Werchter 2006

Shitlist

Kanye West ( * )
Kanye West is een makkelijke schietschijf. Intussen is zijn ego zo
groot geworden, dat het op zijn eentje Vorst Nationaal drie maal
kan doen vollopen, maar wat de Amerikaanse hiphopper presteerde op
de Werchterse wei tartte alle verbeelding, en was allicht het
slechtste van de hele vierdaagse. Zijn optreden hield op zeer
slordige wijze het midden tussen een poging tot creatief sampelen
en een regelrechte dj-set, maar in geen van beiden toonde West zich
bekwaam. Het nut van pakweg ‘Take On Me’ van A-Ha midden in een
ander nummer te gaan spelen, het te onderbreken met wat egomaan
gebroebel en dan een ander nummer in te zetten dat hij zelf ook
niet gemaakt heeft, ontging velen volledig. Hij werd dan ook
meermaals op boegeroep getrakteerd, maar de blinde fans en de
fuifnummers kreeg hij af en toe aan zijn kant met het half spelen
van bekende hitjes, en er zeer ongeïnspireerd zijn eigen hits eraan
te breien. Vooral zijn gedenkwaardige uitspraak dat hij de eerste
zou zijn om violen en hiphop te combineren, was tekenend voor zijn
gebrek aan realiteitszin. Wat een windbuil.

Deftones ( *1/2 )
Van alle bands die met het verderfelijke genre van de nu-metal
geassocieerd worden, hebben we Deftones altijd het best kunnen
pruimen. De band heeft namelijk gevoel voor moordende riffs zonder
de melodie uit het oog te verliezen. De credibility die Deftones op
plaat opbouwt, verdwijnt live echter als sneeuw voor de zon. Zanger
Chino Moreno zag eruit alsof hij leefde op een strikt Piet
Huysentruyt-dieet van room en boter en bassist Chi Cheng dient
dringend een tandarts op te zoeken. Als we u vertellen dat onze
oren nog meer afgezien hebben dan onze ogen, weet u genoeg. Moreno
schreeuwde zijn aantrekkelijke, slepende vocalen de dieperik in, de
nummers werden snel en rommelig afgehaspeld en de nieuwe songs zijn
zo zwak als de retorische kwaliteiten van Prins Filip. Opener ‘The
Passenger’ en het beukende ‘Hexagram’ konden nog enigszins
overtuigen, maar Deftones dreigen live de Herwig van Hove van de
rock te worden: pafferig, hautain, irritant en erg
teleurstellend.

Black Eyed Peas ( ** )
De Black Eyed Peas hebben geen al te goede live-reputatie en worden
ook vaak gehekeld als één van de exponenten van alles wat mis is
met de hedendaagse commerciële hiphop-cultuur. Een gedurfde keus
dus om BEP als afsluiter op de eerste dag te zetten. Het viertal
worstelde om de wei in haar greep te krijgen, en ondanks de trits
grote hits die de groep uit de kast kon halen, leek BEP moeite
hebben evenwicht te vinden tussen de verschillende groepsleden.
Zangeres Fergie kneep meermaals haar stem plat, en de als
bisnummers vermomde tweede set klonk flauw en overbodig.

Clap Your Hands Say Yeah ( ** )
Een goed tot uitstekend album kan live volledig worden verknoeid:
Clap your hands say yeah bewees deze stelling met verve. De band is
terecht één van de grootste hypes van het jaar, maar hun prachtige
cadeaus van nummers kregen live een lelijke geschenkverpakking
aangemeten, die niet los te scheuren bleek. Alec Ounsworth zong
immers even onverstaanbaar als Eddy Wally na zes duvels. Licht vals
zingen kan erg mooi zijn en een onderdeel vormen van een
persoonlijke stijl, maar de verlegen frontman schuwde de
overdrijving duidelijk niet. De rest van de band stond er even
onwennig en bedeesd bij en het resultaat was een dof, flets geluid
waarin de sprankels van hun debuut ver te zoeken waren.
Gestroomlijnde bolides van songs als ‘The skin of my yellow country
teeth’ en ‘Is this love?’ veranderden in roestige wrakken, die
zelfs de beste garagist naar de schroothoop zou verwijzen. Laat u
echter niet van de wijs brengen door ons strenge oordeel: Clap your
hands say yeah blijft een beloftevolle groep die de stoffige
eighties opfrist met een deodorant van reminiscenties aan bands als
Grandaddy en Kaiser Chiefs. Live is er echter nog veel werk aan de
winkel en moet er dringend aan podiumprésence worden gewonnen. Of
hoe een hype ook in het nadeel kan werken van een groep!

Placebo ( ** )
Placebo zou velen teleurstellen door hun wat tamme set en de
lijzige manier van optreden van de veelbesproken frontman Brian
Molko. Het moet gezegd dat de vonken er inderdaad niet van af
vlogen, en wie Placebo al niet mocht, zal zeker niet van idee
veranderd zijn. Toch was het niet al negatief wat er te melden
viel: de soms ingehouden toon van het optreden deed de cynische
pose van de groep eer aan, en het optreden toonde ook aan dat
Placebo over een zeer sterke back catalogue beschikt. Als
uitschieter was er ‘The Bitter End’. Molko’s hommage aan Plastic
Bertrand was dan wel weer een misser. Hoewel ongetwijfeld aardig
bedoeld, leek het niet echt een richting uit te gaan.

Arctic Monkeys ( **1/2 )
De Arctic Monkeys, door Jan en alleman uitgeroepen tot de band van
het moment, konden de hoge verwachtingen niet helemaal inlossen.
Oké, de nummers zijn leuk en sommige zelfs zeer leuk maar het
ontbrak de jonge snaken aan Begeisterung om een song als
‘Cigarette Smoke’ even leuk te laten klinken als op plaat. Het was
ook warm voor hen natuurlijk.

Best-of-list

Calexico ( ***1/2 )
De mannen van Calexico, afkomstig uit Arizona, zijn warme
temperaturen gewoon en dat hoor je in hun muziek. Dit setje paste
dan ook op deze hete Werchterdag als de sleutel op ons fietsslot.
Zuiderse trompetten en Mexicaanse invloeden, ook in de visuals,
scoorden in de tent en er werd zowaar gedanst op deze
indie-americana. ‘Alone Again Or’ vormde een onbetwistbaar
hoogtepunt.

Kaiser Chiefs ( ***1/2 )
Dat Kaiser Chiefs echte podiumbeesten zijn, wisten we al langer.
Het is opvallend hoeveel herkenbare songs deze Britten op hun
actief hebben ondanks hun enige release. Het publiek brulde dan ook
lustig mee op ‘Everyday I Love You Less and Less’ en ‘I Predict a
Riot’. Ricky Wilson en de zijnen lieten ons met drie nieuwe nummers
het beste hopen voor een tweede album.

The Streets ( ***1/2 )
Wie de live-reputatie van de Peppers te wisselvallig vindt, kon
donderdagavond terecht bij de Wayne Rooney van de geezerhop voor
een wild feestje van opzwepende muziek en existentiële
vraagstukken. Live draait het Mike Skinner duidelijk minder om de
narratieve kracht van zijn nummers en veel meer om het entertainen
van het publiek. Skinner had een uitstekende band meegebracht en
een housezanger die wat weg had van Seal, maar dan met meer situps
en fitnessuren achter de rug. Nummers als ‘Blinded by the lights’,
‘Could well be in’ en ‘When you wasn’t famous’ gingen er bij het
publiek in als zoete koek en dat gold ook voor de brandy die
Skinner met de toeschouwers deelde. The Streets lieten het publiek
ook af en toe neerhurken om dan rond te springen als kannibalen na
een indrukwekkende mensenvangst. Het is een trucje dat al door
verschillende bands gehanteerd wordt ( Spearhead en Lamb
bijvoorbeeld ), maar Skinner kreeg het publiek wel op zijn hand en
daar draaide het om. Oi!

