The Tragically Hip :: 28 september 2007, AB

The Hip krijgt vrijdagavond de Ancienne Belgique net voor drievierde gevuld voor hun enige concert op Belgische bodem. Niet tot de nok dus, al staat de zaal wel bol van testosteron. De Canadezen van The Tragically Hip blijken namelijk vooral wat oudere, echte, stoere binken met een peperkoeken hart aan te trekken. Bart De Wever wordt dan ook niet gespot vrijdagavond.

Een aantal jaren geleden speelden ze nog wel een sterke set op het Brugse Cactusfestival, maar een zaalconcert van The Hip op deze ongesplitste bodem was toch alweer een tijdje geleden. Dit vijftal knokt zich sinds 1983 wel al een stevige weg richting het niveau van bijvoorbeeld R.E.M., maar jammer genoeg valt het grote publiek niet en masse voor hun platen. Wraakroepend, ook omdat er niet naast hun concertreputatie en vooral het onstuitbare charisma van frontman Gordon Downie te kijken valt.

Zij die wel de weg vonden naar de AB krijgen anderhalf uur oerdegelijke rock. Af en toe dreigt het concert wat monotoon te worden, en we hebben ook de indruk dat het geluid niet optimaal de zaal werd ingestuurd. Met een man als Gordon Downie kan men echter wel naar een oorlog in verre gebieden. Als een bezetene raast hij over het podium, elk woord geeft hij een extra visuele punch. Vaak lonkt dan de pathetiek, maar voor dit soort gedrevenheid bestaat maar één woord: bezieling.

Van rustig inzetten is dan ook geen sprake. The Hip — notoire ijshockeyliefhebbers — gooien met "The Lonely End Of The Rink" de puck dan ook onmiddellijk overtuigend richting goalie. Zwierend met zakdoeken — er lijkt wel een speciale roadie mee te zijn om af en toe gezwind een nieuwe zakdoek naar het podium te gooien — probeert Downie zijn demonen in een houdgreep te krijgen. Het lukt hem even maar de plicht roept: "My Music At Work" klinkt door de gedrevenheid van de groep allesbehalve routineus. Met dit soort powerplay wordt het hoofdschudden en ritmisch voetstampen dan ook snel een hoofdactiviteit in de Brusselse muziektempel. Een enkeling steekt zelfs vol overtuiging zijn vuist in de lucht. Alsof er ergens een revolutie op til is.

Het concert is één langgerekt hoogtepunt, een overwinning voor de intelligente in your face-rock. Maar tijdens het fantastische "Courage (For Hugh MacLennan)" gaan de handen nog wat harder op elkaar. En ook "Ahead By A Century" — opgedragen aan de ladies in the room, natuurlijk waren ze er wel — zorgt voor kippenvel tussen de rechtstaande haren. Het beste bewaart de groep echter voor het einde: laatste bis "Blow At High Dough" is één langgerekte mokerslag op het gezicht die een face-off overbodig maakt.

Achttien nummers later (waarvan zes van de nieuwe en alweer uitstekende plaat) is het dan ook over. Downie blijft even enthousiast in zijn dankwoord, gooit na de bissen nog een hemels en ontroerend "Musiclovers, thank you thank thank you!" de zaal in en verdwijnt met een nieuwe zakdoek.

Meer moet het soms niet zijn. Meer hoeft het soms niet te zijn. Het gouden "Radio Nowhere" van Bruce Springsteen klinkt op de nachtelijke terugweg dan ook toepasselijker en passioneler dan ooit: "I want a thousand guitars/I want pounding drums/I want a million different voices/Speaking in tongues." Meer moet dat soms niet zijn.

DE FOTO’S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =