1990s :: ”Interviewers vinden ons altijd aardig”

Afzichtelijk, en dat is dan nog een zeer vriendelijke beschrijving van het gebit van 1990s-frontman Jackie McKeown. Hij oogt wat sjofel, net als zijn kompaan, bassist Jamie McMorrow. Nog geen twee jaar geleden waren ze aan de slag als respectievelijk bordenwasser en schappenvuller. Niet bepaald topjobs.

En nu zijn ze plots bescheiden rockidolen. Het kan soms snel gaan. Muzikaal bleek er in ieder geval niet bijster veel vernuft voor nodig. Debuutalbum Cookies grossiert in weinig genuanceerde teksten en simpele gitaarriffs, om zo tot een wat primaire variant van rock-’n-roll te komen. Niet al te intelligente muziek dus, en dat ontkent het tweetal ook niet.

Jackie McKeown (zang, gitaar): Intelligente muziek, moet dat? Bij ons gaat het vaak over dingen die mensen ons vertellen, of iets dat we zelf meemaken op een of ander feest. Het is uit het leven gegrepen: geen spectaculaire dingen, gekke verhalen of iets overdreven diepzinnigs.

enola: Er worden niet bepaald krachtige statements gemaakt op Cookies.
McKeown: "Ik wil niet dat een plaat me vertelt wat ik moet denken. Mijn politieke standpunten worden mij niet ingegeven door platen, daarvoor zijn er kranten of de televisie. Ik vind het niet gepast om je met 1990s een bepaald standpunt aan te praten."
enola: Veel bands denken daar toch anders over. Er zijn er weinig die niet zo nodig een statement tegen Bush moeten maken.
McKeown: "Die bands durven dan ook wel eens te vergeten dat het oorspronkelijke doel van rock-’n-roll was om mensen te entertainen. The Beatles of Buddy Holly waren ook niet de grote denkers van hun tijd. Het publiek een fijne tijd laten hebben, daar draaide het om. Geen probleem dat bands nu iets willen meegeven hoor, maar het hoort gewoon niet bij ons. Wij willen ons niet intelligenter voordoen dan we zijn."

enola: Jullie gebrek aan statement is eigenlijk een statement, zo te horen.
McKeown: (lacht) "Mensen amuseren zich op onze muziek. Niet moeilijk ook: er is heel wat gebeurd de afgelopen jaren. De oorlogen in Afghanistan en Irak zijn niet uit het nieuws geweest, er was het terrorisme, … Wat afleiding kan dan wonderen doen."
enola: Leve Bush!
McKeown: "Niet dat we alles verschuldigd zijn aan Bush, maar kwaad heeft zijn politiek het succes van onze muziek niet gedaan. Er was nood aan een zeker escapisme."
McMorrow: "Neem nu Radiohead. Goede band hoor, daar niet van , maar constant: ’Mijn leven is slecht, en het jouwe ook. Er is iets mis met deze wereld.’ Dan ga je denken: ’Hé stop. Zo slecht is mijn leven toch niet?’ En als dat wel zo is, dan moet dat niet benadrukt worden."

enola: Het is natuurlijk wel gemakkelijk praten als fulltime rock-’n-rollsterren.
McKeown: "Zo veel geld verdienen we niet. Nog niet zo heel lang geleden waren we nog gewoon rekken aan het vullen in een grootwarenhuis. We hebben nu de kans Brussel te zien, gewoon omdat we enkele leuke nummers geschreven hebben. Dat is toch geweldig? Normaal moet je eerst een fatsoenlijke job zoeken, voldoende geld sparen, en dan kan je pas Brussel bezoeken. Maar even voor alle duidelijkheid: we voelen ons geen rock-’n-rollsterren of zo."

