, voorzien van een gouden titelplaatje, zoals traditionele kunstwerken, wat slechts bijdraagt tot de ironie van het werk. Een voorbeeld van zo’n ironisch naamplaatje is The artist, the model, the art critic and the spectator. Het is een foto van een beeld (the model), een aap die naast het beeld zit (the artist) en een aap die het beeld aandachtig lijkt te bestuderen (the art critic). Waar is de toeschouwer dan? Dat zijn wij. De boodschap is duidelijk: wij zitten ons als apen aan het werk van Karen Knorr te vergapen.

De dualiteit tussen kunst en natuur is terug te vinden in alle werken van Knorr. Zo ook in het werk Pleasures of the imagination, waarin geen dieren gefotografeerd zijn, maar een man die naar een landschapschilderij kijkt. De titel van het werk verwijst naar de romantische kunst van de achttiende eeuw, waarin men de ervaring van het sublieme trachtte op te roepen. Onze verbeelding wordt hier echter niet geprikkeld door het pittoreske landschap op het schilderij, maar door de man die naar het schilderij kijkt. Wie is hij? Houdt hij echt van het schilderij, of wil hij zich slechts een imago van kunstkenner aanmeten? In de man herkennen we onszelf, en onvermijdelijk stellen we ons de vraag wat ons ertoe aanzet de foto’s van Karen Knorr te bekijken.

Dezelfde thematiek zet zich ook door in haar video’s: een vogelspin die over een schilderij kruipt, zwarte handen die een wit marmeren beeld strelen, een colloquium van honden. Haar video’s zijn echter minder geslaagd. Het is niet duidelijk waarom Karen Knorr ons twintig lange, traag afwisselende beelden voorschotelt, terwijl ze het talent heeft diezelfde thematiek in één krachtig beeld te vatten. Haar videowerk biedt geen meerwaarde.

Tussen alle foto’s en video’s die momenteel te bezichtigen zijn in de Elektriciteitscentrale, is de installatie What will we ever learn? het buitenbeentje. In de ruimte hangt slechts een openstaande kooi, terwijl we een merel het liedje Where have all the flowers gone? horen tsjilpen. Ook in dit werk vinden we dus de dualiteit tussen natuur en cultuur terug, maar Karen Knorr bewijst hiermee dat ze nog heel wat in haar mars heeft, en dat ze in staat is de haar kenmerkende thematiek in nieuwe beeldvormen te gieten. We kijken dan ook met belangstelling uit naar nieuw werk van Karen Knorr.

Fables is nog tot 28 september te zien in de Elektriciteitscentrale in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =