“We’re the popkids”; mooier konden ze zich niet voorstellen dan met die single uit 2016. Toch is Pet Shop Boys al vier decennia lang meer dan zomaar een popgroepje. Met deze week een zoveelste passage op de Lokerse Feesten als bewijs van niet aflatende vitaliteit gaan we op zoek naar de vijf gezichten van het duo.
De synthpopband
Dat eerst, natuurlijk. Duh. Het was in de slipstream van synthpioniers als John Foxx en Human League dat Neil Tennant en Chris Lowe met hun elektronische pop de hitparade bestormden, één oog aanvankelijk op het werk van producer Bobby Orlando. Die producer zou in 1984 een eerste versie van debuutsingle “West End Girls” opnemen die weinig potten zou breken. Het was pas toen het duo de song opnieuw opnam met Steven Hague dat het een hit werd.
Het zou het begin zijn van wat Tennant hun imperial phase zou noemen; dat tijdperk waarin je niets mis kunt doen. Was debuutplaat Please nog een aardig begin, dan zou opvolger Actually een regelrechte popklassieker worden. Twee jaar lang zouden Pet Shop Boys in de hitparade kamperen, met singles als “Rent”, “It’s A Sin” en “Heart”. Het feestje was gedaan, zo realiseerde Tennant zich toen “Domino Dancing” in 1988 piekte op … nummer 7 van de Britse Top 40: ouch.
Wie carrièreoverzichten PopArt of Smash beluistert, weet dat het toen niet voorbij was. Met “Alright”, “I Wouldn’t Normally Do This Kind Of Thing” of “Single Bilingual” bleef het popgoud begin jaren negentig rijkelijk stromen, en zelfs latere platen als Electric of Yes hebben nog altijd uptempo-momenten waar jong hitparadegrut een arm voor veil heeft. Steevast weten Tennant en Lowe een hook te vinden, een melodie die je aandacht trekt, met een tekst die te slim is voor zijn poplijf en net daarom zo juist. “They’re pop royalty, simple as that”, leest een reactie op het internet. Zo is het maar net.
Verder te beluisteren: Doe ons een lol en grijp eens niet naar “Suburbia” of “West End Girls”. Zet het wat minder bekende “I Get Along”, van op Release op, of het B-kantje – ook daar zijn parels te vinden – “Shameless”.
De balladeers
Een kant van de Dierenwinkeljongens die al eens over het hoofd wordt gezien, maar: niemand schrijft een mooiere langoureuze ballad. Meer nog: het intiem wroetende “Jealousy” was zelfs de eerste song die het duo ooit samen schreef. Het zou uiteindelijk pas verschijnen op Behaviour¸ waar het een bijna triomfantelijke coda kreeg.
In interviews was Tennant vorig jaar trots dat elke track op meest recente plaat Nonetheless én elektronica én een orkest heeft, maar dat was natuurlijk niets nieuws. Pet Shop Boys steken onder een trage met plezier een bedje strijkers, zoals in “It Couldn’t Happen Here”, waarin Tennant zingt over een jeugdvriend die met aids is gediagnostiseerd, hoe ze opgroeiden in de glamperiode, en zich voorhielden dat de ziekte nooit de Britse eilanden zou bereiken. Laat dat overigens een subgezicht zijn, dat betrokken kantje. Zo bekommert de zanger zich in “The Forgotten Child” over het lot van een gevlucht kind. Vanzelfsprekend is ook dat een ballad. Een verschrikkelijk mooie, zelfs.
Verder te beluisteren: “King’s Cross”, de machtige afsluiter van magnum opus Actually waarin Tennant een stuk groezelig Londen als metafoor voor het Groot-Brittannië van de jaren tachtig neemt.
De dance-liefhebbers
“Every night is friday night / Welcome to my life” Disco, house, techno, … er is geen dansgenre waar Pet Shop Boys zich niet aan heeft gewaagd. Tennant en Lowe toonden zich van dag één – u herinnert zich Bobby Orlando van hierboven – dance culture connoisseurs die wisten waar de klepel hing. Naarmate gay culture in de jaren tachtig synoniem werd voor de opkomende house- en technocultuur, schoven ook de Boys al eens op richting stevige beats. Op Behaviour kwamen die invloeden aan de oppervlakte met een strak “So Hard” of een op housebeatjes drijvend “My October Symphony”.
Met “It’s Alright” bewerkten ze een paar jaar later een houseklassieker van Sterling Void, en dat deden ze op een manier die klinkt alsof ze elke dag een massa danslustigen moeten vermaken – toevallig hun specialiteit. En dan is er B-kantje “Euroboy”, hun take op het vaak verguisde fenomeen eurodance, en het leukste dat het genre in kwestie heeft voortgebracht. Ook vandaag nog vindt u het duo overigens waar het licht boven de dansvloer brandt. Wie op zondagmiddag zijn laatste pasjes placeert in de Berlijnse club Berghain ziet al eens Tennant en Lowe aanschuiven om aan hun vast tafeltje het aperitief te nemen.
