Dresden Dolls


Het was eerst even wennen… De AB binnenkomen en meteen een geruit
polsbandje in de handen geduwd krijgen om dit motief niet uit het
oog te verliezen bij de gestreepte kousen van Amanda Palmer, een
koppel dat een bucolisch tafereel uitbeeldt gezeten voor een
immense landschapsafbeelding en la Palmer zelf, die een jong meisje
met vingerverf aan het besmeuren is. Even leek het alsof Woodstock
2006 in Brussel plaatsvond. Maar neen, het waren de Dresden Dolls
die een klein festivalletje in elkaar gestoken hadden en wilden
bewijzen dat het soms heel fijn kan zijn om buiten de lijntjes te
kleuren.

En een mini-festival kon je het wel noemen. De Dolls hadden zelf
maar liefst drie extra acts voorzien op de affiche en dat was nog
helemaal geen slecht idee ook. Eindelijk kreeg het publiek eens
voorprogramma’s voorgeschoteld die nog enigszins kaderden binnen de
sfeer van de main act en toch genoeg eigen karakter hadden om
overeind te blijven. De eerste act was al meteen een zonderling
individu: Thomas Truax, aangekondigd als een
singer-songwriter die op het podium zichzelf begeleidt met behulp
van zelf uitgevonden instrumenten met welluidende namen als The
Hornicator
. Het klonk weinig belovend en bij het eerste nummer
van de korte set leek het alsof zijn zonderling karakter zijn enige
troef was, een gestoorde wetenschapper klaar voor een Suske en
Wiske-album. Toch kreeg hij het niveau de hoogte in met de latere
nummers, waarin zijn redneck-rock wel bleek te werken. In ballads
als ‘Inside the Internet’ poogde Truax een knipoog naar Nick Cave
te bieden, hoewel ik beide artiesten verder liever niet in
hetzelfde zinsverband wil plaatsen. De vondsten van Truax waren
zeker niet mis (drummachine Sister Spinster is een staaltje
vakmanschap), de nummers klonken helemaal niet slecht in de oren en
het humoristische kantje van de act zorgde daarbovenop soms voor
een glimlach op het gezicht. Maar hoe je het ook draait of keert,
meer dan dat had de New Yorkse singer-songwriter ook niet te
bieden: een geslaagde opwarmer, maar ik zie zijn naam niet snel
stijgen op de affiches. Als tweede opwarmer kondigde Amanda als
Mistress of Ceremony Bang On aan, een percussieduo dat ze
van de straat plukte (de locatie waar zij eveneens haar eerste
artistieke lusten ging botvieren). Als kort intermezzo werd het
aanzwellende publiek op drie nummers getrakteerd. Het tussendoortje
werd best gesmaakt en wist de massa wat op te zwepen, maar de
geforceerde audience participation was wel even te veel van
het goede. In sneltempo stormde DeVotchKa dus maar de bühne
op. Deze Amerikaanse groep combineert polka, mariachi en
Zuid-Europese folk met indie rock: een foutere combinatie is op het
eerste gehoor niet mogelijk. Bij de opkomst leek de band
daarenboven ook nog eens samengesteld uit La Bamba-verworpenen.
Toch werden al deze vooroordelen vliegensvlug aan de kant
geschoven. De gypsy-rock bleek namelijk een uitmuntende
kruisbestuiving te zijn: frontman Nick Urata bracht het relaas van
zijn hartstochten op een geloofwaardige manier en de hele groep
straalde een ongedwongen sfeertje uit dat wist te bekoren.
Bovendien werkt de symbiose van gitaar, accordeon, tuba en drums
wonderwel. Even waande ik me op een zwoele Couleur Café-avond en
daar zou DeVotchKa dan ook helemaal niet misstaan. Een ontdekking.
De Dolls zelf leken ook sterk onder de indruk te zijn van deze
groep, want bij het voorlaatste nummer nam Brian plaats achter de
drums en eiste Amanda de vocals op. De combinatie werkte wonderwel,
maar richtte de blik ook terug op het hoofddoel van de avond: de
Dresden Dolls.

Uiteindelijk waren het toch deze twee Bostonians waarvoor we
gekomen waren. Het publiek werd al meteen ondergedompeld in de
burleske sfeer door een indrukwekkend staaltje acrobatie van The
Amazing Alexandra en dan kwam Brussel eindelijk oog in de oog te
staan met de hoofdact van de avond: Dresden Dolls. Toen in 2004 hun
eerste studio-album beschreven
werd als Brechtiaans punkcabaret werden ze aanvankelijk als een
getalenteerde rariteit aangezien, maar met opvolger Yes, Virginia is de tijd gekomen om aan
te tonen dat ze meer dan een opvallende eendagsvlieg zijn. Meteen
viel op dat de marktwaarde van de groep serieus gestegen is: hoewel
de AB niet volledig uitverkocht was, ging een groot deel van het
publiek gekleed in een palet van zwart en wit (liefst de gestreepte
variant), gilden tienermeisjes de namen van hun idolen uit en zijn
nummers als ‘Coin Operated Boy’ uitgegroeid tot anthems die spijtig
genoeg in koor meegebruld werden. De vraag was dan ook meteen of de
groep niet eerder een product geworden is. Al snel werd duidelijk
dat het antwoord daarop een luidkeelse negatie inhoudt.

Opener ‘Sex Changes’ maakte meteen duidelijk dat het duo nog steeds
bulkt van de energie: Amanda slaagt erin van de piano een
rockinstrument par excellence te maken en Brian moet wel de meest
vitale drummer sinds Animal zijn. Het tweede nummer, ‘Missed Me’,
toonde meteen de andere, eerder ingetogen kant van de Dolls en de
avond zou dan ook een afwisseling bieden tussen beide tempo’s,
steeds voorzien van het typische scherpe kantje. Met ‘Backstabber’
kwam al snel een volgend nummer van het tweede album aan bod,
waarop radicaler gekozen werd voor het hardere, up-tempo werk. Toch
zouden de nieuwe nummers niet zo prominent aanwezig zijn op de
setlist. Later volgden nog enkel het wondermooie ‘First Orgasm’, de
mooiste ode aan soloseks ooit, en het ietwat banale ‘Mandy goes to
Med School’. Zelfs de single ‘Sing’ werd achterwege gelaten;
omwille van de hoge Kumba Ya-factor had het nochtans gegarandeerd
een uitschieter van de avond opgeleverd. Uit het debuutalbum werden
publieksfavorieten ‘Girl Anachronism’ en ‘Half Jac’k (voorafgegaan
door een indrukwekkende, maar spijtig genoeg iets te lang gerekte
drumsolo) nog opgerakeld en deze misten hun doel niet.

Deze avond zou de nadruk dan ook vooral komen te liggen op de
eigenzinnige covers, een discipline waarin het duo zeker niet te
onderschatten valt. Hun versie van Black Sabbaths ‘War Pigs’ klinkt
nog steeds heerlijk in de oren en geeft de satanisch-politiek
getinte tekst een gesmaakte ironische bijklank. ‘Two-Headed Boy’
(oorspronkelijk van Neutral Milk Hotel) werd enkel met
gitaarbegeleiding ten berde gebracht, alsook een meesterlijk
poreuze versie van ‘Cosmic Dancer’ (T-Rex). Met ‘Tout les Garçons
et let Filles de mon Age’ (Françoise Hardy) waagden de Dresden
Dolls zich aan een experimentje dat aanvankelijk de mist in ging,
maar daardoor ook net de spontaneïteit van de groep nogmaals in de
verf zette. Uiteindelijk waren het deze kleine schoonheidsfoutjes
die bijdroegen tot de charme van het concert. En die charme was
zeker en vast aanwezig: de adrenaline leek lustig doorheen het lijf
van artiest en publiek te stuwen en de sfeer leek, op enkele kleine
dipjes na, op een explosie af te stevenen. Na een goed uur en een
kwart verliet het duo het podium om al snel erna weer op te komen
voor de ondertussen klaarblijkelijk obligaat geworden Brel-cover
‘Amsterdam’, een nummer dat de gemiddelde Dresden Dolls-liefhebber
al meer dan genoeg gehoord heeft. Na afloop keilde Viglione zijn
gitaar tegen het Brusselse podium in een staaltje poseurschap dat
we van hem niet gewoon zijn en dat voor mijn part in het vervolg
gerust achterwege gelaten mag worden. Daarmee was de kous echter af
voor de hele avond: nog één uiterst voorspelbaar nummer en voorts
niets meer. Het summum was binnen handbereik, maar is er
uiteindelijk toch niet echt gekomen.

Al bij al is het een bijster genietbare avond geworden. De
originele voorprogramma’s wisten te boeien (voor de verandering mag
dat ook al eens) en de Dresden Dolls zelf slaagden er bij momenten
in de pannen van het spreekwoordelijke dak te spelen. Toch verliet
ik de zaal met geen compleet verzadigd gevoel: het einde van het
concert kwam er te plots en leverde niet de verwachte apotheose.
‘Amsterdam’ was een veel te voor de hand liggende zet voor de
Dolls, en liet de avond wat in mineur eindigen. Ook had de setlist
iets meer eigen werk mogen bevatten, vooral dan van de nieuwe
plaat, die ze uiteindelijk met deze tour toch dienen te promoten.
Dat beetje extra ontbrak dus. Toch blijven de Dresden Dolls de
enige groep die zwart en wit zo kleurrijk kunnen doen klinken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × een =