Carla Bozulich :: Evangelista

In de jaren zeventig gooide het aloude Britse spookhuis van vertrouwen Hammer het over een licht andere boeg. De horror en griezelthematiek die voor eeuwig met deze filmmaatschappij verbonden zullen blijven, kregen een erotische toets die bij de vele mannelijke fans ongetwijfeld op gejuich onthaald werd.

Een wellustige vampier plant zijn tanden nu eenmaal bij voorkeur in de nek van een ontklede jongedame en welk satanisch ritueel of heksensabbat is compleet zonder minimaal één naakte jonge deerne? Maar de sabbat is meer dan een troepje rondhuppelende jonge, naakte vrouwen op wie de zwaartekracht nog niet te veel invloed heeft uitgeoefend. Het Kwade houdt immers ook van het betere levenslied dat niet alleen de primaire krachten bezingt maar ook inspeelt op oeroude angsten door ijselijke kreten te slaken.

Carla Bozulich draait al meer dan twintig jaar mee in het muziekwereldje en maakte vooral furore met het op countryleest gestoelde Geraldine Fibbers, maar sloeg daarna een veel experimentelere weg in met Scarnella. Met Evangelista steekt deze grande dame er echter nog een paar vlijmscherpe hoektanden bij: zelden klonk een album zo ijselijk koud en bezwerend dat het zelfs naar de normen van Constellation een indrukwekkend buitenbeentje is.

Het tweeluik "Evangelista I" en "Evangelista II" opent en sluit deze doos van Pandora die meer waanzin bevat dan heksenjager-generaal Matthew Hopkins zelve voor mogelijk had gehouden. Kreunend en steunend trekt "Evangelista I" zich op gang: de strijkers, zwanger van dreiging, vormen de "familiars" die Bozulich begeleiden bij een heidens ritueel. Een bijna tien minuten durend ritueel dat de demonen niet uitbant maar uitnodigt, opent de poorten naar de onderwereld. In "Steal Away" treedt echter het licht naar voren: een moderne psalm hult zich in een los countryjasje, Bozulich klinkt opvallend ingehouden na het geweld van "Evangelista I".

Het geruis en gekraak van "How To Survive Being Hit By A Lightning" voorspelt weinig goeds, het nummer weifelt om voluit voor de dreiging van "Evangelista I" te gaan dan wel de weg van het rustige en kalmerende "Steal Away" in te slaan. In de laatste noten weerklinkt uiteindelijk engelengezang, al is niemand ook maar iets wijzer geworden. Met "Pissing" wordt een cover van Low van stal gehaald: de onderhuidse dreiging die het origineel kenmerkt, past wonderwel binnen het universum van Bozulich zodat deze uitvoering weinig van de oorspronkelijke versie afwijkt.

Het niemendalletje "Inside Sleeps" evoceert een korte paranoïde aanval, ijle pianoaanslagen en ruis gaan hand in hand over in "Baby, That’s The Creeps", waarin een dreigend kerkorgel de versmoorde stem van Bozulich wil verpletteren. De angst grijpt om zich heen, maar het orgel galmt onverstoord door de spookachtige hallen, doof voor Bozulichs wanhopige uithalen en smeekbeden.

De prins der duisternis is niet alleen een heer maar ook bezitter van al het aardse. "Prince Of The World" heeft dan ook een dromerige sfeer die deze heer in al zijn verleidelijke waarde laat. Engelengezang en zachte gitaren begeleiden hem op zijn weg. "Niel’s Box" bant daarna opnieuw alle melodieën: strijkers, achtergrondgeluiden en de menselijke stem worden tot een geheel gesmeed. Nu de strijd gestreden is, kan "Evangelista II" het album afsluiten, Bozulich staat een laatste maal centraal, temidden van haast onhoorbare en nauwelijks te duiden klanken.

De kaart van het exorcisme wordt zeker en vast niet voluit getrokken op Evangelista, hoewel Bozulich in de andere, zachtere nummers evenmin echt veel hoop lijkt te koesteren. Op de cover "Pissing" na, kan er nauwelijks van nummers in de strikte zin van het woord gesproken worden. Bovenal zijn dit klanktexturen die Bozulich de kans geven vocale acrobatieën uit te halen zonder ooit de stem te reduceren tot een louter instrument. Geen hapklaar plaatje dus, maar de Boze knikt alvast instemmend bij zoveel onheilspellends.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =