Met stijgende energieprijzen, een conflict aan de grenzen van Europa dat maar niet opgelost geraakt en een nimmer aflatende migratiecrisis lijkt de titel van Mario Vargas Llosa’s jongste roman perfect toepasbaar op het huidige tijdsgewricht. Heerst de bitterheid vandaag alom, dan plaatst dit boek de huidige malaise echter in perspectief. De ruim een decennium geleden nog gehuldigde Nobelprijswinnaar keert met Bittere tijden immers ongeveer driekwart eeuw terug in de tijd, naar een kantelpunt in de geschiedenis van Guatemala. Een era waarin niemand zich veilig wist, vriend dan wel vijand van het regime.
In het Westen is de geschiedenis van Guatemala niet bekend, of toch zeker niet bekend genoeg. Nochtans situeert Vargas Llosa de problemen die Midden- en Latijns-Amerika als integraal continent historisch hebben gedestabiliseerd, en dat tot op zekere hoogte nog steeds doen, in dat zeg maar ‘vergeten’ stuk land tussen de Verenigde Staten en het Panamakanaal. Het is een boude stelling, maar in zowel de introductie als de epiloog laat de auteur er zich expliciet over uit: het is de CIA die met haar inmenging het land zodanig heeft gedestabiliseerd en de ideologische krachtlijnen zo fundamenteel overhoop heeft gehaald, dat vele landen zich jaren later (met Cuba als extreemste voorbeeld) zich radicaal afscheurden van de Westerse koers, en dat men naderhand vele decennia in dictaturen bleef hangen, waarbij jongere generaties vergeefs bleven dromen over (en stierven voor) het idee van een socialistische maatschappij.
Waarom zouden de Amerikanen echter inmenging willen in een land als Guatemala? De eerste bladzijden van dit boek onderzoeken en beantwoorden die vraag: het motief was oorspronkelijk vooral economisch. De banenproductie en -export was gebaat bij absolute en dus niet-democratische regimes die allerhande privileges verleenden aan buitenlandse bedrijven. Laat een reclameman een zogenaamde communistische machtsovername verzinnen en laat hoge piefen uit de raad van bestuur, die ‘toevallig’ de juiste posten bekleedden binnen de hoogste Amerikaanse gezagsapparaten, dit verzinsel mee uitdragen en actief bestrijden, en je hebt een gedroomd scenario voor het bedrijfswezen. Met name: geen belastingen betalen, maximaal land én winsten opstrijken, terwijl de lokale bevolking als spijtig nevenverschijnsel compleet verpauperd achterblijft.
Het lijkt allemaal te eenvoudig om waar te kunnen zijn, maar Vargas Llosa verstaat de kunst om de complexe socio-politieke historiek van Midden- en Latijns-Amerika kraakhelder én waarheidsgetrouw weer te geven. Al talloze keren heeft hij doorheen zijn oeuvre de relatie tussen het individu en de besturende elitaire klasse bestudeerd – allicht is die unieke documentaire-fictie ook de reden waarom hij een Nobelprijs in de wacht sleepte. Het feest van de bok, een van zijn meest geroemde romans, is de verkenning par excellence van de raakpunten tussen het anekdotische en het journalistieke, waarbij het eerste zonder dat laatste niet kan bestaan, omdat de invloed van het macroscopische register op de microscopie van een leven nu eenmaal ontzagwekkend groot is.
Met Bittere tijden verschuift Vargas Llosa het literaire accent naar het grotere plaatje, het overkoepelende verhaal van wat een land overkomt. Anders dan in voorgaande boeken komt de schrijver deze keer niet of nauwelijks met sterke personages op de proppen. Een collage van hoofstukken, niet chronologisch geordend, vormt de fragmentarische structuur van de roman, wat betekent dat de lezer als een detective moet puzzelen waar de plot zich in de tijd situeert. Dit ontregelende effect genereert niet alleen suspense en dus een gedrevenheid in de leeservaring, maar ook een panoramisch effect op de geschiedenis van het land. Want hoewel de schrijver verschillende staatsgrepen, junta’s en intriges door elkaar heen opvoert, is de constante dat men voortdurend bezig lijkt de gezagsdragers te ondergraven. Zelfs over de periode van meer dan een decennium, voert politieke instabiliteit en dus de continue dreiging van op til zijnde onlusten de boventoon.
Het voornaamste nadeel van de gekozen techniek – schetsmatig maar hoogst efficiënt – is dat de karakters eerder vlak blijven, wat atypisch aandoet gezien ze reële personen moeten weergeven. Anderzijds slaagt Vargas Llosa erin om over slechts 350 bladzijden niet alleen een epiek van individuen, maar de historiek van een land, een continent en bij uitbreiding de wereld uit te tekenen. Zijn politieke stellingname is weliswaar erg uitgesproken – op het ongemakkelijke en ongenuanceerde af – maar nu hij de 85 voorbij is, mag Mario Vargas Llosa verdorie doen en laten waar hij zin in heeft. Voor wie nog niets van dit icoon van de wereldliteratuur gelezen heeft: Bittere tijden is een ronduit bloedstollend begin.



