1990s :: Cookies

Het staat prominent op de website van de drie Schotten vermeld: zonder de “The” vooraan en zonder de apostrof achteraan. Dus niet The 1990’s, zoals nauwelijks voorbereide perslui abusievelijk wel eens durven neerpennen. Het bekt natuurlijk wel lekkerder met die “The” ervoor, maar neen, niets van.

Het is simpelweg 1990s, en het weglaten van de “The” is zowat het enige wat de band onderscheidt van de eindeloze reeks hippe gitaarrockbandjes uit alle hoeken, portieken en open riolen van New York en Londen. Verder klinken de drie exact zoals hun bandnaam doet vermoeden: ergens tussen The Rolling Stones en The Blackbox Revelation in.

Niet dat dat erg is: in de stinkende oksel van de rock-‘n-roll is het aangenaam vertoeven. En dat weten de drie maar al te goed. Zij hebben immers de heerlijke odeur van faam al kunnen ruiken met hun vorige bands. Zanger Jackie McKeown en bassist Jamie McMorrow waren twee constanten in de line-up van The Yummy Fur, indierockers met cultstatus. Het postpunkgeneuzel van die band is nog steeds erg bekend in de kunstacademiekringen van thuisbasis Glasgow. Niet moeilijk ook: voormalig bandlid Alex Huntley (lees: Alex Kapranos) is samen met nog zo’n oud lid, Paul Thompson, ondertussen vrolijk bezig aan een verovering van de wereld met het illustere Franz Ferdinand.

Ook drummer Jamie McGaughrin heeft een verleden bij een lokale glorie: V-Twins. Daarmee speelde hij wat meer rechttoe rechtaan rock-‘n-roll, en dat is ook wat 1990s voor ogen staat. Al van in het begin staan de neuzen van de sympathieke Schotten in die richting, en dat is allemaal de schuld van Damo Suzuki. De drie hebben elkaar pas goed leren kennen toen ze in de backingband van de voormalige Can-zanger eindeloos mee moesten priegelen met de keelklankexperimenten. Leuk voor twee concerten, maar toen werd besloten de nummers niet langer dan vier minuten te rekken en moest Suzuki op zoek naar nieuw functioneel geluidsbehang.

Nummers komen stommelings tot stand in de oksel van rock-’n-roll. En dat hoort zo. McKeown betrapt zichzelf er wel eens op enkele sensicale en relatief rijmende zinnen voor zich uit te mompelen die worden opgepikt door drummer en bassist, en meer is er niet nodig voor een nummer. Er is geen achterliggend idee, geen verklaring of geen sneer aan de buitenlandpolitiek van de VSA bij monde van een stel Zwitserse alpenhorns. Neen, het is allemaal erg artisanaal. Maar zo deden de Stones het ook. Luister maar eens naar “Cult Status”, dat zo van een obscure Jagger/Richards-bootleg zou kunnen komen.

“You Made Me Like It”, de opener van de plaat, lijkt uit de magische sixties weggelopen te zijn. Catchy rock is het, zo clichématig dat niets meer dan beate bewondering op zijn plaats is voor de inventieve kopieerkwaliteiten. Tof nummer dus, wat ook gezegd kan worden van het op T-rex geënte “You’re Supposed To Be My Friend”. The Fratellis zouden er ook mee uit de voeten kunnen. “Enjoying Myself” moet het vooral hebben van een uiterst puberale lolbroektekst, maar dat past de band wonderwel.

Plaat van het jaar? Verre van, maar deze band steekt gegarandeerd live de boel in de fik met een aantrekkelijke mix van gemakkelijk te verhapstukken teksten en licht verteerbare retro-rock-‘n-rollritmes. Daarenboven slagen de drie erin een stuk minder irritant te zijn dan The Fratellis, waarvoor hulde. Deze plaat is dus op puberformaat gemaakt, en daar kunnen heel wat innerlijke etterbakjes niet anders dan dankbaar om zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − tien =