
Op 22 februari 2006 zal het welgeteld 110 jaar geleden zijn dat in
Antwerpen Paul van Ostaijen werd geboren. Van Ostaijen werd slechts
32 jaar oud, maar de geest van de
journalist-criticus-dichter-prozaïst-dandy waart ook vandaag nog
rond in de Wereld der Schone Letteren. Voor de mensen die denken
dat ze op een nieuwe rubriek, enola-boeken, zijn terechtgekomen:
loop nog niet meteen weg!
Twee heren die net als Van Ostaijen deze ongerijmde wereld proberen
te vatten in ongerijmde kunst, zijn Peter Clasen en Elvis Peeters.
De ene kent u (of zou u moeten kennen) van Neven, het
‘electrodubjazzpopgroove’-instituut dat jaarlijks de ene na de
andere fijne schijf op de wereld loslaat, de andere is/was het
boegbeeld van het legendarische Aroma Di
Amore, De Legende en De Bange Konijnen. Anno 2006 is hij vooral
schrijver van romans, verhalen, poëzie en theaterteksten. ‘De
Ontelbaren’, zijn laatste roman (en theatervoorstelling), is naar
onze bescheiden mening de beste roman die deze eeuw verscheen in
onze gewesten.
Het is niet de eerste keer dat literatoren en
(elektronica)-artiesten de handen in elkaar slaan. Denken we maar
aan Peter Verhelst en Jeroen Olyslaegers die het deden met
Eavesdropper, en aan Serge van Duijnhoven die zijn poëzie ooit
koppelde aan de beats van DJ Dano. De samenwerking tussen Clasen en
Peeters is echter niet zo vergezocht als op het eerste gezicht
lijkt. In het verleden kruisten hun paden al meer dan eens: Clasen
ontwierp ooit enkele hoezen voor Aroma Di Amore en op de Neven-cd
‘Kant’ zong Peeters een nummer in (‘Nacht niet aan de merrie’).
Voorts maakten ze samen de strip ‘Tango Mortale’, en zaten ze in
het ‘losvaste’ muziekproject ’10 kleine snobs’.
En nu is er dus Schmoll. De naam voor dit project werd overigens
ook bij Van Ostaijen gehaald. Vlak vóór zijn dood zou die in de
weer geweest zijn met een bundel, die als titel ‘Het eerste Boek
van Schmoll’ moest meekrijgen. In het postuum uitgegeven
‘Gedichten’ staan enkele verzen waarvan wordt verondersteld dat ze
voor die bundel bestemd waren. Deze gedichten, waaronder ‘Spleen
Pour Rire’, inspireerden Peeters en Clasen en zetten hen aan
Schmoll uit de grond te stampen. Schmoll is meer dan Peeters (stem,
clarinet, trompet, accordeon, harmonica) en Clasen (beats,
sequence, keys, mix). Het derde groepslid is de bassist Tariq, die
eveneens actief is bij Neven en in het verleden ook opdook bij
B-Lectric.
Twee jaar na een eerste Schmoll-maxi met 5 nummers, is er dus
‘Spleen Pour Rire’. Het album logeert intussen anderhalve week in
onze cd-speler en het is merkwaardig hoe dit plaatje is gegroeid.
Bij onze eerste beluistering was het vooral Elvis Peeters die in
het oor sprong (een nachtegaal zal hij nooit worden, maar in ons
taalgebied is hij uniek met zijn scherpe, spitsvondige en rake
teksten), maar gaandeweg begon alles lekker in elkaar te vloeien.
Aanvankelijk vonden we de combinatie zang/elektronica nog een
beetje vloeken, maar hoe vaker we naar de cd luisterden, hoe
duidelijker het werd dat de muziek méér is dan gewoon begeleiding
bij de teksten. Beide lopen elkaar niet voor de voeten, ze
versterken elkaar.
Zestien tracks, dat lijkt op schieten met hagel in de hoop iéts te
raken, maar niks is minder waar. Schmoll schiet met scherp: terwijl
Clasen en Tariq naar de benen mikken, heeft Peeters het vooral
gemunt op het hart en het hoofd. Hij doet dat meestal in het
Nederlands, maar ook vier keer in het Frans. Erg sterk zijn
‘Achtervolgd’, ‘Hout Pompen’, ‘De regen en ik’, ‘Slijtage’ en
‘Woondrift’. Een speciale vermelding krijgt ‘Doe Open’, het laatste
nummer. Wie goed luistert, hoort hoe Peeters hier met een vervormd
stemmetje de wanhoop lijkt te verklanken van de ontelbaren uit zijn
laatste roman. Pakkend, zowaar. Muzikaal doet het geheel
vanzelfsprekend denken aan Neven, maar ook aan Arbeid Adelt! (toen
Vanthilt nog door het leven ging als Max Alexander), Human League
(het refreintje van ‘Woondrift’), Suicide (ten tijde van ‘American
Supreme’), D.A.F. en zelfs Boards of
Canada (het elektronicatapijt in ‘Doe open’). En toch is dit
helemaal geen retroplaatje, waarin de koele new wave en elektro van
de jaren ’80 worden gerecycleerd. Verre van, het zijn slechts
echo’s, die hier en daar weerklinken tussen de eigentijdse (of is
het tijdloze) muziek van Peeters, Clasen en Tariq. Bovendien zorgen
ook de vier Franse songs voor een beetje tegengewicht, het scherpe
‘En Flammes’ en het enigszins naar Arno neigende ‘Poupée’ op
kop.
Kortom: wij waren héél blij toen we dit schijfje op een mooie
winterdag op de deurmat vonden, te midden van reclamebladen,
rekeningen en de Libelle. Vandaag zouden we deze plaat voor geen
geld meer willen missen. We hopen dan ook dat er nog meer mensen
‘Spleen Pour Rire’ in huis zullen halen. Want een dansplaat én een
dichtbundel in één, waar raak je vandaag de dag voor zo weinig geld
nog zo goed gesteld? Om van te schmullen!