Te luisteren: “Flamboyant”, een knaller waar het Duitse productieduo Tomcraft mee voor tekende.
Â
De coverband
“Ik vergeet eigenlijk altijd dat we “Go West” niet zelf hebben geschreven”, grapt Neil Tennant in de recente BBC-documentaire Pet Shop Boys: Then And Now, en hij vertelt dat de groep regelmatig covers speelt om ze helemaal naar hun hand te zetten. Klopt. Niet elke Elvis-fan kon er mee lachen toen de groep in 1987 The King eerde door van zijn “Always On My Mind” een dansbom te maken. U2 vond het ook niet helemáál lollig hoe The Boys hun rete-ernstig “Where The Streets Have No Name” in elkaar draaiden met Frankie Valli’s schlager “Can’t Take My Eyes Off Of You”, maar ze reageerden tenminste in stijl met een kort persbericht: “What have we done to deserve this?”
Maar dat we het over “Go West” moeten hebben, natuurlijk. Begin jaren negentig was dat een wat vergeten nummer van discokarikatuur Village People, en ook dat gaven Pet Shop Boys in al zijn onnozelheid meer geladenheid en betekenis dan je zou verwachten. Enkele jaren na de aids-paniek, en de bijhorende verkettering van de homoscene, werd het een anthem van bevrijding, van fier en open je geaardheid vieren.
Ook te beluisteren: “The Last To Die”, een later nummer van Bruce Springsteen waar Tennant en Lowe opnieuw zo’n draai aan geven dat het plots over die moeilijke jaren tachtig lijkt te gaan.
Gay icons
Dusty Springfield, Liza Minnelli, … ze schurkten zich in hun nadagen maar wat graag tegen Pet Shop Boys aan, en daar hadden de dames natuurlijk gelijk in. De iconen van de homoscene herkenden gelijkgezinden in het synthduo, en die zorgden met “In Private” niet alleen voor Springfields grootste hit in jaren, maar scoorden met “What Have I Done To Deserve This?”, hun samenwerking met de zangeres – een van de eerste openlijk biseksuele sterren – ook zelf hoog. Twee jaar later deden ze het trucje nog eens over met Liza Minnelli en “Losing My Mind”.
Ook vandaag nog weet de gay jeugd wat ze aan Pet Shop Boys te danken hebben, en dus blikte Olly Alexander van Years & Years maar wat graag een nieuwe versie van “It’s A Sin” in met het duo. Met “Dreamland” zou een jaar later een nieuw duet tussen beide worden ingeblikt, maar hoe minder we daarover zeggen, hoe beter; het kan niet altijd kaviaar zijn.
Het engagement gaat echter breder dan louter het muzikale. Toen het duo voor de clip van “It’s A Sin” een regisseur zocht, was de keuze voor de openlijk homoseksuele Derek Jarman vanzelfsprekend. Uit hun deelname aan de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen armworstelden ze en passant ook nog een pardon voor homoseksuele wetenschapper Alan Turing, die ooit chemisch gecastreerd werd op last van de Britse overheid.
Beetje gek dus hoe Jimmy Sommerville van Bronski Beat de heren begin jaren negentig verweet gewoon wat van de queer culture te profiteren zonder er deel van uit te maken.
Bij uitstek te beluisteren: “Being Boring”. Mooier heeft iemand de melancholie van verdwijnende jeugd in volle aidscrisis niet weten te vatten. En natuurlijk ook “It’s A Sin”, Tennants ziedende afrekening met een katholieke opvoeding.
Pet Shop Boys staat op 2 augustus op de Lokerse Feesten.



Op zich een behoorlijk artikel, maar doe je research. Jealousy, So Hard en My October Symphony staan niet op Introspective maar op Behaviour, hun beste album dat in je bespreking zelfs niet aan bod komt. En ‘Euroboy’? Really? Valt in het niet bij goed verborgen parels als The Way It Used To Be, A New Bohemia, A Certain Je Ne Sais Quoi, Memory of the Future, This Must Be The Place I Waited Years To Leave, Integral, Love Is A Bourgeois Construct … en nog zovele andere voorbeelden van perfecte songschrijverij. Try a bit harder.
Verdorie, Bart, je hebt daar helemaal gelijk in. Ik was daar even onoplettend. Ik pas het aan.
Verder blij dat je het een behoorlijk artikel vindt. Dank!