Oh boy, Dexter is terug, en hoe! Dit is een terugkeer die niemand had kunnen, noch durven voorspellen. Resurrection behaalt opnieuw het niveau van de originele eerste vier seizoenen en weet dat op sommige momenten zelfs te overtreffen. Dit is Dexter grand cru. Niemand had dit ooit nog zien aankomen na de kwaliteitsval vanaf het vijfde seizoen. De kijkers die het tot het einde van seizoen acht hebben volgehouden, zijn op één hand te tellen. Om het duidelijk te stellen voor zij die te jong waren toen Dexter voor het eerst op het scherm kwam: de eerste vier seizoenen van Dexter zijn beter dan de eerste vier van Game Of Thrones; de laatste drie seizoenen van Dexter zijn slechter dan de laatste drie van Game Of Thrones.
Deze Dexter: Resurrection is niet de eerste terugkeer van onze geliefde seriemoordenaar. Eind 2021 was er ook al Dexter: New Blood, maar die serie brak niet veel potten. Hoewel Resurrection onmiddellijk volgt op New Blood, hebben de makers de verstandige keuze gemaakt voor een nieuwe naam en, belangrijker nog, een nieuwe locatie. Want laat één ding duidelijk zijn: hoewel small town America een geschikt decor lijkt voor horrorverhalen over seriemoordenaars, gedijt het personage Dexter er niet.
Er is een duidelijke voorkeur van de makers voor een grootstad om het verhaal van Dexter Morgan te vertellen. De serie begon in Miami en floreerde daar. Zijn vlucht naar de anonimiteit van Iron Lake werkte simpelweg niet. Het hele concept van dit personage – een seriemoordenaar met een gedragscode die enkel andere moordenaars ombrengt, begeleid door de donkerkomische voice-over van Michael C. Hall als onbetrouwbare verteller – schreeuwt om een metropool. Een spreekwoordelijke poel van verderf, verval en anonimiteit. Welke stad is dan geschikter dan Miami als nieuw decor? Er is maar één antwoord mogelijk: New York.
Nadat Dexter zo goed als volledig is gerevalideerd van de schotwond die zijn zoon hem toebracht, volgt hij de gevluchte Harrison naar New York. Daar blijkt echter een seriemoordenaar actief onder de naam ‘Dark Passenger,’ de koosnaam die Dexter al jaren hanteert voor zijn duistere ik. Dit kan hij niet ongestraft laten gebeuren. Nadat hij een taxichauffeur leert kennen, ontmoet hij ook diens collega die een confrontatie met de ‘Dark Passenger’ heeft overleefd. Dankzij die informatie komt Dexter deze killer op het spoor en doet hij waar hij het best in is: andere seriemoordenaars in stukken snijden. Tussen de spullen van deze moordenaar, die zijn slachtoffers onthoofdt, vindt Dexter iets heel eigenaardigs: een uitnodiging voor een club van gelijkgestemde zielen.
Deze club van seriemoordenaars komt jaarlijks samen voor een korte retraite in New York, georganiseerd door multimiljardair, filantroop en mecenas Leon Prater (een geweldige Peter Dinklage). In de ogen van Dexter lijkt het een gratis buffet waaraan hij niet kan weerstaan. Hij neemt de identiteit over van de ‘Dark Passenger’ en infiltreert. Wanneer hij de andere leden van deze exclusieve club ontmoet, gebeurt er iets wat hij niet had zien aankomen: hij voelt zich thuis. Hij ervaart een connectie en is niet langer alleen. Gelukkig wordt zijn morele code opnieuw geactiveerd als de initiële blindheid van die warme omhelzing wegvalt en hij de anderen ziet voor wat ze zijn: moordenaars die onschuldigen van het leven beroven.
Hierna volgt het vermakelijke spel waarin Dexter verschillende ballen tegelijk in de lucht probeert te houden en aan het eind van elke aflevering het onderspit dreigt te delven. Maar Dexter is Dexter en slaagt er telkens in het lot in zijn voordeel te keren. Hij moet zijn vriendschap met zijn nieuwe huisbaas Blessing (een sterke Ntare Guma Mbaho Mwine, het ware hart van dit seizoen) onderhouden. Hij moet zijn zoon Harrison beschermen, die (terecht) beschuldigd wordt van moord. Hij moet uit de handen blijven van Angel Batista (altijd een plezier om David Zayas te zien), zijn vroegere collega die ervan overtuigd is dat Dexter de Bay Harbor Butcher is. En dan is er nog Charley (een goede, maar wat onderbenutte Uma Thurman), de lijfwacht van Prater, die Dexter vanaf het begin wantrouwt.
Het moordenaarsclubje bestaat uit Lowell (een heerlijk onuitstaanbare Neil Patrick Harris), Mia (een verleidelijke en arrogante Krysten Ritter) die Dexter bijna doet wankelen, en Al de familieman (Eric Stonestreet, die de balans tussen akelig en aaibaar perfect beheerst). De meest gereputeerde van allen is de Gemini Killer (de ultieme zelfingenomenheid, gespeeld door David Dastmalchian). Hun mecenas, Prater, paait de politie met subsidies en heeft een privémuseum met memorabilia van echte en fictieve seriemoordenaars.
Visueel is de serie perfect aangepast aan New York. Dit is niet het luchtige New York van Friends of 500 Days Of Summer, maar een stad geplukt uit Daredevil van Frank Miller of Bendis en Maleev. Een vuil, duister, onbetrouwbaar New York, gedomineerd door bruine, rode en vale kleuren. Overdag een gentrificatieparadijs, maar met een constante grauwe filter. Het is nog niet het ultraduistere New York van de jaren tachtig (denk aan films als Maniac), maar het is ruwer dan wat we de laatste jaren op tv zagen.
Net dankzij deze visuele keuzes kan Dexter het trashy New York omarmen, de camp, het absurde. Het over-the-top van ‘only in New York’. En net dat werkt en maakt het geheel zo goed. Deze stijl past perfect bij een oudere Dexter die enerzijds zijn moorddrang wil voeden en anderzijds zijn zoon wil behoeden om in zijn voetsporen te treden. Er komt alvast een tweede seizoen. Dexter is terug, en hoe!
Dexter: Resurrection is te zien via Streamz



