Dagen van Hoop – een interview met Felix Van Groeningen

“Met blonde meiskes ga ik nu stoppen, daar heb ik het mee
gehad”

Felix Van Groeningen is een contente mens. Drie jaar na zijn
knallende debuut,’Steve + Sky’, is de man van Gent terug om te
bevestigen met ‘Dagen Zonder Lief’, een pakkende dramedy
over twijfelende twintigers. Hij ziet er een beetje vermoeid uit
(hij is wellicht nog niet volledig bekomen van al die ijscrème op
de releaseparty in de Culture Club), maar van zenuwen zijn er geen
sprake. Hij is gerust in zijn tweede kindje en is blij dat de rest
van filmminnend Vlaanderen er kennis mee kan maken. Geladen met een
taske koffie en een trendy dictafoontje maak ik kennis met
een enthousiaste regisseur die met veel goesting door het
leven stapt. Het werd een vree wijze babbel en de
max
van een interview. De sappige Gentse accenten moet u er
zelf maar bijdenken.

“Bij elke film wil ik voor een uitdaging gaan, hoe onnozel dat
ook mag klinken”

Is ‘Dagen Zonder Lief’ de film geworden die je voor ogen
had?
Ja en neen. Je hoopt altijd dat als je een film
maakt dat het iets wordt, dat de saus pakt. Je probeert een aantal
dingen en ik heb wel het gevoel dat het allemaal goed is
samengevallen. Maar ik had niks voor ogen en hoopte gewoon dat het
in elkaar ging klikken. Ik heb wel verschillende elementen naast
elkaar gelegd en met de muziek en de beelden dingen uitgeprobeerd.
Je hoopt dat je film wordt zoals je het aanvankelijk voor ogen
hebt, maar echte controle is er nooit. Je legt alles klaar en dan
moet er gewoon iets magisch gebeuren.

En dat magische is gebeurd?
Ja, het voelde
echt goed aan. Tijdens de montage heb ik er echt van genoten.
Hoewel het zeker niet vanzelf ging natuurlijk. We hebben ook niet
zoveel mensen naar visies laten komen, omdat we wisten dat we goed
bezig waren. De monteur (Nico Leunen, nvdr) en ik hadden
het gevoel van ‘het zit erin’, laten we ons ding doen.

Nu de ene Vlaamse film na de andere wordt gekraakt en
Vlaanderen toch een beetje hoopt van ‘die Van Groeningen zal nog
wel een goeie film maken’, verhoogt dat de druk voor
jou?
Neen, daar heb ik niet veel last van gehad. We
zijn nu half maart en de versie van de montage zoals hij nu wordt
uitgebracht was af eind december. Toen hebben we met de acteurs
gekeken en hadden we er een goed gevoel bij. We dachten wel dat het
iets was dat de mensen goed konden vinden. En stilaan hebben we ook
journalisten uitgenodigd en ook vanuit die hoek kwamen er positieve
commentaren. felix1.jpg

In welke mate ben je geëvolueerd sinds je debuut ‘Steve
+ Sky’?
Ik wou echt wel iets anders doen. En deze
keer heb ik vooral m’n accent gelegd op het verhaal, het
schrijfproces. Bij elke film wil ik voor een uitdaging gaan, hoe
onnozel dat ook mag klinken. Film heeft zoveel aspecten en je kunt
er zoveel mee doen. Bij m’n kortfilms ging ik vooral voor het
verhaal en het spel van de acteurs. Met ‘Steve + Sky’ wou ik dan
weer iets heel visueel doen. Met ‘Dagen Zonder Lief’ wou ik
bewijzen dat ik een sterk verhaal kon vertellen. ‘Steve + Sky’ heb
ik alleen geschreven en dat was een lastige taak. Dus heb ik
besloten om ‘Dagen Zonder Lief’ samen met Arne Sierens te
schrijven. Ik wou altijd gaan voor dat verhaal, dat was het
belangrijkste. Al de rest, de muziek, de beeldvoering, de stijl,
moest in functie staan van het verhaal. Het mocht ook niet log
zijn. We hebben gekozen voor een camera uit de hand en natuurlijke
belichting. Ik wou niet vasthangen aan een logge structuur, ik wou
vrijheid, zodat ik heel snel kon ingrijpen mocht het nodig geweest
zijn. De grote stap sinds ‘Steve + Sky’ ligt dus echt wel bij dat
verhaal.

De thematiek van ‘Dagen Zonder Lief’, twijfelende
twintigers, is vrij universeel. Toch blijft die Vlaamse identiteit
sterk aanwezig. Speelt die typische Vlaamse setting een belangrijke
rol voor jou?
Absoluut. Ik heb altijd gezegd ‘ik wil
geen Amerikaanse film maken’ maar ook niet dat typische Vlaamse,
dat blijkbaar toch wel een zekere negatieve connatatie heeft
meegekregen. Het moest een Vlaamse film worden, maar tegelijk moest
het zoveel meer zijn. Het mag niet te vlotjes of te afgelikt zijn.
Ik heb de indruk dat de Vlaamse cinema wel geleerd heeft om vlotte
verhaaltjes te vertellen. Oké, dat kunnen we dan ook weer. Voor een
groot deel van het publiek is het dan ook belangrijk om te zien dat
we zoiets kunnen. Maar als het niet meer Vlaams aanvoelt, waarom
maak je het dan nog? Dan kan je beter naar een goeie Amerikaanse
film kijken.

De locatie is verhuisd van Gent naar Sint-Niklaas. Had
je wat schrik dat mensen je gingen vastpinnen als ‘die Gentse
filmmakers met zijn Gentse films’?
(lacht)
Toen ‘Steve + Sky’ uitkwam was dat toch wel even schrikken. Er
kwamen veel enthousiaste reacties van ‘het is allemaal Gent’.
Terwijl dat voor mij nu niet zo belangrijk was. Ik ben wel fier om
een Gentenaar te zijn en om met Gentse mensen samen te werken maar
ik vond ‘Steve + Sky’ toch wel universeler dan Gent alleen. Maar
het is nu niet dat ik daar bij ‘Dagen Zonder Lief’ concessies op
gedaan heb. Het is niet zo dat ik deze keer ‘niet Gents praten’ als
criterium heb gebruikt bij de casting. Maar ook visueel wou ik iets
anders. Voor ‘Steve + Sky’ had ik eerst m’n oog op de hoerenbuurt,
maar Gent als stad is eigenlijk heel moeilijk te bevatten. De
Kortrijksesteenweg paste veel beter, die locatie is een universum
die zich perfect laat vatten op film. Voor ‘Dagen Zonder Lief’ had
ik dus een stad nodig waarmee ik verschillende plaatsen aan elkaar
kon binden zodat er een volwaardig universum gevormd kon worden. En
zo zijn we bij Sint-Niklaas uitgekomen.

“Mensen die uit elkaar gaan, dat is eigenlijk toch wel iets
heel heftig”felix2.jpg

In tegenstelling tot de kleurijke en lichtjes marginale
personages uit ‘Steve +Sky’, lopen er in ‘Dagen Zonder Lief’
relatief normale mensen rond. Was dat juist moeilijker of
eenvoudiger?
Heel eventjes had ik wel schrik van
‘shit, gaat dat nu gewoon over een koppeltje met een kindje?’. Ook
bij het doornemen van het scenario kwam die gedachte van ‘er
gebeurt zo weinig’ wel eens terug. Maar dat is nu eenmaal mijn
manier van vertellen. Soms hoor ik wel eens van ‘die personages
hangen daar maar wat’, maar dat komt omdat het alledaagse
personages zijn. Weet je, het was enorm geestig om te schrijven. Al
die kleine dingskes die je rond je ziet, die je mooi vindt
aan de mensen, of gewoon zaken die je bij jezelf herkent, die heb
ik dus in de film kunnen steken.

Het verhaal is vrij open en ongedwongen. De kijker
krijgt de ruimte om dingen zelf aan te vullen. Ik denk bijvoorbeeld
aan de confrontatie tussen zwarte Kelly en Kurt.
Je
streeft ernaar om mensen echt mee te krijgen zonder ze de pap in de
mond te geven. En ik wou die spanningen er bewust insteken. Mensen
die uit elkaar gaan, dat is eigenlijk toch wel iets heel heftig.
Daarom mag je ook niet alles vertellen, die onbedwongenheid houdt
de film sterk. Ik ben ook heel blij met de structuur, die eigenlijk
toch wel maf is. We beginnen bijvoorbeeld bij zwarte Kelly, maar we
eindigen niet bij haar.

Met welk personage voel je je het meeste
verbonden?
Toch wel Frederic. Zijn verhaal is ook
relatief klein. Maar eigenlijk bevat elk personage wel elementen
van mezelf. Ik ken ze echt vanbinnen en vanbuiten.

Heb je je gebaseerd op je vrienden- en
kennissenkring?
Neen, eigenlijk niet. Ik heb echt van
overal dingen meegenomen. Tijdens het schrijven van die personages
verschuif en verbind je constant dingen, er is een zekere dynamiek.
Schrijven is puzzelen met kleine elementjes. Je vindt dingen, dan
steek je dat in een personage, en dan zie je welk effect je
verkrijgt. En meestal begint dat wel een eigen leven te leiden.

“Het is altijd geestig, maar het gaat ook altijd
scheef”vgroeningengr.jpg

Er heerst een sterk dubbel gevoel bij ‘Dagen Zonder
Lief’. Eigenlijk hebben de puberale fratsen, zoals de beruchte
boerscène, ook iets heel wrang en vergankelijk. Was dat belangrijk,
die twee lagen?
Absoluut, dat is iets wat ik altijd
probeer te bereiken. Zowel tijdens de schrijf- als de draaiperiode
voelde ik dat heel sterk. Het is altijd geestig, maar het gaat ook
altijd scheef. Het is lachen, maar op het einde zit je wel met zo’n
gevoel van ‘oh fuck’. Die dingen zijn mooi omdat het meer naar
vroeger verwijst dan naar de momenten waarop het plaatsvindt. Ze
proberen iets vast te grijpen dat aan het verdwijnen is.

Hoeveel keer heb je de scène moeten opnemen vooraleer ze
‘af’ was?
Die gasten hebben een hele dag staan
boeren. Heel de dag. (lacht) De schminkster is onwel
geworden, die moest naar buiten. En die mannen bleven maar
doorgaan, het was hilarisch.

Je bent je acteurs weer niet gaan zoeken in de
voorspelbare BV-poel. Liever geen bekende koppen in je
film?
Ik vertrek niet vanuit zo’n beredeneerd idee,
het moet gewoon matchen. En zoveel bekende mid-twintigers
zijn er nu eigenlijk ook niet. Al mijn acteurs heb ik ergens zien
spelen of kende ik. Ze gaven me echt goesting om mee te
werken. Vanuit dat gevoel vertrek ik altijd. Ik heb nooit met de
gedachte gespeeld van ‘ja, dat zal veel volk trekken als ik die
bekende kop in m’n film steek’.

Viel dat een beetje mee om de spontane en volkse
dialogen uit die theatermonden te krijgen?
Absoluut.
Die mensen zijn daar supergoed in. Die zijn het gewoon om deel te
nemen aan het creatieproces. Ze hebben bijna allemaal in stukken
gespeeld waar ze zonder regisseur werken. Ze nemen zelf de
verantwoordelijkheid en geven zelf commentaar op elkaar. Ze zijn
dus heel vinnig en scherp. Bij de repetities hebben we diezelfde
aanpak gehanteerd. Aan tafel zitten en de film doornemen, soms drie
keer per dag. Als een scène niet goed marcheerde werd er
dan gewerkt om dat stuk beter te krijgen. Bij elke scène hebben we
ons afgevraagd of ze één, nodig is, twee, of ze goed is en drie,
hoe we ze beter kunnen krijgen. Zo hadden we bepaalde scènes die
niet zo goed werkten op papier en die hebben we op een half uur uit
elkaar gehaald en compleet opnieuw opgebouwd. Daar zijn ze heel
straf in. Dat geeft hen goesting.

Vorig jaar stond je zelf op de planken met het
theaterstuk ‘Aalst’. Kriebelt het nog niet om in je eigen of andere
films mee te spelen?
Goh, ik weet het niet. In mijn
eigen films zeker niet. Dat lijkt me toch wel heel raar. Voor een
film van iemand anders zou het te zien zijn van wie en voor wat. Ik
vind het alleszins vrij lastig om als acteur mee te gaan in de
leefwereld van een personage. Toch liever regisseur dan acteur.
dagenzonderlief5.jpg

“Onze componist heeft zelfs bij ‘Get Ready’ gespeeld. Die kan
dus echt wel alles.”

De melancholische soundtrack van jazzpianist Jef Neve
speelt een belangrijke rol. Hoe ben je bij hem
terechtgekomen?
Weet je, ik ben niet zo heel zeker
over muziek. Muziek bij de film en wat dat precies doet met het
verhaal. Daar wou ik dus ook zeker een stap zetten. Ik wou deze
keer een instrumentale score. Ik heb me dus laten begeleiden door
mensen die daar echt wel goed in zijn. Op een bepaald moment hebben
we besloten om voor de piano te gaan. Met de piano kan je heel veel
doen en tegelijkertijd beperk je jezelf ook wat. Vervolgens hebben
we wat mensen benaderd, maar we raakten niet echt overtuigd. Toen
hebben we Peter Vermeersch van de Flat Earth Society (een
17-koppige big band, nvdr)
laten komen. Echt een
wijze mens. En die heeft ons Jef Neve aangeraden, een
jazzcomponist. En ik heb nochtans niet zoveel met jazz. We hebben
toen wat dingen van hem beluisterd, allemaal mooi, maar echt passen
bij de film deed het niet. Op de duur begon dat wel te dringen en
moesten we wel degelijk aan een score geraken. Dan hebben we toch
nog eens dat cdtje van Jef genomen, twee nummers onder de montage
gelegd en het resultaat was gewoon perfect. We hebben dat erop
gegooid, dat was ‘wow’ en dat is gebleven. Toen hebben we besloten
om met Jef te werken. Nadat we hem eens gegoogled hadden,
zagen we dat die mens echt wel breed kan gaan. Hij heeft zelfs bij
‘Get Ready’ gespeeld. (lacht) Die kan dus echt wel alles.
Hij is er volledig voor gegaan.

Na ‘Dromen Zijn Bedrog’ van Marco Borsato laat je hier
twee actrices zingen en dansen op ‘Something’ van Lasgo. Heb je een
fetisj voor commerciële meekwelers?
Ja! En voor
blonde meisjes ook. (lacht) Maar met blonde
meiskes ga ik nu stoppen, daar heb ik het mee gehad. En
ja, ik heb het wel voor die platte muziek. Ik moest eens wat platen
kiezen uit ‘was het nu zeventig tachtig of negentig,’ en ‘The Sound
of C’ van de Confetti’s zat daartussen. Dat heb ik ook in mijn
eindwerk ’50cc’ gestoken. Dat is dus iets dat doorloopt.
‘Something’ van Lasgo is me aangebracht door Nico Leunen, de
monteur. Dan heb ik dat thuis eens opgelegd met wat vrienden en dan
zijn we er volledig voor gegaan. Het heeft toch wel zes maanden op
m’n ipod gestaan. (lacht). Het pakt u mee. Eigenlijk
hebben we het ook sober in de film geplaatst. En dan werkt
zoiets.

Je volgende film wordt de bewerking van de ‘De
Helaasheid der Dingen’ van Dimitri Verhulst. Toch wel een serieuze
uitdaging, niet?
Ja, dat is mijn volgende uitdaging.
Het is toch wel een beetje scary. De eerste versie van het
scenario is klaar, maar we gaan toch nog serieus ons werk hebben.
Toen ik het boek las had ik wel zoiets van ‘toch super dat je met
zo’n materiaal aan de slag kunt gaan’. Er zitten zoveel
wijze dingen in. Daar moet ik nu mijn weg in vinden en het
mij toeëigenen. Het is geen hapklaar scenario uiteraard. Er zal nog
wat serieus trekwerk moeten gebeuren. Maar dat is juist de
uitdaging.

Tot slot, wat hoop je dat het publiek zal voelen bij het
bekijken van ‘Dagen Zonder Lief’?
(denkt diep
na)
Ik hoop dat het publiek mee zal zijn. Ik heb de indruk dat
als de film je meepakt, dat je mee bent tot het einde. Dus hopelijk
geraken ze mee tot het einde.

Bedankt voor het interview en nog veel succes!

Lees de recensie van
‘Dagen Zonder Lief’!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 15 =