Meg Stuart & Damaged Goods :: Alibi

Meg Stuart is een Amerikaanse danseres/choreografe die haar eerste stappen naar internationale
roem op het Klapstukfestival zette. Ze vond ook een vaste stek in het Kaaitheater, waar zopas haar
meest recente productie Alibi in première ging.

Het scènebeeld is vrij imposant. Een grote betonnen ruimte met een grijze linoleumvloer.
Het beeld roept associaties op met een ontspanningsruimte van een gevangenis. Rechts staat een witte
cabine waar de dansers rustig wachten tot het publiek gezeten is. Deze cabine verandert tijdens de
voorstelling in een soort controlecabine annex kleedkamer van waaruit de dansersvia een microfoon
communiceren met de dansers die nog in de grote ruimte zijn.

De voorstelling begint agressief: dansen gaat over in vechten. Iemand wordt door de ruimte
geslingerd, ze schoppen en schudden. Op de achtergrond zie je schuddende beelden van een deuropening
naar een lege kamer. Ook de muziek volgt de chaos: electronic noise, waar interferentiegeluiden
belangrijker zijn dan instrumenten. Na een kwartier stopt het en begint de eerste monoloog.
Alibi is dus geen pure, abstracte dansvoorstelling.Korte monologen — van de hand van Tim
Etchells van het invloedrijke Engels theatercollectief Forced Entertainment — wisselen de
dansmomenten af. In zijn typische stijl wordt een eerste danser ondervraagd: “Would you give
your life for a friend? Answer! Answer loud, precise and to the point!”. De danser staat in het
midden van het podium wat verdwaasd naar het publiek te kijken.

De dansers betrekken het publiek — zeer postmodern allemaal — regelmatig in het geheel:
ze spreken het publiek aan en lopen door de zaal. Twee monologen blijven in die zin bij. Halverwege
de voorstelling doet de Amerikaanse performer Davis Freeman een bekentenis aan het publiek. Eerst
grappig en anekdotisch, later zeer confronterend: “I’m guilty of holding my just-born
daughter in my hands and thinking how I had complete control over this small creature. I was standing
next to an open window in the hospital.” Naarmate de monoloog vordert, begint hij harder en
harder te schudden, tot hij geen tekst meer gezegd krijgt, maar aan een prachtige danssolo begint,
die wordt overgenomen door de overige dansers in de cabine.

Iets later begint een van de danseressen haar collega’s te verkopen terwijl de anderen
gefilmd worden. Als de camera zich plots op haar richt, slaat de twijfel toe en staat ze uiteindelijk
alleen vooraan op het podium zichzelf te verkopen: “I am a sweet girl, but I like a good hard
fuck at times as well. Doesn’t anybody want me? I want children, but I can have my uterus
removed as well if you rather don’t have children.” Het is een zeer pijnlijke en
confronterende scène.

De voorstelling toont een vrij donker en negatief mensbeeld. Niemand lijkt oprecht, iedereen is
een lafaard en een klootzak. Maar ze zoeken allemaal erkenning en rechtvaardiging voor hun daden.
Tekst en danselementen vullen elkaar zeer goed aan. De dansers bewegen zeer agressief en
hyperkinetisch, waarbij ze tot het uiterste lijken te gaan. In de monologen moeten de dansers
regelmatig even naar adem happen. Het publiekselement komt bij momenten wat geforceerd en gezocht
postmodern over, maar de laatste twintig minuten zijn bijna ondraaglijk. De dansers schudden alsof ze
geëlectrocuteerd worden terwijl er harde electronische noise door de boxen schalt. Er stapten
meerdere mensen uit de zaal op alvorens de rust was weergekeerd, maar zij misten het prachtige
eindbeeld, dus blijf best zitten. Indrukwekkende voorstelling!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + een =