Elvis Costello & Allen Toussaint :: 17 juli 2007, Blue Note Records Festival, Gent

Het Blue Note Records Festival koos in 2007 voor heel wat namen die vaak weinig uitstaans hebben met klassieke jazz, het genre waar het uiteindelijk allemaal om draaide. Het concert van Costello & Toussaint op de slotdag van het festival was dan ook geen spek voor de bek van de jazzpurist, maar voor alle andere aanwezigen — en dat waren er (te) veel — was voor de bijl gaan de enige optie. Zelden zagen we een stel veteranen met zoveel overgave de grens van de twee uur overschrijden.

Het was op de voorlaatste dag van het festival al prijs met het achtkoppige San Francisco Jazz Collective, maar wat de Brit Elvis Costello en Allen Toussaint, de éminence grise van de New Orleans rhythm & blues, wisten te brengen met de hulp van een ritmesectie, gitarist, vierkoppige blazerssectie en oudgediende Steve Nieve op toetsen, oversteeg moeiteloos onze verwachtingen. Hier was geen sprake van routineus afhaspelen en luie makkelijkheidsoplossingen. De vurigheid en passie die bijna 140 minuten van het podium spatte, was de logische verderzetting van het plezier dat de betrokkenen vorig jaar moeten hebben gehad bij het opnemen van het uitstekende The River In Reverse.

De samenwerking kwam, in tegenstelling tot wat sommigen beweren, niet uit het niets. Costello verraste immers al in 1980 met een album vol soul- en r&b-geïnspireerde songs (Get Happy!), nam met Toussaint een Yoko Ono-cover op in 1983 en liet zich aan het einde van dat decennium bijstaan tijdens de opnames van Spike. De aanleiding voor het recent verschenen album was de ravage die orkaan Katrina in en rond New Orleans aanrichtte, en de manier waarop de regering Bush ermee wist om te gaan (of net niet). Het zal dan ook niet verbazen dat The River In Reverse naast een clash van creativiteit ook het nodige engagement aan de dag legde. Tijdens het optreden bleven de verwijzingen naar de ramp achterwege, al bleef het musiceren op het scherp van de snee intact tot de laatste song.

Het ging er onstuimig aan toe vanaf de eerste song “Wonder Woman”, meteen een introductie tot het typische New Orleans-geluid dat de toon van de avond zou bepalen. Als interculturele melting pot zorgde de stad voor een manier van muziek maken die even kleurrijk en frivool is als zijn eigen cultuur. New Orleans-r&b is ritmisch gezien minder statisch dan de noordelijke blues, weet zich vaak gestuurd door tussen jazz en soul laverende pianopartijen en grossiert in catchy blazerspartijen die de feestvreugde enkel maar vergroten. Opzwepende nummers zetten aan tot dansen tot in de vroege uurtjes, en het publiek bleek meteen bereid een paar uur mee te feesten.

De eerste helft van de set draaide rond Toussaints schrijverschap en het moet gezegd: songs als “A Certain Girl”, “Tears, Tears And More Tears” en “Who’s Gonna Help Brother Get Further?” zijn drie à vier decennia na hun ontstaan nog steeds onweerstaanbaar. Het zijn ook songs die door de blazerssectie ingekleurd werden met een indrukwekkend divers kleurenpalet. Gaandeweg werd het aandeel van Costello groter: het ging daarbij niet enkel om zijn (uitstekende) bijdragen aan het album, zoals de aanstekelijke “International Echo” en het met theatraliteit spelende “Ascension Day”, maar net zo goed om oldies in een nieuw jasje als “Poisoned Rose”, “Watching The Detectives” en zowaar een verrassend “Pump It Up”, dat de set afsloot.

De zaal stond op z’n kop en kreeg er nog een bisronde van veertig minuten bovenop die de intensiteitsmeter zo mogelijk nog wat meer in het rood joeg. “I Want You” mag intussen wel kapotgespeeld zijn, de versie die Costello en Nieve brachten, was ronduit overdonderend (zelfs het geleuter aan de bar viel stil) en vormde de aftrap voor een verdere trip doorheen ’s mans oeuvre: “Clubland” en “Alison” balanceerden op de grens tussen geniaal en pure barok, soulklassieker “I Can’t Stand Up (For Falling Down)” werd gebracht alsof het een eigen compositie was, “Fortune Teller” ging de strijd aan met de versie van The Who en met een ingetogener “The Sharpest Thorn” werd het afscheid stijlvol afgerond.

De slotdag van het Blue Note Records Festival was een meer dan waardig vervolg op het al even geslaagde Coltrane-eerbetoon een dag eerder. Voor Toussaint (voor velen niet meer dan een naam) was het een verdiend koninklijk onthaal en voor Costello een bevestiging en misschien wel de beste performance die we hem tot nog toe zagen geven. Grote klasse.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =