Ão :: ”We zijn extremer gegaan in de emoties”

Met Ao Mar schreef Ão twee jaar terug een verrassende, betoverende plaat die hen naar heel Europa bracht. Ook op opvolger Malandra waait de zwoele zeebries van Zuiderse kusten, maar het recept werd verfijnd en uitgepuurd. “We hebben misschien al iets meer van onszelf durven tonen.”

enola: Met welk plan zijn jullie aan Malandra begonnen?

Brenda Corijn (zang): “Ik kan mij een dag herinneren waarop we gewoon aan het fantaseren zijn gegaan over de volgende plaat. Er was nog niets, maar we deelden wel gevoelens over welke richting het uit moest. Het belangrijkste wat daarbij naar voren kwam, was dat we iets wilden maken dat heftiger was. Dansbaarder.”

Jolan Decaestecker (toetsen/elektronica): “We hadden met Ao Mar heel veel getourd, en de respons van het publiek op je muziek pak je onbewust toch mee als je weer gaat schrijven. Onze vorige plaat had minder nummers waarin de boel al eens wat kon ontaarden. Dat is nu iets meer. Maar eigenlijk is ook dat gewoon het resultaat van trial and error. We hebben ons op een bepaald moment opgesloten in een AirBnB in Frankrijk waar iedereen doodziek is geworden, maar we hebben er wel geschreven, en dit is wat er uit kwam.”

enola: Dit is de logische volgende stap? Nadat Siebe en Brenda met Ão begonnen en de anderen erbij kwamen, is dit het moment waarop jullie echt een groep worden?

Siebe Chau: “Deze plaat is waar de band kapot gaat. (gelach) Neen, ik denk het wel. Bij Ao Mar moesten we elkaar inderdaad nog leren kennen, en dat proces is nog altijd niet voltooid, dat blijft duren. Het punt is echter dat we ook nooit begonnen zijn met het idee om één bepaald soort muziek te schrijven. Nu hadden we na dat eerste album al veel meer een gezamenlijke bodem om van te vertrekken. We hadden veel meer een beeld van onze sterktes en zwaktes.”

Corijn: “Je groeit naar elkaar toe als je zoveel samen speelt, waardoor we elkaar misschien iets meer van onszelf durfden te tonen. En als je op zo’n podium staat, dan zoek je ook samen wat je kunt doen en wordt het vanzelf iets grootser. Ik denk ook niet dat we op dat vlak het einde al hebben bereikt. Ik hoop dat die dynamiek nog blijft groeien.”

enola: Je krijgt een beter gevoel van wat Ão is of kan zijn?

Chau (gitaar): Ao Mar was een soort blueprint. Die heeft ons geleerd welke elementen marcheren, welke werelden voor ons werken. En ik denk dat we intuïtief weten wanneer het wat te ver van het padje gaat.”

Decaestecker: “Er is in Ão een heel mooie compatibiliteit van vier individuen en ik denk dat we die op Malandra hebben uitgepuurd, maar ook verkend wat er nog bij kan. En daarbij hebben we inderdaad heel erg op gevoel gesurft om te zeggen wat kon en wat niet. Er waren bijvoorbeeld momenten dat we alle vier voelden dat een bepaald klankje niet goed was. Uiteraard zijn er soms ook discussies over dingen, maar als het juist zit, zit het wel juist.”

Bert Peyffers (percussie): “Het punt is natuurlijk ook dat Ao Mar eerst geschreven is, en dan pas live tot leven is gekomen. Ik denk dat we die beweging nu al meegenomen hebben in het maken van Malandra, waardoor je als vanzelf ruimte schept in de muziek voor andere dingen. Met het oog op die concerten ook. Ik denk dat we nu iets meer op zoek zijn gegaan naar een soort… groove, iets repetitiefs waarin je genoeg tijd krijgt om er in te komen voor je naar de bridge moet. En ik voel bij mezelf nu ook veel zin om dit live te brengen. Want deze songs zullen weer helemaal anders zijn om naar die setting te vertalen.”
“Het is ook de eerste keer dat we in de studio enkele nummers live hebben ingespeeld; allemaal samen in één ruimte.”

