Supergrass

Botanique, Brussel, 08/11/05

Voor radicale vernieuwing is de muziekliefhebber bij Supergrass
altijd aan het verkeerde adres geweest. Net als de meeste van hun
generatiegenoten – misschien zelfs méér dan hun generatiegenoten –
halen zij de mosterd voor hun frisse, energieke en vlot verteerbare
sings uit de sixties (Kinks, Faces, Who) de seventies (Bowie,
T-Rex) en de vroege eighties (Undertones, Buzzcocks). Toen de drie
schreeuwlelijkerds uit Oxford in ’95 de videoclip van hun hit
‘Alright’ onveilig maakten op hun BMX-fietsjes, was Supergrass een
meer dan welgekomen ‘verfrissing’ in het stilaan duffe, vaak al te
serieuze Britpopwereldje. Na twee uiterst enthousiast onthaalde
albums (‘I Should Coco’ en ‘In It For the Money’) was het nieuwe er
evenwel af. ‘Supergrass’ (aka ‘The X-Ray Album’) en ‘Life On Other
Planets’ vonden een pak minder kopers en – vooral buiten Engeland –
kreeg de band steeds minder (pers)belangstelling. Vorig jaar
verscheen ‘Supergrass is Ten’, een fenomenale verzamelaar met alle
singlehits (and more), die liet vermoeden dat het bobijntje
van de vier (de band was intussen versterkt door Gaz’ broer Rob)
helemaal af was. ‘Road to Rouen’, het vijfde studioalbum dat half
augustus uitkwam, was dan ook een dubbele verrassing: niet alleen
omdat om de plaat kwam er erg snel kwam na de verzamelaar, maar ook
omdat de groep het muzikale roer nogal drastisch had omgegooid. De
‘vakpers’ wist zich alvast niet meteen raad met de negen
nagelnieuwe, aan Beatles en Pink Floyd schatplichtige songs.

In 2002 was Supergrass nog groot genoeg om de AB te vullen (support
acts Simian en Athlete voor wie er was vóór half acht), nu, drie
jaar later, moesten de Oxford Four zich tevreden stellen met de
(veel gezelligere) Botanique. De greatest hits tournee van 2004
bracht de groep jammer genoeg niet naar ons land, maar dat werd
meer dan goed gemaakt met de gevarieerde set die Supergrass in de
Botanique bracht. Er werd niet alleen naar hartelust gegrasduind in
de indrukwekkende collectie hits die de groep op haar actief heeft,
op twee songs na kwam ook de laatste, sublieme cd ‘Road to Rouen’
integraal aan bod.

Maar voor het zover was moesten we ons nog door het voorprogramma
worstelen. Daarvoor werd een groepje van eigen bodem ingehuurd: het
Brusselse Montevideo. Kennelijk wist frontman Manu Simonis
dat er zich heel wat Britten in de zaal zouden bevinden, zodat hij
zijn bindteksten dan ook in het hun moedertaal debiteerde. Jammer
genoeg voor hem bleek later op de avond dat het Frans van Gaz
Coombes beter was dan zijn Engels. Het optreden zelf was wel
aardig, en Montevideo zou wel eens een naam kunnen worden die ook
ten noorden van de taalgrens over de lippen gaat.

De set van Supergrass viel uiteen in vier delen. Afgelopen jaar
toerden zanger-gitarist Gaz Coombes en bassist Mick Quinn
akoestisch door eigen land, ondermeer omdat toetsenman Rob Coombes
en drummer Goffey zich de dag van vandaag steeds minder rockster
maar des te meer huismus voelen (en zich bijgevolg met graagte aan
de opgelegde ophokplicht houden). Het optreden begon dan ook met
een unplugged gedeelte, waarin Gaz – alleen of met Quinn – naakte
versies van ondermeer ‘St. Petersburg’, ‘Wait For the Sun’, ‘Caught
By the Fuzz’ en ‘Sitting Up Straight’ uitstrooide over de
Orangerie. Gewaagd, maar toch gesmaakt door het publiek, dat ook in
het volgende gedeelte weinig onderscheid maakte tussen het oude en
het nieuwe werk.
Nadat Coombes en Quinn het gezelschap kregen van Charly Coombes (de
andere grote broer van en eveneens toetsenman), percussionist Satin
Singh en de invallersdrummer (wiens naam we vergeten zijn), kregen
we oergezellige versies voorgeschoteld van ‘Low C’, ‘Sad Girl’,
‘Late In the Day’ en ‘Kiss of Life’. Maar ook klassieker ‘Sun Hits
the Sky’ kreeg in een semi-akoestische uitvoering de zaal aan het
dansen. Terwijl Singh de song uitgeleide mocht doen met een
percussiesolo verlieten de andere groepsleden één na één het
podium, zodat ook de (eventuele) doven en slechthorenden in de zaal
meteen door hadden dat het tweede bedrijf van het optreden erop
zat.

Hierna namen de Gaz en Charly Coombes plaats achter keyboards en
elektrische piano voor een kort familieonderonsje. De ingetogen
versies van ‘Roxy’ en ‘Funniest Thing’ waren slechts de stilte voor
de storm: het hardere werk van ‘Road to Rouen’ (de titelsong +
‘Tales of Endurance (Parts 4, 5 & 6)’, live-favoriet ‘Lady Day
and …’) en een bloemlezing uit de greatest hits (‘Rush Hour Soul’,
‘Moving’, ‘Richard III’, ‘Grace’). Nadat de puntjes op de ‘i’
werden gezet met toegiften ‘Fin’ en ‘Pumping On Your Stereo’
verdwenen de heren voorgoed in de coulissen na een erg gevarieerd,
boeiend en naar het einde toe verschroeiend concert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =