CocoRosie + Tez + Bunny Rabbit

Bij de opening van Domino 2007 was het al meteen raak: de tickets
voor de Voodoo Eros-avond gingen vlot de deur uit en een afgeladen
zaal kwam een kijkje nemen hoe CocoRosie’s ijzersterke nieuwe plaat live
vertaald zou worden. Tevoren kon ook geoordeeld worden over de
nieuwe protégés van het duo.

bunnyrabbit.jpgDe eerste kennismaking met Bunny Rabbit
was allesbehalve bevredigend. De blondine uit Brooklyn leek bij het
opkomen uiterst ongeïnteresseerd en kwam net een verplicht
nummertje opvoeren. Op een clichématige beat schudde ze haar in
bordeaux tutu gehulde billen wat in het rond en voorzag ze de op
voorhand opgenomen stemband dunnetjes van een valse echo. Enig
vocaal talent mag hier niet verwacht worden, enkel het volledig uit
raps bestaande ‘Saddle Up’ kon nog net door de beugel. Ook een
poëtische meerwaarde is ver zoek: elke tekst draait rond urineren,
masturberen of penetreren maar slaagt er nooit in te erotiseren.
Van entertainmentwaarde kan dan ook enkel sprake zijn wanneer de
ballon doorprikt is: samen met haar sidekick Black Crack Ho is
Bunny Rabbit geen artieste, maar eerder een goed uitgedachte
marketinggrap. Nadat de teleurstelling van de eerste nummers
verteerd was, werd dan ook duidelijk waarom zij als eerste het
podium mocht betreden: met haar ongeraffineerde seksuele
uitstraling en overdreven dramatiek (de woede tegenover een ex
wordt afgereageerd op een pluchen konijn, midden in een nummer
veinst Bunny een kinderlijke huilpartij, …) is dit het muzikale
equivalent van Britse humor.

Iets minder show, maar meer talent was er bij Tez
te vinden, een Franse beatboxer die de gezusters Casady tijdens
deze tour begeleid, maar op voorhand even tijd apart kreeg om zijn
unieke talent te tonen. Dit deed de man in wat iets weg had van een
verstoorde radio-uitzending waarin fragmenten van onder meer Justin
Timerlake, DJ Shadow en Prince op te merken waren. Hoewel men de
laatste jaren met beatboxers de straten kan plaveien, was dit toch
iets wat we nog niet gehoord hadden: Tez slaagt er niet alleen in
bijna mechanische klanken door zijn strot te persen die de
inwendige organen even door elkaar draaien, maar hij combineert
daarbij ook nog eens beats in meerdere lagen voorzien van flarden
zang. Niets dan respect voor deze man, hoewel zijn set net te lang
duurde om te blijven imponeren. Vooral bij het te monotoon
opgebouwde derde luik werd al eens naar het horloge gegrepen om af
te tellen tot de reden van onze komst deze avond.

surpriseact2.jpgVoor we die hoofdact te zien kregen, volgde nog een kort
intermezzo dat de noemer ‘cult’ meer dan waard was: een topless
kruising tussen Cher en Diamanda Galás die
kattevals enkele op zijn minst eigenzinnig te noemen covers kwam
brengen. Behoorlijk memorabel was de metalversie van Celine Dion’s
‘My Heart Will Go On’, maar na alweer een vormexperiment werd het
wel dringend tijd om eens iets van serieuze muzikale waarde te
horen. Deze wens vervulde CocoRosie meteen met
opener ‘Houses’, het meest klassieke segment van de nieuwe plaat
maar tegelijkertijd het meest imposante: nog nooit klonk Sierra
Casady’s klassiek getrainde stemgeluid zo indrukwekkend. Op
muzikaal vlak was er dan ook niets aan te merken op de set van de
zusjes: de combinatie van de sopraan en Bianca’s symbiose van
Nelly Furtado
en Björk klonk
nog nooit zo complementair.

Doorheen een compilatie van oud en nieuw werk werden hiermee
verschillende stijlen en sferen verkend. Gestut door de beats van
Fez kwamen ‘Rainbowwariors’ en ‘K-Hole’ extra uitbundig over als
toonbeeld van CocoRosie’s opvatting van hiphop. Subtielere grooves
waren weggelegd voor ‘Werewolf’, ‘By Your Side’ en een prachtige
uitvoering van ‘Promise’. Introspectieve versies van ‘Terrible
Angels’ en ‘Beautiful Boys’ werden met recht en rede al vanaf de
eerste noten warm onthaald en wat ons betreft had de naakte
orkestratie van ‘Sunshine’ hetzelfde lot beschoren mogen zijn.
Zelfs materiaal van mindere kwaliteit kon het duo live overtuigend
doen klinken. Een op plaat teleurstellend ‘Japan’ was live zoals
verwacht een publieksfavoriet, maar dan dankzij het feestje dat on
stage gebouwd werd met het volledige collectief dat het podium in
de loop van de avond al opgekropen was. Ook CocoRosie’s
herinterpraties van het slijk van de hitparades tonen aan dat zelfs
de grootste rotzooi tot een sterk nummer herwerkt kan worden. Laat
de herinvulling van Akons ‘I Wanna Love You’-melodie daarvan
getuige zijn, alsook het blijde weerzien met de geweldige Kevin
Lyttle-cover ‘Turn Me On’.

cocorosie1.jpgGeen
vuiltje aan de lucht bij de keuzes voor de setlist en toch hing er
minder betovering in de lucht dan bij hun vorige bezoek aan de AB.
Het verrassingseffect bleef al achterwege door het gebruik van
dezelfde podiumopstelling en gelijkaardige animaties (een
afwisseling van verkleedpartijtjes, montages van nieuwsbeelden en
flarden tekenfilms). Bovendien werd de magie in de eerste helft van
de show constant onderbroken door de lange pauzes tussen de nummers
door. Die waren grotendeels te wijten aan technische mishappenings,
maar het duo ondernam helaas geen enkele poging om die gaten op te
vullen; in plaats daarvan overlegden ze even rustig met elkaar of
werd er wat aan instrumenten geprutst. Ook naast deze
onderbrekingen werd er minder contact met het publiek gezocht:
Sierra richtte tussendoor nog enkele woorden tot de zaal, maar de
sowieso minder praatvaardige Bianca hadden we nog nooit zo
afstandelijk gezien. Om de losse sfeer van het gebeuren over te
zetten, hadden we dit wel graag anders gezien. Ondanks de over de
gehele lijn sterke prestatie konden we ons pas tijdens het laatste
halfuur volledig overdompelen in de wereld van CocoRosie.

‘The
Adventures of Ghosthorse and Stillborn’
van CocoRosie en

‘Lovers and Crypts’ van Bunny Rabbit zijn uit bij
Konkurrent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + vier =