Curlee Wurlee :: Oui Oui

De Tweede Wereldoorlog is al heel lang voorbij. Om alle Europeanen toch nog eens goed aan dat feit te herinneren, richtten enkele prettig gestoorde Duitsers en Fransen uit de grensstreek het foute Curlee Wurlee op, en met het resultaat is het combo zelfs niet eens zo’n slechte kandidaat voor het Eurovisiesongfestival.

Het moet al van Dionysos zijn geleden dat muzikale humor ons nog eens op de juiste plaats wist te raken, maar met Curlee Wurlee is het weer goed raak. Dat het bandje met zijn afwisselend Franstalige en Engelstalige lyrics heel sterk aan het franglais van Dionysos doet denken is een feit, maar het schepje nostalgie dat Curlee Wurlee er nog eens bovenop doet, maakt een wereld van verschil en tekent de band zelfs heel sterk af tegenover de zwakke concurrentie van andere humoristische popgroepjes als The Playmobils, Danko Jones en Electric Eel Shock.

Het schattige stemmetje van Cécile Pestoonette speelt daar zeker een heel belangrijke rol in. Wanneer je haar op France Gall-achtige wijze op de fuzzgitaren van haar band hoort zingen, hangt er nu eenmaal heel wat elektriciteit in de lucht. Neem daar het huilende orgeltje bij waar zij haar lusten als een bezetene op botviert, en men heeft het idee van Curlee Wurlee helemaal te pakken.

In tegenstelling tot Dionysos staat Curlee Wurlee echter niet met zijn poten in genres als de indierock en de folk, maar eerder in het type feestelijke garagerock dat bands als The 5, 6, 7, 8’s en The Coffin Lids kenmerkt. Daar liegt het van The Shondells geleende "Hankee Pankee" van de vorige plaat She’s A Pest bijvoorbeeld niet om: het is zo’n typische cover waaraan iedere groep in het subgenre zich wel al eens heeft bezondigd, en het accentueert dat Curlee Wurlee toch vooral een pleziergroep is.

Het is uiteraard de bonte combinatie van al dat lekkers die ervoor zorgt dat Curlee Wurlee op Oui Oui… nog maar eens de status van een onvervalste popgroep bereikt, iets dat reeds van bij het begin van het plaatje mag blijken wanneer Pestoonette met heerlijk naïeve lyrics à la "Hey you darling come on by my side. I’m in love with you!" haar entree maakt in gebrekkig Engels. En als u nog altijd aan het zomerse karakter van het groepje twijfelt, kan u zich door "La Languedocienne" laten verleiden, een nummer dat laat uitschijnen dat Curlee Wurlee zijn lyrics ergens onder een palmboom in het zuiden van Frankrijk moet hebben bedacht.

Niet dat Oui, Oui… alleen maar brave happy happy joy joy-muziek bevat. Met een nummer als "Lutin au LSD" heeft het combo net zo goed een drugsnummer in huis, en het freaky instrumentale "Patsas" (een Grieks soepje dat gebruikt wordt om meer alcohol te kunnen drinken) zou zelfs bedacht zijn na een marginaal nachtje stappen met leden van een paar andere garagegroepjes tijdens een tournee voor vijf man en een paardenkop in Griekenland. Een muzikaal consumptieproduct voor mensen van zeven tot zevenenzeventig jaar hoeft u van Curlee Wurlee bijgevolg niet te verwachten. Daarvoor flirt Curlee Wurlee nog altijd iets te veel met punk.

Niettemin is Curlee Wurlee een prachtig voorbeeld van hoe muziek in Frankrijk vaak toch heel anders wordt bekeken en hoe zulke nuanceverschillen uiteindelijk tot heel interessante invalshoeken voor de popmuziek kunnen leiden. Naar onze schatting kan het bijgevolg niet lang duren voor dit groepje ook de Waalse en de Brusselse radiogolven onveilig zal maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =