Maatschappij Discordia :: Nokon Kjem till A Komme

Een doordeweekse dag in het Leuvense Stuk. Het jonge volkje loopt te hoop voor Wachten op Godot in de versie van Dood Paard. Een halfuurtje later gaan hun geestelijke vaders Discordia in de kleinere Labozaal aan de slag. Hoop en al zeven man dient zich aan. Het heeft iets tragisch en tegelijkertijd ironisch: het kind dat zijn vader verslaat.

Rick Van der Ploeg, tot voor kort de Nederlandse staatssecretaris voor cultuur, besliste bij de vorige subsidieronde in Nederland levende legende Maatschappij Discordia geen toelage meer te geven. Immers: alles moest jonger en hipper, en als het kon liefst ook allochtoner. En aangezien de jonge honden van ‘t Barre Land of Dood Paard dezelfde filosofie als Jan Joris Lamers en zijn compagnie hanteerden, hoefde het geld voor Discordia niet meer per se. Vond Rick.

Zowat iedereen dacht daar anders over: zowel in Nederland als Vlaanderen boden verwante gezelschappen als De Roovers, Dood Paard en ‘t Barre Land een deel van hun subsidie aan Discordia aan. Lamers en kompanen bedankten echter, en gingen op eigen krachten door.

En zo is het ook goed: afgezien van een occasionele samenwerking met dat Barre Land en andere gaat Maatschappij Discordia door op hetzelfde elan als dat waarmee ze sinds 1982 het theaterlandschap veranderde. En zo stond het die bewuste avond ook in het Stuk. Aangekondigd waren twee stukken uit het repertoire: Fin de Partie van Beckett en Nokon Kjem Till Å Komme (Er komt nog iemand) van de Noor John Fosse.

Lag het aan het ontbreken van Matthias de Koning door een ongeval (waardoor eerder al Vandeneedevandeschrijvervandekoningenvandiderot was uitgesteld) of niet? In elk geval geen spoor van Fin de Partie. Nokon Kjemm Till Å Komme (wat klinkt dat Noors trouwens lekker exotisch) kreeg echter wel een waardige opvoering.

Zoals steeds bij Discordia ligt de nadruk ook bij Nokon Kjemm… op de tekst, wordt actie tot een minimum beperkt. Het is de debuuttekst van Fosse; een psychologische analyse van jaloezie en paranoia, gesitueerd op een vaag afgelegen plek waar man en vrouw naartoe zijn gevlucht. Al snel blijkt dat ze niet allebei even gelukkig zijn met dat zelfgekozen isolement, dat ruw wordt verstoord.

In het verleden speelden Lamers en zijn tegenspelers vaak met tekstboeken in de hand, deze keer lezen ze de lijnen discreet af van een televisie die aan de voeten van de toeschouwer wordt gedeponeerd. Regieaanwijzingen worden droogweg opgedreund, zowel Lamers als Annet Kouwenhoven lopen min of meer doelloos op de scène rond.

En toch denk je "Wat een acteurs!" Je buigt je voorover om geen enkel woord te missen, je bent geïntrigeerd door het stuk. Want Fosse is een boeiend auteur en weet met Nokon Kjem… een erg treffende psychologie te schetsen die met steeds herhaalde zinnen ook de onafwendbare spiraal van achterdocht voelbaar maakt.

Discordia raakt nog altijd het dichtst bij wat Jan Decorte ooit de essentie van theater noemde: "op een kistje klimmen en je verhaal doen". Weg van het ostentatieve en alle effectenbejag raken zij aan de kern van een tekst, waardoor je telkens weer op het puntje van je stoel gaat zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × twee =