Mogwai ( ***1/2 )
Wanneer onze favoriete Schotten aantreden, ruilen we ons vaste
plekje vooraan tegen de hekkens om voor een plaatsje iets verderop.
De heren van Mogwai spelen hun postrockcomposities namelijk
oorverdovend luid en schrikken niet terug voor een minutenlang
durende wervelstorm van feedback waar je buis van Eustachius
compleet het noorden bij verliest. Ook nu werd het publiek bij
momenten verpletterd door een muur van geluid die naar adem deed
happen. Nochtans werden we ook getrakteerd op een paar
melancholische ogen van de storm met songs als ‘Friend of the
night’ en ‘Hunted by a freak’, waarin pianist/gitarist/zanger Barry
Burns de hoofdrol opeiste. Op de meeste momenten, zoals in het
schitterende ‘We’re no here’, veranderde de intieme sfeer van een
kabbelend gitaarriviertje echter in een dam van distortion, waarin
de melodie als een watermassa werd tegengehouden en de noise naar
buiten spoot. Eindconclusie: potdoof maar overweldigd!

Eels ( ***1/2 )
Moesten we Herman Schuermans aan een kruisverhoor mogen onderwerpen
waar de Gestapo jaloers zou op zijn, begonnen we absoluut met deze
vraag: Waarom speelde Eels om 14u op de Main Stage en sloten ze het
festival niet af in de Marquee? We kunnen enkel hopen dat het ging
om een noodzakelijke organisatorische aanpassing ( zoals bij de
Peppers ), waar de programmatoren niks aan konden doen. Wie de dvd
‘Live at Town Hall’ heeft gezien, weet immers dat de melancholische
ziel van E. het best tot zijn recht komt in een intimistische show
met een heerlijke late night-sfeer. Na Danko Jones en Nailpin ( het
schrijven van de naam alleen al bezorgt ons koude rillingen ) kon
Eels echter niet anders dan stevig te rocken en zo geschiedde.
Gekleed in een pilotenpak werden songs als ‘I like birds’ en ‘Old
shit/New shit’ door E. in een ronkend gitaarjasje gestoken. Enkel
tijdens het mooie ‘In a magic world’ werd er even gas teruggenomen.
E’s getalenteerde bandleden konden zich volledig uitleven tijdens
deze rockshow. De multi-instrumentalist die schuilt in ‘The Chet’
werd even op non-actief gezet want de man schudde enkel vette riffs
uit zijn mouw. Hilarisch was de contrabassist ‘Big Al’ die als een
security agent / body builder op het podium stond en soms enkele
karatebewegingen uit zijn mouw schudde en het publiek trakteerde op
slagroom en high fives. Eels speelde in abnormale
omstandigheden een goed concert, maar volgende keer zien we de band
toch liever met een strijkkwartet op de plaats die ze verdienen:
als headliner in de tent!

Vitalic ( ***1/2 )
Vitalic had het publiek al aan zijn kant nog voor de man nog maar
een keyboard had aangeraakt. Intussen is hij hipper dan die andere
Fransman, Laurent Garnier, en hij bewees dat door een uit alle
poriën swingende set te brengen, waar het publiek onmogelijk stil
op kon blijven. Zijn bekendste kraker, “La rock”, was één brok pure
energie en bracht menig halfnaakt jongmens in opperste extase.
Vitalic was echter niet alleen: hij werd geruggesteund door de
gebroers Dewaele, die met hun Nite Versions een zeer interessante
kant van zichzelf lieten zien. Evenzeer als Vitalic hadden ze een
enthousiast publiek mee, en was hun optreden strakker dan de
lederen broek van Axl Rose. Nite Versions bracht ook een vleugje
humor mee, wat evenzeer welkom was.

Wolfmother ( ***1/2 )
Dit Australische trio was net als de gemiddelde festivalganger nog
niet lang wakker toen ze de zaterdag mochten openbreken, maar daar
was op het podium niets van te merken. Hun onstuimige seventies
rock, die wat tussen Led Zeppelin en Black Sabbath heen balanceert,
klonk als meer dan welkom in de oren. Voeg daar enkele geweldige
solo’s en het fantastische bereik van de stem van krullenbol Andrew
Stockdale aan toe, en je hebt een zeer geslaagde opener.

Xavier Rudd ( ***1/2 )
We blijven aan de andere kant van de wereld met Xavier Rudd,
misschien wel de grootste revelatie van de dag. Je moet het maar
kunnen om helemaal alleen, zonder hulp van enige elektronica, de
hele tent te doen springen pal op de middag. Toegegeven, de nummers
en de zang waren op zich niet bijzonder, maar de manier waarop hij
ze bracht deed ons toch de wenkbrauwen fronsen. Xavier Rudd zat op
een troon met rond zich een drum, enkele didgeridoo’s, een
akoestische gitaar, een mondharmonica en wie weet wat nog allemaal.
Vooral de didgeridoo zorgde voor een frisse wind, waarbij
tempoversnellingen, ondersteund door de voetdrum, het publiek op de
hand kregen, waarna de Australiër plots op het oorspronkelijke
thema inpikte. Het matige bisnummer ‘No Woman, No Cry’ kon de pret
niet bederven.

Elbow ( **** )
Deze Mancunians deden wat Clap your hands say yeah niet kon: een
concert spelen dat de klasse van hun platen evenaarde en soms zelfs
overtrof. Zanger Guy Harvey was wel uitstekend bij stem, de band
straalde zelfvertrouwen uit en bracht klassesongs als ‘Fugitive
motel’, ‘The stops’ en ‘Station approach’ in een luxe-uitvoering.
Na een machtig’ Forget myself’ werd Elbow terecht op een lang
aanslepend applaus getrakteerd dat Harvey zichtbaar deugd deed. De
band gaf alle prefab-bandjes op Werchter ( Nailpin op kop ) lik op
stuk door iets moeilijks erg vanzelfsprekend te laten lijken,
namelijk goede, geloofwaardige songs schrijven en die op een
overtuigende manier brengen. Elbow, de Roger Federer van de
pop!

Sigur Rós ( **** )
Ach, dEUS was ongetwijfeld fantastisch en mag in één adem genoemd
worden met vele groten, maar als Sigur Rós daar tegenover staat,
dan moet zelfs onze nationale trots wijken, net als bijna alle
overige bedenkbare bands trouwens. Een optreden van onze favoriete
IJslanders is, als je je volledig overgeeft, een ervaring waar je
een dag niet goed van bent. Het is met de ogen gesloten genieten
van elke individuele noot en die ogen af en toe openen om iets van
de mooie visuals mee te pikken. Het enige wat deze set nóg beter
had gemaakt was de afwezigheid van storende geluiden als die van
het hoofdpodium en van mensen die applaudisseerden in het midden
van een nummer. Maar kan je hen het enthousiasme verwijten? Er zijn
veel mensen die de muziek van Sigur Rós als mislukte walvisgeluiden
afstempelen. Het is hun goed recht. Wij genieten alvast nog even
na.

Tool ( **** )
De mysterieuze labyrinten van Tool aarden niet in de buitenlucht
terwijl de zon nog schijnt: het was een stelling die we naar
aanloop van Werchter vaak te horen kregen en zelf deels
onderschreven. Keenan en co bewezen donderdagavond echter dat ze
ook zonder een ideale sfeer een imponerend concert kunnen spelen.
‘The Pot’, ‘Stinkfist’, ‘Vicarious’ en een geniaal ‘Jambi’: ze
werden stuk voor stuk luid maar overtuigend en zuiver gebracht.
Adam Jones liep er wat onverschillig bij, maar was op geen foutjes
te betrappen en Justin Chancellor baste als een Jezus Christus die
net door Pontius Pilatus werd vrijgesproken. De man koppelde
technisch meesterschap aan ongebreidelde overgave en het publiek
smulde. We kregen, net als in zaalshows, het meesterlijke tweeluik
‘Wings for Marie ( PT 1 ) / 10. 000 Days ( Wings PT 2 ) niet te
horen, maar er waren voldoende sublieme momenten om dat goed te
maken. De fenomenale dubbele basdrum in ‘Jambi’ bijvoorbeeld, die
klonk als een ondergrondse aardbeving die een tsunami van
onvoorspelbare gitaren op gang bracht. Till november,
seriously
, zei Maynard op het eind: we kunnen nu al niet
wachten!!!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =