Iraq For Sale :: The War Profiteers




75 min. / USA
/ 2006

Niet veel mensen schijnen er zich bewust van te zijn hoe lang
Robert Greenwald al actief is in de filmindustrie. De man heeft
sinds de jaren zeventig ontelbare televisiefilms gemaakt, zowel als
regisseur als producent, en was zelfs de maker van – hou u vast –
‘Xanadu’ met Olivia Newton-John. Sinds het uitbreken van de
Irakoorlog heeft de man zich echter volledig op de documentaires
gestort. Michael Moore krijgt misschien de meeste internationale
aandacht, maar qua productiviteit en politiek-linkse begeestering
moet Greenwald niet voor hem onderdoen. Met ‘Uncovered: The Whole
Truth About the Iraq War’, ‘Outfoxed: Rupert Murdoch’s
War On Journalism’
, ‘Wal-Mart: The High Cost of Low Price’ en
nu deze ‘Iraq For Sale: The War Profiteers’ heeft hij zichzelf niet
alleen geprofileerd als een welbespraakt en duidelijk bevlogen
criticus van de Amerikaanse politiek, maar ook als een fervent
liefhebber van het dubbelpunt.

Ditmaal richt hij zijn pijlen op wat je de privatisering van de
Irakoorlog kunt noemen: veel van de Amerikaanse activiteiten in
Irak worden immers niet uitgevoerd door legerpersoneel, maar door
privébedrijven die daarvoor een contract met de overheid hebben
gekregen. Zo zorgt de gigant Halliburton voor voedselverdeling en
transport van materiaal. Blackwater is een beveiligingsagentschap
dat veelal ex-militairen inhuurt om tegen betaling voor extra
veiligheid te zorgen. Een bedrijf als CACI wordt dan weer ingehuurd
om tolken te leveren voor ondervragingen in onder andere Abu
Ghraib. Die contracten zijn miljoenen, soms zelfs miljarden waard
en worden, volgens deze film, op twee manieren toegekend. Ofwel
gaat de job naar de laagste bieder, degene die beweert dat hij de
klus op de goedkoopste manier kan klaren. Ofwel gaat hij naar een
bedrijf dat op de één of andere manier politieke banden heeft met
de huidige regering. Is het een toeval dat Dick Cheney vroeger de
CEO van Halliburton was?

Beide methoden hebben zo hun nadelen voor de gewone soldaten in
Irak. Wanneer een beveiligingsfirma als Blackwater een contract van
meer dan 20 miljoen dollar in de wacht wil slepen door voor dat
geld toch maar zoveel mogelijk aan te bieden, dan weet je dat ze
ergens moeten besparen. Op veiligheid, bijvoorbeeld. We zien de
familie van enkele Blackwater-werknemers die in 2004 werden
vermoord en verbrand door de Irakezen – hun verminkte lichamen
werden vervolgens opgehangen en de foto’s gingen de wereld rond als
een staaltje van de gruwelijkste oorlogsmiserie. “Onze zoon werd de
gevaarlijkste stad ter wereld ingestuurd zonder een gepantserd
voertuig, wapens of zelfs maar een kaart,” horen we een familielid
zeggen.

CACI stond dan weer in voor de ondervragingen in Abu Ghraib en
wordt hier zwaar onder vuur genomen omdat ze enerzijds incompetent
waren – “Veel van hen spraken nauwelijks Engels,” zegt een getuige
– en anderzijds omdat ze deelnamen aan de systematische marteling
en vernedering van de gevangenen. Een ex-gevangene getuigt dat hij
met vijf anderen op een rij werd gezet. Een touw werd aan hun penis
gebonden en vervolgens werd de eerste omver geduwd. Lacheuu. Vooral
als je weet dat werknemers van privébedrijven niet onder dezelfde
wetgeving vallen als gewoon Amerikaans militair personeel.
Consequenties? Welke consequenties?

En dan is er nog Halliburton, die materiële ondersteuning dient
te leveren aan de troepen en nooit een concurrent heeft gehad voor
dat contract. Gevolg: hoe meer ze uitgeven, hoe meer ze betaald
worden door de overheid. Terwijl de soldaten meer dan een uur in de
rij staan om te eten te krijgen en hun was nog vuiler terugkomt dan
ze hem hebben meegegeven, organiseert Halliburton oriëntatiesessies
voor z’n werknemers in luxehotels en rekenen ze zo’n 75 dollar door
aan de overheid voor een blikje cola. Ka-tsjing,
indeed.

Oorlogsprofiteurs hebben er altijd al bestaan, maar met de
tijden worden ook de methodes geavanceerder en cynischer.
Halliburton stak zo’n 18 miljard op zak voor diensten waar de
soldaten in de praktijk niets aan hadden en de regering laat
betijen omdat ze de campagnebijdragen goed kunnen gebruiken.
Ondanks mooie woorden over humanitaire hulp en het veilig stellen
van de wereld voor de democratie, blijft het toch altijd eerst
uitkijken voor het eigen profijt. Er wordt tegenwoordig geen oorlog
meer gevoerd waar niets aan te verdienen valt.

Greenwald lijkt, aan zijn documentaires te oordelen, over een
sterke academische geest te beschikken. Waar Michael Moore nog wel
eens improvisatorisch van het éne punt naar het andere durft te
zwalpen, ondertussen continu sterk subjectieve commentaar gevend,
is Greenwald gestructureerder in zijn aanpak. Hij heeft een thesis
en die probeert hij vervolgens te bewijzen via een heldere
opeenvolging van feiten. Hier werkt hij eigenlijk de drie grote
boosdoeners zoals hij die ziet, één na één af. Blackwater, CACI en
Halliburton. We krijgen te horen wat die bedrijven doen, hoeveel ze
verdienen aan hun aanwezigheid in Irak en wat de gevolgen zijn van
hun aanwezigheid daar voor de soldaten en de belastingbetaler
thuis. Een eenvoudige opbouw van feiten en interpretatie, die
ervoor zorgt dat een potentieel ingewikkelde materie glashelder
wordt uitgelegd. Een minder leuk gevolg van die aanpak is wel dat
‘Iraq For Sale’ na een tijdje nogal belerend gaat aanvoelen. De
humor van bijvoorbeeld een ‘Fahrenheit 9/11’
ontbreekt er hier aan – Greenwald is intellectueel eigenlijk meer
verantwoord bezig, maar Moore maakt de betere films.

Dat laatste merk je ook aan het feit dat ‘Iraq For Sale’ na een
tijdje in herhaling begint te vallen. Quasi hetzelfde scenario doet
zich immers voor bij de drie bedrijven die onder de loep worden
genomen, en tegen de tijd dat Greenwald aan Halliburton is
aangekomen, weten we dan ook al wel ongeveer wat we kunnen
verwachten. Dat maakt de conclusies van de prent er niet minder
schrijnend om, natuurlijk, maar je moet nu eenmaal een evenwicht
vinden tussen een onderhoudende film en een zuiver didactisch
hulpmiddel.

In ieder geval zien we hier een cineast aan het werk met een
overtuiging en de intelligentie om die op een heldere en relevante
manier aan de man te brengen. Robert Greenwald, we salute
you.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + dertien =