Rufus Wainwright, Koninklijk Circus :: 16 november 2007

“Het beste moet nog komen!” schreef goddeau als besluit op Release The Stars, de vijfde worp van Rufus Wainwright. Op die ene essentiële plaat is het inderdaad nog wachten, maar live staat Wainwright nu al op eenzame hoogte. Zijn passage in het Koninklijk Circus vanavond kende, letterlijk en figuurlijk, geen enkele valse noot.

Als er iets is waar popacts à la Robbie Williams of Clouseau een patent op hebben, dan zijn het wel de perfect afgestemde supershows waarmee ze live hun publiek inpakken. Wij daarentegen, houden meer van de botte bijl en hebben geen megaspektakel nodig. Een combinatie van beide klinkt evenwel aanlokkelijk, maar al bij al weinig realistisch. Enter Rufus Wainwright. Die blies vanavond meer dan twee uur lang het Koninklijk Circus omver met een perfect georchestreerde maar daarom niet minder intense en emotionele set.

Nochtans maken vooral de songs uit Release The Stars — Wainwright iets terughoudendere nieuwe album — de wacht uit vanavond,. Op “Tulsa” na passeert de hele plaat de revue. Openen doet de singer-songwriter met de titeltrack, meteen gevolgd door de prachtige single “Going To A Town”, waarin hij afrekent met thuisland Amerika en zijn nieuwe thuis Berlijn bezingt. Op zijn verwijfd bengelend handje na valt uit die eerste minuten zelfs amper af te leiden dat Wainwright een van de meest notoire homo’s van de hedendaagse muziekscene is. De zoon van Loudon Wainwright III gedraagt zich als een echte crooner en bespeelt zijn publiek met grappige anekdotes, terwijl zijn band daar telkens opnieuw perfect op inspeelt. Deze show klopt als een bus.

Het is trouwens niet omdat Wainwright vooral uit Release The Stars put dat hij zijn barokke muziekstijl zomaar overboord gooit. Integendeel, in het Koninklijk Circus (“It’s so great to be at the circus!”) gedijen hij en zijn zevenkoppige band perfect. Op tijd en stond zorgen twee flink uit de kluiten gewassen discobollen voor een uitgelaten schoolfuifeffect, terwijl Wainwright zelf het beste van Frank Sinatra combineert met het beste van, jazeker, Robbie Williams. Hij charmeert, bezweert, doceert en orchestreert tussendoor zijn band op zodanige wijze dat ze samen een perfect geoliede machine vormen. Vanavond geen uitschuivers, valse noten of haperende instrumentenwissels.

Temidden van de actie, die meer dan eens opera-achtige proporties aanneemt (al gelet op de knipoog naar The Phantom Of The Opera aan het einde van “Between My Legs”?), vindt Wainwright de tijd om zich solo achter zijn vleugelpiano te zetten voor een good old ballad, waarvan we vooral een schitterend “I’m Not Ready For Love” onthouden. Verder brengt hij ook vanavond hommage aan Judy Garland, nadat hij vorig jaar al Garlands optreden in Carnegie Hall in 1961 vlotjes overdeed. In de reguliere set blijft het wel bij een bloedstollend “If Love Were All”.

Voor de bissen keert raunchy Rufus terug in witte badjas. Daarvoor was hij een halve set gekleed in Oostenrijkse lederhosen, maar dat terzijde. Nadat hij in de badjas onder andere een krakende versie van het Franse chanson “La Complainte De La Butte” ten gehore brengt, zet Wainwright zich vooraan op een stoel en laat voor het eerst vanavond de flikker in hem loos gaan. Hij doet ringen en oorbellen aan, smeert lippenstift op zijn pijpmondje, gooit de badjas af en…ontpopt zich als een niet eens zo misse reïncarnatie van Judy Garland. Terwijl hij zo zijn versie van Garlands “Get Happy” overduidelijk playbackt, danst zijn band over het podium. Afsluiten doet Wainwright met “Gay Messiah”. Het was vast sterker dan hemzelf.

Perfectie is een woord waar wel eens een loopje mee genomen wordt, maar een andere beschrijving voor vanavond kunnen wij niet bedenken. Wat kan een optreden meer doen dan er op muzikaal vlak boenk opzitten en tegelijkertijd nog aan een stuk door boeien, begeesteren en ontroeren? Wainwright deed het vanavond allemaal. Misschien moet het woord om deze tour de force te beschrijven gewoon nog worden uitgevonden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 1 =