In de Verenigde Staten – waar de film al een paar weken eerder uitkwam – werd Motor City door een aantal critici vergeleken met John Woo’s recente Silent Night omwille van de doorlopende actie zonder dialoog. Nu, er was een tijd dat vergeleken worden met een prent van de Oosterse actie-maestro achter Hard Boiled en A Better to Tomorrow een absoluut pluspunt was, maar zoals recente miskleunen als Woo’s abominabele remake van zijn eigen The Killer en – jawel – Silent Night, helaas bewezen, is die vergelijking heden ten dage eerder een vloek dan een zegen.
Het moet gezegd dat Motor City van de relatief onbekende regisseur Potsy Poncirolli dan toch een klein beetje beter is dan de woordeloze, verbijsterend slecht geënsceneerde puinhoop van John Woo (wie had trouwens ooit gedacht dat een dergelijke zin zou kunnen geschreven worden over een film van de maker van Face/Off en Bullet to the Head). De ‘Motor City’ uit de titel is uiteraard Detroit en dan meer specifiek het grauwe industriële Detroit anno 1977 zoals we dat ook kennen uit bijvoorbeeld Paul Schraders Blue Collar, al houdt elke vergelijking met die film daar dan ook wel mee op. In de stad leren we John Miller kennen (Alan Ritchson, vooral bekend van zijn hoofdrol in de serie Reacher) die valt voor de vriendin (Shailene Woodley) van een drugshandelaar en daarom door die laatste met de hulp van een corrupte flik die eruitziet als Al Pacino in Carlito’s Way, onder valse beschuldigingen naar de gevangenis gestuurd wordt.
Het punt is dat al die verhaalwendingen ons dus duidelijk gemaakt worden zonder dialogen (er valt hier en daar een enkel woord te horen). Dat is een keuze, maar ook wel een beetje een geforceerd systeempje. Poncirolli begon zijn loopbaan in de wereld van reclame en videoclips en soms voelt dit wel wat aan als een ruw drama uit de jaren negentienzeventig maar dan zonder gesprekken en gemonteerd op muziek. En toch heeft het allemaal wel zijn momenten, de sfeerschepping in Motor City is immers meer dan geslaagd. Een fraai belichte actiescène in de regen of een kijk in een drugslab met op de soundtrack The Moody Blues of The Cars … het werkt wel. Soms werkt het zelfs zó goed dat je er kippenvel van krijgt. De nasleep van een huwelijk die gemengd wordt met zweterige beelden van op de dansvloer op de tonen van Donna Summers I Feel Love is zo hypnotiserend dat je er even van naar adem moet happen. Ik kan me geen enkel ander filmisch moment herinneren sinds in Sean Durkins magistrale The Iron Claw het nummer Don’t Fear the Reaper van Blue Öyster Cult in enkele seconden een perfect beeld van een tijd en plaats schiep, waarin evocatie van sfeer dergelijke kracht bezat. Als je in je film zelfs maar één enkel dergelijk moment weet te creëren, dan is die op zijn minst al een klein beetje het bekijken waard.
Toch heeft de hele insteek ook wel ontegensprekelijk een paar nadelen. Zo is het heel moeilijk om echt betrokken te raken bij het drama dat als een muziekvideo aan ons voorbijschuift en duurt het door het vele gebruik van overbodige slow motion dat daarmee gepaard gaat, ook wel erg lang voor de actie echt start. Eenmaal gestart is die ook echt
niet zo boeiend of spectaculair. Laat ons eerlijk zijn, dit soort prenten dat drijft op eindeloos uitgesponnen continue actie heeft het heel lastig om alles visueel en narratief interessant genoeg te houden om te blijven meeslepen. De vierde aflevering van John Wick slaagde daar het best in, maar tegenover die titel staan wel meteen een hele reeks films (Bullet Train, Silent Night, Ballerina) die daar niet in slaagden. Motor City brengt het er op dat vlak redelijk vanaf, al is het best dat het allemaal niet te lang duurt.
Wat overblijft is sfeer, sfeer en nog eens sfeer. En dat element alleen zorgt ervoor dat dit op de onnozele coda na, in ieder geval een iets intrigerender kijkervaring is dan de film eigenlijk verdient.