enola: Het is wel enorm snel gegaan voor de band.
McKeown: "Eigenlijk was het de bedoeling om met de band op zogenaamde house-parties te spelen. Dat zijn feesten in iemands woonkamer, vaak op het randje van het legale en nogal een zweterige bedoening. Maar net voor ons eerste optreden op zo’n house-party, belde een club ons om te vragen of we zin hadden om daar op te treden. Toen ging de bal aan het rollen, en de ene na de andere club belde. Na een optreden of zes werden we plots getekend door ons label, Rough Trade. Van die house-parties is dus niets meer in huis gekomen. Jammer, alleen al naar zo’n feesten gaan is enorm leuk."
enola: Na zes optredens getekend worden door een label als Rough Trade. Indrukwekkend.
McKeown: (serieus) "Ze hielden dan ook van ons. We zagen er blij uit. En als zo’n label je wil tekenen, dan twijfel je niet."
enola: Smaakte dat snelle tekenen ook niet een beetje wrang? Voor 1990s was er The Yummy Fur, jullie vorige band (met leden van Franz Ferdinand). Ondanks de cultstatus van deze band, is er nooit sprake geweest van een overrompelend succes. Dan doe je met 1990s enkele optredens, en gaat het opeens wel allemaal enorm snel.
McKeown: "Met The Yummy Fur hebben we acht jaar opgetreden. Het was leuk: toffe mensen ontmoet, eens goed gelachen. Maar de sfeer in 1990s is toch helemaal anders. Iedereen komt goed overeen, wat bij The Yummy Fur niet altijd het geval was. We zijn vaak van bezetting veranderd en op den duur was de rek er wel een beetje uit."
enola: Maar daarmee is de vraag nog niet beantwoord…
McKeown: "Laat het me zo stellen: er is maar één band waarmee ik wil doorbreken, en dat is 1990s. Alleen al omdat de sfeer nu optimaal is en ik er een goed gevoel over heb. Echt wrang smaken doet het dus niet. Ik denk dat er bij The Yummy Fur ook minder draagvlak was voor een doorbraak. Het was allemaal wat experimenteler, wat artistieker."

enola: Bij 1990s lijkt ’artistiek verantwoord’ inderdaad niet het credo. Vanwaar komt de inspiratie?
McKeown: "Lou Reed, Television, Big Star, noem maar op. Niet dat we proberen nummers zoals die bands te maken, maar we komen altijd uit op een resultaat dat in het verlengde daarvan ligt."
McMorrow: "Vaak beginnen we met een titel, en werken we vandaar uit verder. De ene komt af met een baslijntje, daarna gaat de drummer aan het werk, en zo komen we uiteindelijk op een song uit. En als dat nummer dan wat seventies aandoet, ja… toeval zal dat wel niet zijn zeker? Iedereen heeft zo zijn invloeden."

enola: Opmerkelijk trouwens dat jullie de Rolling Stones niet vermelden.
McKeown: "Dat ligt dan ook te veel voor de hand."
enola: Zijn jullie met de band begonnen met het opzet net niet die artistieke, moeilijke muziek te maken, maar enkel die Stones-achtige rock te brengen?
McKeown: "Vooraf was er niet bepaald een opzet. Er was Can."
enola: Can?
McKeown: "We zijn begonnen als backingband van voormalig Can-zanger Damo Suzuki. Die verkaste indertijd van Chicago naar Glasgow en had dus nood aan een nieuwe band achter zich. Nu moet je weten dat Suzuki ellenlange improvisaties brengt. En wij moesten dan maar mee improviseren achter hem op het podium. Althans, dat was het plan. Maar stiekem repeteerden we wel vooraf, en toen merkten we dat het wel goed zat tussen ons drieën."
"We waren eigenlijk een goede band zonder songs. Het merendeel van de bands is slecht, maar heeft wel een paar goede songs. Wij waren dus het omgekeerde. We besloten ons dan maar op de songs toe te leggen en zijn gekapt met dat backingband-gedoe."

enola: Nog een opmerkelijke naam in jullie ontstaansgeschiedenis: voormalig Suede-gitarist Bernard Butler. Hoe past die in het plaatje?
McKeown: "Hij heeft onze plaat geproduceerd."
enola: Suede en 1990s liggen muzikaal toch ver uit elkaar?
McKeown: "Als producer werkt hij nochtans ook met The Cribs of met Sons & Daughters, en die bands staan ook niet bepaald dicht bij het typerende Suede-geluid. Maar verder: Butler koos ons, wij kozen hem niet. Hij had echt zin om de plaat te producen: het materiaal beviel hem. En hij heeft het blijkbaar wel voor Glasgow."
"Butler heeft heel wat bijgedragen. We zijn een drietal en hebben een tamelijk "leeg" geluid. Je kunt dus heel wat richtingen uit in de productie, er is ruimte om te manoeuvreren. Arcade Fire heeft bijvoorbeeld een veel voller geluid. Als producer kan je je daar beter beperken tot het pure vastleggen van dat alles. Bij ons kon het geluid nog wat interessanter gemaakt worden."
"En nee, dat klinkt niet bepaald rock-’n-roll, maar zoveel is er ook nu weer niet veranderd. Een heel stel songs, zoals "Cult Status" of "Weed", staan er gewoon op zoals we ze een paar keer gespeeld hebben. Maar soms zag je Butler ook grijnzen. Dan wisten we: hier gaat geknipt en geplakt worden. Dat gebeurde bijvoorbeeld in "Situation". Maar al bij al denk ik niet dat ons geluid echt enorm veel opgesmukt is."

enola: Glasgow lijkt trouwens de bakermat van de indierock?
McKeown: "Er is daar inderdaad een heel levendige alternatieve muziekscène. Zeker in de late jaren negentig zat iedereen in bands. Ik denk even aan Mogwai, Franz Ferdinand, Sons & Daughters, Belle & Sebastian, Teenage Fanclub, en dat zijn er maar een paar. Iedereen kent iedereen, en we gaan samen graag eens een pint drinken."
enola: Waarom is er zo’n scène in Glasgow, en in pakweg Brussel niet?
McKeown: "Hoewel Glasgow een relatief grote stad is, is dat hele scènegebeuren geconcentreerd rond dezelfde vier cafés. Daar komt iedereen samen, en na een paar jaar ken je dan ook iedereen. Maar het blijft natuurlijk wel verwonderlijk waarom men muziek is beginnen te maken en in bands is gegaan."
"De stad heeft wel enige traditie van zelf muziek maken: voor entertainment zorgen voor geen geld. Het is in ieder geval beter dan alleen thuis zitten. En aan het drinkwater zal het al niet liggen. Er zijn natuurlijk nog die beruchte house-parties, waar we dus nooit gespeeld hebben. Er zitten best wel wat muziekliefhebbers in Glasgow. Die hebben ons serieus vooruit geholpen."

Heeft de Britse pers daar niet een en ander mee vandoen gehad?
McKeown: "Lovende kritieken krijgen helpt, dat ga ik niet ontkennen. Maar er is nooit een grote perscampagne geweest of iets dergelijks. We hebben al heel wat interviews gedaan. En wat merken we: interviewers vinden ons aardig. Daardoor krijg je betere kritieken. Maar nogmaals: het is niet alsof we à la Arctic Monkeys plots bedolven werden onder de media-aandacht."

Ook Kaiser Chiefs werd door de Britse pers ooit de hemel ingeprezen. Hoewel er muzikaal niet al te veel veranderd is, wordt die band nu bij momenten afgemaakt.
McKeown: "Als dat bij ons gebeurt, dan moeten we dat maar accepteren. Hoe groter je wordt, hoe minder de alternatieve pers je aardig vindt. Tegen die tijd moet je dan maar hopen dat je voldoende fans hebt om ertegen te kunnen. Dan heb je de NME niet meer nodig."
"Ik denk wel niet dat de meeste mensen NME voor honderd procent vertrouwen hoor. Er wordt ook veel opgepikt van MySpace. Dat is een grote invloed voor veel bands, maar niet voor ons, denk ik. Een aardig medium wel, maar wat betekent het precies om er twintigduizend vrienden te hebben? Ik surf er wel graag rond."

enola: Het internet zal inderdaad het succes van de band niet maken.
McKeown: "En waarom denk jij van niet?"
enola: Probeer maar eens op de term 1990s te googelen.
McKeown: (lacht) "Dat is waar. Wij moeten hard werken, dus dan moet de journalist ook maar zijn best doen om wat informatie over ons bij elkaar te krijgen."

enola: Waarom eigenlijk die naam?
McKeown: "Veel andere opties waren er niet. 1930s zou te cool geweest zijn; dan denkt iedereen aan het Russische expressionisme. 1940s was gewoon te fout. Dan restten nog 1950s, 1960s, 1970s en 1980s, maar daarmee zouden we onze muziek te veel vastpinnen. We hielden gewoon van de klank ’1990s’."
enola: Het blijft een vreemde naam.
McKeown: "Mensen vinden het vaak vervelend. Ze denken dat we de tijdsgeest becommentariëren. Dat doen we dus niet. De pers durft ons wel erg hard op die naam aanpakken, maar er zit geen statement in. Dat vat de band misschien wel mooi samen: we bedoelen er echt niets mee, heus waar."

1990s speelt op Dour (zondag 15 juli) en Pukkelpop (donderdag 16 augustus).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =