Knives Ov Resistance :: Prisca Sapientia

Hoewel bescheidenheid een mooie deugd is, kan valse bescheidenheid enkel als een verfoeilijke vorm van ijdelheid gezien worden, omdat zij zich onder de mantel van deugdzaamheid aanbiedt. Het verschil tussen beide is soms echter niet meer dan een kwestie van opvatting.

Prisca Sapientia, het debuut van Knives Ov Resistance, schippert tussen pretentie en deemoed. Met als hoes een uitklapbare poster waarin schema’s zijn verwerkt, is het album verkrijgbaar in een gelimiteerde oplage van vijfhonderd exemplaren. Bovendien bundelt het een slordige vijfendertig minuten in amper drie nummers: Knives Ov Resistance richt zich vermoedelijk niet op een ruim publiek.

Knives Ov Resistance is immers het soort groep waar het merendeel van de muziekliefhebbers gaarne met een wijde boog omheen loopt. Klankentappers en geluidsfreaks integendeel, steevast op zoek naar vreemder en sterieler materiaal, omarmen het te begeren plaatje als een kleinood en geven het een plaats in hun uitgebreide maar obscure collectie, waarna ze alle gegevens ijverig in hun bestand ingeven.

Prisca Sapientia is dan ook geen eenvoudige plaat geworden. Zo laat het net geen zeven minuten durende “Rosicrucian” zich niet categoriseren. De aanwezige gitaren zijn duidelijk te onderscheiden maar vertegenwoordigen geen herkenbare melodielijnen; veeleer worden ze naar believen aangeraakt, afhankelijk van de inspiratie. Dat op de achtergrond nu en dan een schijn van percussie of strak gespannen nylonkoorden te horen is, maakt de song er niet minder eenduidig op.

Ook “Søvnig” biedt geen soelaas. Na een initiatierite met jaren zeventig sci-fiklanken en straatlawaai, starten de gitaren opnieuw op. De song begeeft zich op een pad dat al ettelijke malen bewandeld is door Ben Chansy in zijn Six Organs Of Admittance-kleed, maar ruilt diens repetitieve bezwering in voor een verontrustendere aanpak, aangewakkerd door occasionele straatgeluiden.

Het net geen negentien minuten durende “Outremer” vormt het sluitstuk van de plaat. Opnieuw wordt de toon gezet door een kakofonie van klanken, al verrassen vooral de operastemmen en ijle strijkers. Het nummer ontplooit zich daarna moeizaam; de vele geluidswisselingen maken het moeilijk om de unheimliche sfeer los te laten. Even lijkt het alsof Laibach zich in de weird folk gegooid heeft, maar dan treedt de gitaar toch opnieuw op de voorgrond. Het dwingende ritme houdt vooral de stem op de achtergrond, maar weet die niet ten volle te verdringen.

Na acht minuten gooit de song het geleidelijk aan over een andere boeg. Stemsamples, een gitaar en krekels gaan een verloren gevecht aan dat culmineert in nog vreemdere exploten, maar het nummer vindt zichzelf uiteindelijk in de dronende folkgitaar die de rode draad vormt doorheen het labyrint van klanken en ideeën. De coda (rond de achttiende minuut) arriveert ondanks alles toch onverwacht en verontrustend.

Zelfs zonder veel kwade wil, kan op Prisca Sapientia pretentie in overvloed gevonden worden, wat bevorderd wordt door de beperkte oplage en de labelkeuze. Maar dat doet geen afbreuk aan de intrinsieke schoonheid van het album, die getuigt van een ontroerende oprechtheid en inventiviteit. Knives Ov Resistance incorporeert immers elementen uit de weird folk en akoestische drone-scene maar geeft er een eigen toets en stem aan. Dit is geen muziek voor het grote publiek, maar liefhebbers zullen deze plaat meer waard achten dan het zoveelste gegeven in de databank.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + 17 =