My Boss’s Daughter




Men probeert er niet al te veel ruchtbaarheid aan te geven, maar
‘My Boss’s Daughter’ werd al in 2001 opgenomen. Dat een film eerst
twee jaar lang stof ligt te verzamelen op de plank van de
filmstudio, is doorgaans een veeg teken voor de kwaliteit die we
kunnen verwachten, en jawel: David Zucker, ooit lid van de
regelmatig lachspierstrelende tandem Zucker-Abrahams-Zucker,
verantwoordelijk voor ‘Airplane’ en ‘The Naked Gun’, maakt hier een
volstrekt onleuke klucht, zo flauw dat er wetten tegen zouden
moeten bestaan.

Ashton Kutcher speelt (wat heet) Tom Stansfield, een sul die
gefrustreerd is over z’n miezerige baan bij een uitgeverij en elke
dag op de metro de dochter van z’n baas zit te begluren (Tara
Reid). Die baas wordt gespeeld door Terence “show me the money”
Stamp, en is het soort van doorgewinterde rotzak die z’n
secretaresse vernedert om haar daarna te ontslaan omdat de koffie
niet lekker is, en berenklemmen in z’n tuin legt voor de kinderen
van de geburen. Kortom: my kinda guy!

Wanneer Reid op een dag aan Kutcher vraagt om ‘s avonds langs te
komen, kan onze weinig aantrekkelijke held z’n hormonen nauwelijks
nog in bedwang houden, maar helaas voor zijn prostaat: de bedoeling
was dat hij op het uiteraard vol antieke meubelen en onbetaalbare
spullen volgestauwde huis zou letten. Stamp en Reid vertrekken, en
Kutcher blijft alleen achter met een onschatbare uil, een nijdige
secretaresse, een drugdealer, een parasiterende zoon en een meisje
wiens hersenen gaandeweg uit haar hoofd lekken. Dat moet ook wel,
als je vrijwillig in dit onding wil meespelen.

Er bestaat zoiets als komische timing, en wie ooit die bijna
klassiek geworden komedies van het ZAZ-collectief heeft gezien,
weet dat Zucker daarvan op de hoogte zou moeten zijn. In ‘The Naked
Gun’ zat bijvoorbeeld een scène waarin Leslie Nielsen ‘s nachts in
het bureau van de slechterik binnenbrak, en uiteraard binnen de
kortste keren heel de boel de vernieling inhielp. Die scène was
zuivere slapstick, maar ze werd haast perfect uitgevoerd en
daardoor werd ze grappig. In ‘My Boss’s Daughter’ valt er nergens
iets te vinden dat nog maar half zo geestig is – de schade die er
aan het huis van Stamp wordt toegebracht is enkel dat: vernieling,
zonder dat er ergens iets terug te vinden valt van de charme en de
uitbundigheid die die oudere film zo onweerstaanbaar maakten. Een
luchter die tegen de grond valt, is niet geestig. Een man die
wanhopig probeert om dat ding op z’n plaats houden, zich in
allerlei bochten wringt om dat te doen, en het uiteindelijk toch
moet opgeven, kan dat wel zijn.

Ook in de dialogen vinden we dat gebrek aan timing en inspiratie
terug. Gedeeltelijk ligt dat eraan dat ze simpelweg slecht
geschreven zijn, maar ook de regisseur verdient een flink deel van
de schuld. Waar is het voor nodig om een komische situatie tussen
drie acteurs op te gaan splitsen in drie close-ups? Plaats die
scène in één shot van de drie acteurs tesamen, en je kunt je
publiek tonen hoe de acteurs op elkaar reageren, wat de dynamiek
van de situatie is. Door die close-ups te gebruiken, verpest je de
hele grap, omdat je de wisselwerking tussen de acteurs volkomen zit
te verhakkelen. Dat een beginner zo’n fout maakt, tot daaraan toe,
maar een ervaren regisseur als David Zucker?

Ashton Kutcher was tot nu toe voornamelijk bekend uit de serie
‘That ’70’s Show’ én omdat hij regelmatig de horizontale mambo
danst met de zestien jaar oudere Demi Moore (niemand wordt graag
ouder, tenslotte). Na ‘My Boss’s Daughter’ zal daar allicht geen
verandering in komen: de jongen acteert hier met alle uitstraling
van een Sanseveria die te weinig water heeft gekregen.

Naast hem staat Tara Reid, die verder gaat op haar vroegere élan
en na ‘American Pie’, ‘Body Shots’ en ‘Van Wilder’ alweer een onsterfelijke titel
aan haar resumé toevoegt. Je zou toch denken dat je er na drie,
vier van de slechtste komedies aller tijden wel genoeg van zou
krijgen, maar nee, deze dame gaat dapper door. Wat échte acteurs
als Terence Stamp en Michael Madsen hier komen zoeken, is een
mysterie.

Je kunt er lang over bezig blijven, maar eigenlijk is de
waarheid over dit soort film in enkele regels gezegd. Het is een
product, ontworpen om zo snel mogelijk verteerd te kunnen worden
door zoveel mogelijk tieners die niet beter weten. Er zit geen
enkele originele situatie in, de dialogen zijn hersenverlammend
flauw en de acteurs modderen maar wat aan. Onze enige troost is dat
‘My Boss’s Daughter’ lange tijd op z’n minst niet vervalt in het
soort van gortigheden waar de ‘Pie’-films het patent op hebben.
Maar dàn komt de scène waarin Michael Madsen een kamer onderpist
(het was blijkbaar dringend), en daarmee vliegt die illusie ook
weer de deur uit.

Maar er is ook goed nieuws: dit soort film heeft doorgaans een
agressieve publiciteitscampagne nodig om te overleven aan de kassa
– de enige reden waarom ‘Scary Movie’ wél volk trok en bijvoorbeeld
‘Dude Where’s My Car’ niét. ‘My Boss’s Daughter’ heeft voorlopig
nog geen uitgebreide reclame gekregen. Laten we hopen dat dat zo
blijft, en dat dit schermschurft zo snel mogelijk naar de
videotheek verbannen mag worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 4 =