To Kill a Mockingbird

Zowel in boek- als in filmvorm is ‘To Kill a Mockingbird’ niet
alleen een voorbeeld van knappe, sociaal bevlogen fictie, maar
vooral ook van goede timing. Harper Lee schreef de roman (haar
enige) in 1960, de film kwam twee jaar later uit. Dit was het begin
van het Kennedy-tijdperk, waarin zwarten en blanken in de VS in
principe nog steeds een gesegregeerd leven leidde: zwarten gingen
niet naar blanke scholen, ze deden zelden of nooit dezelfde jobs,
ze werden minder betaald en zeker in de zuidelijke staten moesten
ze verdomd goed op hun tellen passen. Maar stilaan begonnen er
dingen te broeien: Martin Luther King liet van zich horen, de NAACP
(National Association For the Advancement of Coloured People) kwam
op gang en de nieuwe president had een (voor die tijd) sterk
liberale agenda waar het rassenkwesties betrof. Kortom, het was nog
steeds erg gesteld, maar er was een zekere verbetering op komst.
‘To Kill a Mockingbird’ functioneert nu nog steeds als een
barometer voor die overgangsperiode, niet alleen fascinerend door
de inhoud, maar ook door de omstandigheden waarin het boek werd
gepubliceerd en de film werd gemaakt.. Het was niet zomaar een
roman over racisme, geschreven door een blank-liberale vrouw met
een schuldgevoel, zoals ‘Uncle Tom’s Cabin’ dat een honderdtal jaar
eerder was geweest. Harper Lee was een zuiderlinge, opgegroeid in
Alabama, en als dusdanig was ze geen buitenstaander die een oordeel
velde over een regio van het land waar ze nooit geweest was – ‘To
Kill a Mockingbird’ was een staaltje doodeerlijke zelfkritiek Geen
wonder dan dat haar boek in bepaalde delen van het land niet
hartelijk werd onthaald, ongeacht het feit dat ze er in 1961 een
Pulitzer voor kreeg.

Gregory Peck speelt Atticus Finch, een rechtschapen advocaat in
het stadje Maycomb in Alabama, ergens in de jaren dertig. Sinds de
dood van zijn vrouw enkele jaren eerder, moet Atticus alleen voor
zijn twee kinderen Jem en Scout zorgen, wat hij probeert te doen
via een morele code die even eenvoudig als onbreekbaar lijkt. We
leren Atticus kennen als een onkreukbare figuur die al lang geleden
heeft besloten volgens welke waarden hij z’n leven wil leiden en
daar nu nooit van afwijkt. Vanuit die mentaliteit neemt Atticus ook
de verdediging op zich van Tom Robinson, een zwarte man die wordt
beschuldigd van de verkrachting van een blank meisje. De
plaatselijke bevolking, met de vader van het meisje, Bob Ewell, op
kop, staan al klaar om Robinson te lynchen, maar Atticus roept op
tot kalmte tot het proces begint. Tijdens dat proces wordt het
overduidelijk dat Robinson onschuldig is, maar het blijft de vraag
of dat voldoende is om een zwarte de vrijspraak te bezorgen in het
zuiden tijdens de depressie.

Voor wie het verhaal niet kent, lijkt dat op de plot van een
courtroom drama, maar de film besteedt hooguit twintig
minuten aan het eigenlijke proces van Tom Robinson. ‘To Kill a
Mockingbird’ is in de eerste plaats een verhaal over kinderen die
stilaan groot beginnen te worden in de context van het racistische
zuiden. De hele film is (net als het boek) gestructureerd vanuit
het standpunt van de kinderen van Atticus, en dan vooral vanuit dat
van Scout, een meisje van zes jaar. Aan het begin van het verhaal
zien de kinderen de wereld in de eenvoudige termen van goed en
kwaad die hen worden aangeleerd door hun vader: de mensen uit de
omgeving zijn in principe goede mensen die hen allemaal goed gezind
zijn, een nieuwe jongen in de buurt wordt automatisch een vriendje
en veel slechts lijkt er niet te bestaan, of het moest al die éne
kregelige buurvrouw zijn of dat éne enge huis waarin Boo Radley
woont, een mysterieuze jongen die nooit buiten komt en naar
verluidt zo gek als een deur is. Het universum van Jem en Scout is
simpel, met véél goed en weinig kwaad.

Naarmate het verhaal vordert, fungeert de zaak Robinson als een
wake up call voor de kinderen om althans iets volwassener
te worden en in te zien dat mensen ambigu kunnen zijn en dat het
goede niet altijd wint. Een sleutelmoment in de film is Atticus die
tegen Scout zegt: “Je moet proberen om je te verplaatsen in andere
mensen. Pas als je dat doet, kun je een oordeel over hen vellen.”
Dat is wat de kinderen leren te doen, en de conclusie die ze
bereiken is dat goed en kwaad wel degelijk bestaan, maar dat ze
niet altijd liggen waar je zou denken.

Het is knap dat in de hele film dat perspectief maar tweemaal
(allicht bewust) wordt verbroken, in twee scènes die allebei vroeg
in de film voorvallen. De eerste is er één waarin de plaatselijke
rechter aan Atticus vraagt om de zaak Robinson op zich te nemen –
Jem en Scout liggen op dat moment in hun bed en kunnen hier dus
niets van weten. De tweede komt er wanneer Bob Ewell, de vader van
het slachtoffer, na de voorleiding van Robinson naar Atticus
toegaat en hem een “nigger lover” noemt. Ook hier zijn de
kinderen niet aanwezig – dat is een breuk met de structuur, maar in
beide gevallen wordt er informatie gegeven die we als kijker
absoluut nodig hebben. ‘To Kill a Mockingbird’ speelt de hele tijd
lang op een erg slimme manier met de tegenstelling tussen wat de
kijker weet en begrijpt, en wat Jem en Scout weten en begrijpen. We
zien in principe alleen wat zij zien, maar als volwassenen geven we
er een andere betekenis aan dan zij. Tijdens het eerste uur van de
film lopen we dan ook continu vóór op de vertelinstantie van de
film. Wij weten wel dat Boo Radley de kinderen echt niet plots zal
komen pakken, wij begrijpen waarom Atticus met zijn rechtzaak de
rest van het stadje dreigt te vervreemden, maar de kinderen niét.
Het is pas na de sequens in de rechtzaal dat de kinderen het
publiek als het ware bijbenen. We zien nog steeds alles vanuit hun
perspectief, maar nu zijn de koters méé. Ze hebben het gesnapt.

Een kritiek die vaak werd geuit op zowel boek als film, is dat
het verhaal neerbuigend zou zijn tegenover zwarten, omdat het toch
weer een nobele blanke is die de hulpeloze zwarte ter hulp moet
komen. Maar dat lijkt me ten eerste historisch geen geldig argument
– in de jaren dertig stonden zwarten effectief hulpeloos tegenover
een door blanken bepaald rechtssysteem. En ten tweede suggereert de
afloop van de film dat Harper Lee niet van plan was om zichzelf op
de borst te kloppen en te zeggen: “Kijk eens hoe liberaal ik wel
ben.” In die mate wilde ze het verhaal niet romantiseren, en dat
doet de film dus ook niet.

Gregory Peck levert waarschijnlijk zijn beste prestatie als
Atticus Finch, een man die aanvankelijk enigszins ongeloofwaardig
lijkt, omdat zijn rechtschapenheid bijna zijn menselijkheid en alle
mogelijke zwaktes overschaduwt. Maar zowel zijn gedrevenheid
tijdens zijn eindspeech op het proces en zijn subtiele vertolking
tijdens de laatste scène, waarin Atticus voor het eerst tegen zijn
principes in handelt, geven aan dat er onder dat onbewogen
uiterlijk wel degelijk verschillende niveau’s aanwezig zijn. De
setting en de sfeer van de film zitten helemaal goed, zodat je
bijna de hitte van de zuiderse zomers kunt voelen, en vooral de
kleine Mary Badham is erg indrukwekkend als Scout – een dragende
rol op die jonge leeftijd, je moet het maar doen.

‘To Kill a Mockingbird’ is misschien wat verouderd naar huidige
standaards, maar het blijft een boeiend en relevant drama, over
kinderen die groot worden en inzien hoe kinds sommige volwassenen
nog steeds zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =