Vashti Bunyan :: ”Ik maak popmuziek, geen folk!”

Folk is weer hip. Sinds Devendra Banhart een nieuwe generatie jongeren erop wees dat folk niet muf en stoffig hoeft te zijn, regent het folkplaatjes langs alle kanten. Die heropleving zorgde voor een opmerkelijke comeback van Vashti Bunyan. Op visite bij de (groot)moeder van alle neofolkies.

Het verhaal is ondertussen bekend: jonge talentvolle muzikante houdt de muziek, wegens gebrek aan succes na één plaat (Diamond Day, ondertussen een cultklassieker) ontmoedigd voor bekeken en nestelt zich voor de komende dertig jaar op een Schots boerderijtje. Eens de kinderen het huis uit zijn, beslist ze het nog een keer te proberen, deze keer met meer succes. We treffen de waardig ouder geworden Vashti aan de inkomhal van de AB, luttele uren voor ze daar haar amper vierde concert in meer dan dertig jaar zal spelen. Ietwat verlegen, met een stem die amper boven het lawaai van enkele schaterende buitenwippers komt, beantwoordt ze op zo’n lieftallige manier onze vragen dat we ons moeten bedwingen om niet om de haverklap recht te schieten en het dametje te omhelzen.

enola: Klopt het dat je pas ontdekte dat Diamond Day wel degelijk succesvol was toen je je naam op Google intikte?
Bunyan: "Succesvol is veel gezegd. Maar hier en daar werd er over gepráát. Dat vond ik al heel wat. Ik kwam per toeval terecht op de site van The Incredible String Band (een folkgroep uit de jaren zeventig die meewerkte aan Diamond Day, jm) en daar vroeg iemand in het gastenboek wat er nu eigenlijk was geworden van that young singer Vashti Bunyan. Ik heb die man een mail gestuurd en hij verwees me door naar allerlei sites waar over Diamond Day werd gediscussieerd. Ontdekken dat die plaat niet verloren was gegaan en dat sommigen er zelfs enthousiast over waren … dat voelde fantastisch aan. Nog nooit had iemand me verteld wat hij van die plaat vond, behalve dan dat het maar een hoop kinderrijmpjes waren. Wat niet zo is, uiteraard (lacht)."

enola: Was dat gebrek aan feedback de reden waarom je zo radicaal met muziek kapte?
Bunyan: "Dat en een schrijnend gebrek aan zelfvertrouwen, vrees ik. Ik vond niet dat ik erg goed was in wat ik deed en kon me al helemaal niet voorstellen dat mijn muziek voor iemand iets zou betékenen. Er waren destijds zoveel muzikanten die deden wat ik zou willen doen, en die er zoveel beter in waren, dus dacht ik "Waarom nog verder proberen?"."

enola: Was je zelf niet tevreden over Diamond Day, dan?
Bunyan: "Het resultaat klonk heel anders dan ik me had voorgesteld. Ik had geen enkele inspraak over hoe de plaat zou gaan klinken. Ik zong de nummers in en de dag erna was ik alweer met paard en kar op weg naar Schotland. Tien maanden later hoorde ik dan het resultaat. Ik hield van de strijkers, maar de hele plaat klonk té folky naar mijn zin; ik beschouw mezelf meer als een popzangeres."

enola: Je ziet jezelf niet als folkzangeres?
Bunyan: "Nee, nu niet en vroeger niet. Ik maak popmuziek, geen folk! Maar omdat de andere muzikanten op Diamond Day, leden van The Incredible String Band en Fairport Convention, een zekere faam in het folkwereldje hadden, werd ik automatisch als folkartieste bestempeld. Zelfs Lookaftering wordt in datzelfde vakje gestopt, terwijl ik daar hoegenaamd geen folkmuziek in herken. Hoe ik het dan zelf zou noemen, weet ik ook niet … Als ik een goede term zou kunnen bedenken, dan was mijn probleem opgelost, dan kon ik de plaat zo noemen (lacht)."

enola: Is Lookaftering meer je eigen plaat, denk je?
Bunyan: "Oh, absoluut. Veel persoonlijker."

enola: De invloed van producer Max Richter schemert nochtans duidelijk door.
Bunyan: "Dat is zo. Maar deze keer was ik van het begin tot het einde mee in het proces betrokken en had ik overal mijn zegje in. Ik ben blij met de persoonlijke touch die Max de plaat heeft meegegeven. Toen ik voor het eerst zijn The Blue Notebooks hoorde, wist ik meteen dat hij de perfecte man voor mijn nieuwe album zou zijn. En dat bleek ook zo te zijn. Ik benader muziek op een nogal instinctieve manier, ik kan bijvoorbeeld geen noten lezen. En ik had het gevoel dat Max steeds precies begreep wat ik bedoelde, ook al kon ik me niet in de juiste muzikale termen uitdrukken. We voelden elkaar perfect aan."

enola: Was het niet moeilijk om na dertig jaar weer nieuwe nummers te schrijven?
Bunyan: "Dat was het zeker. Het duurde ook een tijdje vooraleer ik met iets deftigs op de proppen kwam. Maar heel het proces van muziek maken werd me makkelijker gemaakt door computerprogramma’s, iets wat vroeger onbestaande was. Nu kon ik iets op het keyboard spelen en onmiddellijk werd het op de pc opgenomen en kon ik het notenschema afprinten zodat andere muzikanten er hun ding mee konden doen. ’t Is een heerlijk gevoel om wat je voordien enkel in je hoofd hoorde, te zien en horen spelen door een andere muzikant."

enola: Je valt erg in de smaak bij de alternatieve neofolkies. Niet in het minst bij oppergoeroe Devendra Banhart.
Bunyan: "Mja. Toen Devendra net muziek begon te spelen, heeft hij me een tape gestuurd en enkele van zijn tekeningen, en hij vroeg me of ik vond dat hij daarmee moest verdergaan, want blijkbaar speelde hij ook in allerlei cafeetjes zonder enig succes. Ik vond de tape geweldig en dus schreef ik hem terug dat hij absoluut moest doorzetten, en dat het succes wel zou volgen. Nadien schreef hij vaak mijn naam op zijn handen voor hij het podium opging (blozend). Hij zei dat hem dat de kracht gaf om door te zetten. Maar dat geloof ik niet hoor, zonder mijn raad had hij het ook wel gemaakt (verlegen lachje). Wat een prachtig mens toch."

enola: Heb je een idee waarom folkmuziek de laatste jaren weer zo populair is?
Bunyan: "Ik denk dat de jeugd de laatste jaren te veel met ’plastieken’ muziek is opgegroeid, muziek zonder emotie, gemaakt met een formule die als enige doel heeft zoveel mogelijk commercieel succes op te leveren. Daardoor kwamen ze nog maar weinig in contact met ’echte’ muziek, muziek met een hart, muziek die een gevoelige snaar raakt. En misschien vinden ze dat wel terug in deze nieuwe folkstroming? Heel zeker weet ik dat uiteraard niet, maar dat is mijn idee daaromtrent."

enola: Je lijkt me de aangewezen persoon om de muziekindustrie van eind de jaren zestig te vergelijken met die van vandaag. Wat is het grootste verschil voor jou?
Bunyan: "Het grootste verschil lijkt me de competitiviteit tussen de artiesten onderling. Die was vroeger echt verstikkend. De dag van vandaag is dat helemaal anders: mensen spelen in elkaars groep, ze hebben een eigen platenlabel én zijn muzikant. Het is één grote wondere wereld waarin iedereen die ik tot nog toe heb ontmoet genereus en hartelijk is. Dus helemaal niet zoals buitenstaanders zich de platenindustrie voorstellen. Dan heb ik het natuurlijk wel over het indiewereldje, met de grote platenfirma’s heb ik nog geen ervaring (lacht). Muzikanten hebben in deze tijden, dankzij het internet, ook meer kans om een publiek te vinden. Je wordt gemakkelijker gehoord en talent komt altijd bovendrijven. Misschien zijn muzikanten daarom wel zo vriendelijk tegen elkaar: ze hoeven niet bang te zijn voor concurrentie, ze weten immers dat ze, als ze goed genoeg zijn, er uiteindelijk toch wel zullen raken."

enola: Tot slot: een van de weinige optredens die je als jonge muzikante hebt gegeven, was in België, naar het schijnt?
Bunyan: "Oh ja, dat herinner ik me nog heel goed. Het was in een cafeetje in Gent, nog voor de opnames van Diamond Day, en ik was op weg naar Schotland. Ik had een oude Victoriaanse jurk aan van mijn grootmoeder, het was er heel rumoerig en niemand luisterde (lacht). Wat ik ook deed: geen reactie. Met de tranen op de wangen liep ik naar buiten, tot de barman naar me toekwam en zei dat er boven het café iemand zat die me wou spreken. Dat bleek de beroemde banjospeler Derroll Adams te zijn (een van de Ramblin’ Boys, samen met Woody Guthrie en Jack Elliott, jm)! Ik zei hem dat ik zonet mijn laatste noten had gezongen, maar hij moedigde me aan en overtuigde me om toch door te gaan. Een dag later ontmoette ik Joe Boyd. En echt waar: als ik die verschrikkelijke ervaring in dat Gentse café niet had meegemaakt en Derroll Adams niet had ontmoet, dan denk ik niet dat ik ooit Diamond Day had opgenomen. Dus: dankuwel België (lacht)."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier − vier =