Tuxedomoon


Ze moeten het toch maar durven, die organisatoren van Music in
Mind. Op beide donderdagen van het festival valt slechts één
artiest te bewonderen. Daarenboven zijn het nog eens niet echt
grote kleppers, tenminste als je na 1985 op de wereld kwam. Dat
jammerlijke feit hoeft natuurlijk niets van Tuxedomoons palmares af
te doen; de band uit San Francisco (en ondertussen nog een drietal
andere locaties) heeft al heel wat watertjes doorzwommen, waarbij
ook een verlengd verblijf in Brussel hoorde.

De laatste drie jaar is het weer een pak drukker rond de band. In
die tijd brachten ze twee albums uit en gingen ze weer wat
intensiever optreden. Ook hun verschijning op Music in Mind maakt
deel uit van een uitgebreide tournee die ook de Adriatische kusten
zal scheren. Nu waren ze bij ons, en met vlinders in de buikholte
betraden we dan ook de concertzaal van het Brugse concertgebouw.
Een aardig gevulde concertzaal overigens, alwaar meerdere
generaties zich verenigden om die ouwe rakkers van Tuxedomoon nog
eens aan het werk te zien.

Dat deze globetrotters een erg apart geluid brengen, zal u
waarschijnlijk niet meer verbazen. Het doet soms wat denken aan de
vroege carrière van ieders favoriete bad boy, Steve
Albini, met al die drumsamples die stinken naar rottende
achtigerjarenmuziek. Gelukkig zijn dze meestal “smaakvol”
opgebouwd. Meer nog, deze drumsamples werden iets te veel
onderdrukt; iets meer volume had zeker niet misstaan, vonden we.
Verder bestond de lineup uit keyboards, de alomtegenwoordige Peter
Principle op basgitaar (die zich na drie optredens waarschijnlijk
steendood verveelt) en blaasinstrumenten bespeeld door Steven Brown
en Luc van Lieshout.

Dit concert stond in het teken van hun meest recente plaat, ‘Bardo
Hotel Soundtrack.’ Het werd dan ook een show met een gevarieerd
klankpalet, vier verschillende talen en meer van dat lekkers. Dit
was op zich al genoeg voor een min of meer geslaagd optreden, maar
Tuxedomoon weet schijnbaar zonder moeite zijn avant-gardistische
trekjes zodanig te ventileren dat het op geen enkel moment storend
of pretentieus gaat klinken, hetgeen maar weinigen gegeven is. Een
nummer als ‘Triptych’ is daar een mooi voorbeeld van. Geen
alledaagse kost, dat zeker, maar tegelijkertijd ook makkelijk
verteerbaar. Het heeft vast ook iets met de lengte van de nummers
te maken; Tuxedomoon maakt er geen missie van om eindeloze jams op
te zetten.

De x-factor van deze band is zonder twijfel Blaine Reininger
(gitaar), die zijn leeftijd weet uit te spelen op een podium. De
man lijkt zich zowaar in een soort Barry White van de
avant-gardemuziek te verpoppen. Deze bende neemt zichzelf niet
overdreven serieus, en dat is meestal een goede eigenschap, zo ook
hier. Reininger grapte er op los, en het publiek hapte (misschien
net iets té) lustig toe. Toen hij schijnbaar niet uit zijn
effectpedalen wijsraakte, kregen we te horen: “I was trying to
signal my age in horse years.” Clever, very clever.

Reininger flapte er hier en daar ook wat adequaat Nederlands uit,
andermaal tot groot jolijt van het respectvolle doch enthousiaste
publiek. Het droeg bij tot een anderhalf uur ongebreideld
avondentertainment. Het wilde vioolspel op afsluiter ‘Vivo Vivace’
overtuigde ons van het feit dat deze anciens de komende jaren nog
niet op pensioen zullen gaan, en in tegenstelling tot de reünie van
The Zombies, is dit hier wel volledig terecht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + zeven =