Decaestecker: “Natuurlijk zijn daar achteraf nog wat arrangementen over gelegd, maar zeker op “Cinza” of “Sorte” hoor je ons echt samen spelen. Dat had je nog niet op Ao Mar, maar tegelijk is er ook nu weer heel veel geknutseld en gepuzzeld. Dat is nu eenmaal eigen aan onze sound.”

enola: Maar het mocht dus wat steviger, onthield je van de optredens rond Ao Mar?

Corijn: “Ik denk dat we zelf niet doorhadden hoe hard onze concerten al verschilden van Ao Mar. Dat is iets wat mensen ons moesten vertellen. Dus ik denk dat ons groepsgeluid gewoon heel organisch is verschoven.”

Decaestecker: “En toch gaan we op Malandra niet alleen grootser, maar bij momenten ook kleiner, intiemer. We zijn in het hele spectrum van emoties extremer durven gaan. Het is niet alleen maar harder geworden of meer dansbaar.”

Enola: Wat betekent de titel ‘Malandra‘?

Corijn: “‘Malandra’ is een heel ambigu woord dat een best negatieve connotatie heeft, maar ik wil er – net als veel andere artiesten die het gebruiken – de krachtige versie van belichten. Het slaat immers op een vrouw die misleidt of bedriegt, vanuit een sterke positie, heel geënt op haar eigen verlangens. Ze opereert vanuit een heel eerlijke positie, volgt haar intuïtie volledig. Ik denk dat die houding ook dit album belichaamt. Het is het resultaat van een zoektocht hoe je via verschillende mensen en wegen naar jezelf kunt kijken, een antwoord op de vraag hoe je jezelf in alle eerlijkheid kunt tonen.”

“Het is een woord dat ik van mijn moeder heb leren kennen, want het is ook wat kinderen te horen krijgen als ze vervelend zijn; ‘oh, malandra!’. Een soort kapoen dus en als ze volwassen worden, een soort doorgedreven kapoen. Het is één van mijn lievelingswoorden in het Portugees, net als ‘batota’, dat ‘bedriegen’ betekent.”

enola: Ben jij een malandra?

Corijn: “Ik hoop het, want dat betekent dat je ongegeneerd bent. Ik vind het eigenlijk heel krachtig als je durft te zijn wie je bent, zonder schaamte of remming durft gaan voor wat je voelt.”

“Ik zing op een bepaald moment ook ‘Brenda is een malandra’. Ik heb de tekst immers in verschillende stukken opgedeeld, alsof ik vanuit verschillende personages in mijn hoofd kijk naar die malandra. In de eerste strofe zitten een groep mensen rond een tafel – zoals wij nu – die mij in de verte zien aankomen en over me roddelen. En daarna is er een strofe waarin ik vanuit mijn moeder spreek en mijn vriendinnen,…”

enola: Het is een benadering die op de hele plaat slaat. Elke tekst kreeg een gezicht, zeggen jullie.

Chau: “We dragen die songs al lang met ons mee, soms al twee jaar, van toen in die ijskoude AirBnB. En langzamerhand merkten we dat ze een eigen identiteit kregen. Er steekt veel van onszelf in, dat niet per se ons complete zelf is, het kreeg langzamerhand een aparte gedaante, met een gezicht. Al is dat natuurlijk een zweverige uitleg.” (lachje)

Corijn: “Het idee van die gezichten is ook ontstaan vanuit het idee dat de plaat over een dorp ging, waarbij elk nummer voor een personage stond, en die elkaar ook van song tot song kunnen aanraken. In “Sorte” is er bijvoorbeeld iemand die beschrijft hoe een vrouw alleen thuis blijft, in “Cada Vez” hoor je die vrouw op een ander moment in haar leven. En zo krijg je het beeld van een gemeenschap van mensen die allemaal staan voor een deel van mij. Ze zijn heel verschillend, maar ze kunnen ook één iemand zijn. Door ze elk aparte personages te maken konden we de extremiteiten van de verschillende songs beter belichamen.”

Chau: “Je ziet dat ook in het artwork van de plaat, waarin voor elk van de dertien tracks een mens is afgebeeld. Waaronder Brenda als malandra.”

enola: Hoor ik het goed dat jullie in “Malandra” allemaal een mondje Portugees meezingen?

Decaestecker: “Dat zijn allemaal gemanipuleerde stemmen van Brenda zelf. Er staan op Malandra heel veel amorfe, mensachtige stemmen. Denk maar aan “Acorda”, waarin de protagonist van de tekst in conversatie gaat met wat wij de maan noemen. Brenda speelt die door haar stem te manipuleren met een Roland VT-4. Want in se vertrekt alle zang die je hoort van Brenda.”

enola: Brenda, is er voor jou iets veranderd in hoe je je teksten schrijft?

Corijn: “Nee. Ik hou het gevoel dat ik het niet kan en dat is verschrikkelijk. Soms lukt het op één-twee-drie, soms is het heel lang broeden. Ik heb het niet in de hand, maar het zit ook al eens mee. Ik weet nog hoe ik na het schrijven van de tekst van “Malandra” opnieuw beneden kwam in de studio, waar jullie aan de beats aan het werken waren. Ik dacht dat het verschrikkelijk zou zijn, maar het zat meteen goed. Dan suggereerde iemand dat het leuk zou zijn om er een soort rapstuk in op te nemen. Wat moest ik daar mee? Maar dan ga je naar boven en in vijf minuten was dat gefixt. Andere keren gaat het dan weer tergend langzaam.”

enola: Waar gaat “Orgulho”, “trots”, over?

Corijn: “Ik heb bij De Nwe Tijd een voorstelling gespeeld waarvoor alle actrices hun moeders interviewden. We kregen een vragenlijst mee. Bijvoorbeeld: hoe ze was op de leeftijd die ik nu heb, toen ze zeventwintig was en zo ging het steeds verder naar hoe onze levens verschillen van elkaar. Toen ik haar moest vragen of ze jaloers op me was, zei ze dat dat niet het woord was, maar dat ze wel graag zou zijn wie ik ben. Dat heeft me diep geraakt en die zin is in mijn hoofd blijven hangen. Want eigenlijk sprak daar een soort van trotsheid uit. En ik voel me ook trots op haar, zoals zij verhalen kan vertellen.”

enola: In “Me Condena” vraag je om veroordeeld te worden.

Corijn: “En daarom staat het aan het begin van het album. Ik richt me tot de wereld. Ik leg mijn hart op tafel, ‘hier sta ik in mijn blootje’. Het had in dat opzicht ook als afsluiter kunnen werken, als alles al gezegd was.”

enola: Bert, jij haalt je percussie uit heel veel verschillende instrumenten. Is de winkel nog uitgebreid voor deze plaat?

Peyffers: “We zijn eigenlijk al weken op zoek naar hoe we het zo compact mogelijk kunnen doen, aangezien we al eens naar het buitenland mogen. De winkel is dus niet zo heel hard uitgebreid. Er zijn een paar dingetjes bijgekomen.”

“Het handige aan Ão is natuurlijk dat Jolan heel veel met sound bezig is en dat de percussie zowel in productie als live al eens een andere gedaante krijgt door wat hij toevoegt. Daarom heb ik elektronische pads waarin ik veel van mijn gekke geluiden heb opgenomen. Jolan kan die dan bewerken samen met de dingen die ik wel nog organisch creëer. En het zorgt ervoor dat wat ik voor deze plaat heb gespeeld live kan recreëren en niet moet zoeken hoe we dat live gaan doen. En verder heeft Brenda ook wel een pandeiro bespeeld, een Braziliaanse tamboerijn en Siebe een cuica, wat ze in het Nederlands een ‘apendrum’ noemen omdat het wat klinkt als het geluid dat een aap maakt.”

Corijn: “Mijn favoriet geluid is wat je doet in “Orgulho”, waar je een bak servies bespeelt. Jammer dat je dat niet mee kan nemen op tour.”

enola: Jolan, alle klanken passeren via jouw elektronica. Dat vraagt een grote openheid van de anderen om zich te laten bewerken. Leidt dat soms tot discussies?

Decaestecker: “Het is altijd goed wat ik doe.” (grijnst)

Peyffers: “Ik vind het eigenlijk superfijn en inspirerend. Als percussionist ontwikkel je toch altijd een herkenbare eigen stijl en het is interessant dat Jolan dan dingen op zijn computer kan verknippen of verplaatsen. Zo bedenkt hij ideeën of patronen waar ik zelf nooit zou opkomen of die ik zelfs niet zou kunnen spelen. Tot ik ze achteraf moet leren om ze live te brengen. Dat is eigenlijk heel boeiend.”

Decaestecker: “Dat klopt wel, maar we proberen toch ook altijd goed in te schatten wanneer akoestisch de beste vorm is en wanneer elektronisch bewerken aangewezen is. Soms klinkt iets ‘chiquer’ door het dikker te maken, soms is het beter iets net omhoog te pitchen en dun te maken zodat het een plaats krijgt in een anders heel druk arrangement. Het gebeurt altijd in een wisselwerking, het is nooit zo dat alleen ik die manipulatie doe. En trouwens: er zijn niet echt afgelijnde rollen. Bert is de beste percussionist, maar Brenda speelt dus ook al eens tamboerijn… Iedereen doet gewoon wat hij voelt dat nodig is voor de muziek.”

Peyffers: “We houden ook heel vaak de mislukkingen of grappige dingen. Iemand die een hond nadoet of niest. Er is letterlijk een nies opgenomen. En er is ook ergens een moment waarop Siebe met stokjes op zijn gitaren trommelt. Dat soort maffe dingetjes omarmen we, zelfs al hoor je ze enkel terug met koptelefoon.”

enola: Wat is de gekste plek waar jullie al beland zijn?

Chau: “Het gekke met ons is dat wij nooit echt in een scene belanden. Als je een heldere stijl, pakweg black metal, speelt, is er een scene, een circuit waarin je terecht kunt. Wij glippen door de mazen van het net en daardoor belanden we steevast op toffe plekken. We weten nooit waar we terecht zullen komen. We hebben op een global festival in Koblenz gespeeld, maar ook op het Fusion Festival bij Berlijn, dat meer op elektronica is gericht.”

Decaestecker: “Fusion Festival. Dat ga ik nooit vergeten. Je kon er wel het busje niet onbewaakt achter laten, want voor je het wist zou het onder de graffiti zitten. Mensen hadden daar toestemming om op auto’s te spuiten, dus als je dat niet wilde, moest je wel alert zijn.”

Corijn: “Dat festival voelde héél vrij, op een bepaalde manier. We kwamen aangereden en dachten dat we schaapjes in een wei zagen. Het bleken allemaal naakte mensen. Je mocht er je gsm ook niet gebruiken, zeker geen video’s maken van elkaar. Ik heb op die hele avond en nacht maar twee mensen naar hun telefoon zien kijken. Daardoor was iedereen heel erg verbonden, heel erg aanwezig op die plek, op dat moment.”

MayWay
Beeld:
Alexander Popelier

recent

Alpha.

De Nederlandse cineast Jan-Willem van Ewijk heeft een nogal...

Marty Supreme

Na de overweldigende triomf van Uncut Gems, kozen Josh...

Jeroen Olyslaegers :: De Wonderen

Van de Tweede Wereldoorlog ging het naar de zestiende...

We Are Open 2026 :: Een Duitser met een rups onder de neus

Terwijl Studio Brussel zijn nieuwste vaderlandse vriendjes kiest en...

verwant

Rock Herk en Best Kept Secret Lossen nieuwe namen

Goed nieuws voor wie houdt van festivals aan het...

Pukkelpop 2025 :: Lawaai als knutselwerk

Veertig jaar geleden haalde een groep jongeren in Heppen,...

Pukkelpop 2024 :: De miserie van de meeloper

Is de festivalzomer een meerdaagse wielerwedstrijd, dan is Pukkelpop...

Cactus Festival 2024 :: De mooist gebalde vuisten

Eén headliner had Cactus Festival nodig om dit jaar...
Vorig artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in