Werchter 2022 :: Kermis in de hel

Dag Twee :: Touche pas à  mon postcode

Dan toch zon. Festivalweer. Nu nog een festivalaffiche. Ah kijk, die van Werchter vandaag past wel. Aftellen naar Metallica? Mijnheer, mevrouw, voor wie houdt u ons? Wij blijven in beweging, en checken elke hoek van de wei.

“Fuck uw rolmodel / U moeder neuk ik later wel”. Zou Zwangere Guy zich een beetje teveel doodgeknuffeld voelen? Deze set met homies Stikstof is alvast een dikke fusee in het gat van iedereen die denkt dat Gorik Van Oudheusden vanaf nu alleen maar ernstig op uw vragen zal antwoorden. En zo hoort het ook. Als Brussel praat, dan zal het op haar voorwaarden zijn, en is Stikstof haar woordvoerder. De persconferentie in The Barn is van de chaotische soort, maar daarom niet minder helder.

Alle ongein terzijde – en die is ook al belangrijk – is het in de ingetogen nummers dat Jazz en ZG de vinger op de wonde leggen. Op “Driedubbeldik” en “Spiegelbeelden” ligt de rauwheid dik opgesmeerd, en ook in deze feestelijke omgeving leggen de rappers daar geen matrasjes onder: landen in de werkelijkheid zal altijd pijn doen. Bruter en eerlijker dan “Gele Blokken” kan het leven in de hoofdstedelijke marge niet geportretteerd worden.  Je voelt hoe belangrijk deze band is. In een land waarin kakken op de hoofdstad een Vlaamse sport is, is dit de verdediging waar dat soort laffe aanvallers een taaie klant aan heeft. Als het over Brussel gaat, speelt Stikstof met het mes tussen de tanden: touche pas à  mon postcode.

Nog eens “Ambras”. De laatste vuistslag is hard. “Open” beveelt Guy, en dat betekent in dit geval: een publiek dat splijt van het podium tot van achter – de Rode Zee is er niets tegen. “De grootste pogo in de geschiedenis van heel fokking Werchter” wordt aangekondigd. Wij zijn het Guiness Book of Records niet, wij weten alleen: dit hebben wij nog niet gezien.

Kan niet gezegd worden van de eeuwige middagvedette Miles Kane die op de Main Stage nog altijd staat te leunen op zijn band met Alex Turner. Want ja, natuurlijk zit in de eindspurt van zijn concert “Standing Next To Me” van dat Last Shadow Puppets dat hij er met de Arctic Monkeysfrontman op na houdt. We begrijpen dat, want wanneer daarna het middelmatige “Come Closer” volgt, is het verschil met zijn eigen werk hoorbaar. Sympathieke peer, hoor, maar meer dan een gezapige middag zal Kane ons nooit verschaffen.

En laat ons eerlijk zijn: niemand komt vandaag voor gemoedelijkheid. Wie wacht op metalen geweld, wil vooraf niet zo in slaap sukkelen dat hij straks niet meer strak staat. Het levert bij IDLES een onaangename moshpit op met wat schorem dat niet helemaal weet hoe je dat doet, en ook Joe Talbot moet zich even aanpassen: “normaal deel ik het publiek in twee op, maar met hun catwalk heeft Metallica het al in vijf verdeeld.”

Dan maar zo, en tot zover de compromissen.

IDLES komt, en doet wat het altijd doet. “Colossus” is de langzaam opbouwende opener die ontspoort: dit wordt geen handjesdraaien. “Car Crash” wordt ingeleid met de vraag of we willen botsen. Waren we dan niet al bezig?

Het publiek draait en deinst, en schakelt in “Mother” over op een woest ronddraaiend treintje. Pogolaise is een woord als een ander. Op “Beachland Ballroom” – hun versie van een soulsong – walsen twee mannen in innige vriendschap. Het is IDLES ten voeten uit; mannelijkheid van al zijn giftige kantjes ontdaan, zoals ook gitarist Mark Bowen vrolijk rondhuppelt in een jurk; het idee heeft hij gejat bij Nirvana, de snit is die van Monty Python. En there goes the neighbourhood, indeed.

Als STIKSTOF u alles vertelt over het leven in Brussel, dan zijn IDLES onze correspondenten van over het kanaal.  De gitaar die “Never Fight A Man With a Perm” in de fik steekt vertelt u alles wat u moet weten over de klassenstrijd in Albion. “Danny Nedelko”? Het feit dat een pro-immigratielied als dit bijna subversief voelt zegt meer over dit klote-tijdsgewricht dan ooit. En nu we het daar over hebben: hoe luid moet je brullen om van hier het Lubbeek van Theo Francken te bereiken?

Vier jaar geleden stond IDLES nog op The Slope, vandaag halverwege op de Main Stage. Als IDLES over vier jaar headlinet hebben we gewonnen.

Vinden we vervolgens op The Slope: het invallersteam van de zomer. We zijn ondertussen verloren gelopen in de vele verwikkelingen, maar nadat Sam Fender afzegde, Greta Van Fleet een hoestje kreeg, en Turnstile de ladder naar boven vond, blijkt er plots een gat gevonden waar Haunted Youth gretig in springt. Dat is een meevaller, want ook in de kleinste hoek van de wei galmt “Teen Rebel” aardig, is “Come Home” een grootse afsluiter.

Een kenner naast ons bezweert dat het geluid dat van Prince in de jaren tachtig is, wij horen vooral de breed uitwaaierende synths van The Cure, gitaren die graag wapperen in de wind. En dan moet Joachim Liebens het grote nieuws nog vertellen: dat debuutalbum komt er eindelijk, en het zal in november worden voorgesteld in de AB. Dat is geen wei, en er kan minder volk in dan hier op dit stuk gras stond. We willen u geen stress bezorgen, maar: TicketSwap zal dat straks niet oplossen.

Grootste gelukzakken dus op deze dag vol afzeggers: Turnstile. De frisse posterboys van de hardcorescene hinkstapspringen van een vroege middagspot in The Barn naar de vooravond in diezelfde Barn, om plots als onverwachte subheadliner op de Main Stage te eindigen – we zouden Greta Van Fleet zowaar nog sympathiek gaan vinden. “THANK YOU”, bloklettert het T-shirt van onvermoeibare frontman Brendan Yates dan ook, en als muzikale bedanking krijgen we een vlammende set die uiteindelijk zelfs de stugste Metallicafans in het voorste vak aan het dansen zal krijgen.

Turnstile maakt immers hardcore voor mensen die niet per se naar hardcore luisteren (al mag dat natuurlijk wel), met flink wat funky elementen erin gesmokkeld, waardoor je net zo goed in een fikse moshpit als een congaline verzeild zou kunnen geraken. Glow On, hun derde plaat maar de eerste die een groter publiek wist te bereiken, is crossover après la lettre, met (bijna) evenveel plaats voor de loeiharde riffs van Rage Against The Machine als de gladde R&B van Blood Orange. Dat laatste zit er live een stuk minder in – al zet de woozy synthriedel van het heerlijk jakkerende anthem “MYSTERY” het publiek nog even op het verkeerde been – maar altijd duikt er wel weer ergens een onverwachte cowbell op (in heftig hoogtepuntje “BLACKOUT” of het uiterst correct getitelde “DANCE-OFF”) die ons doet stuiteren van plezier, tussen het headbangen op het meer rechttoe-rechtaan geweld van “HOLIDAY” of “Canned Heat” (opgedragen aan de Metallicafans) door.

En hoe bruut dat soms ook mag klinken, net als bij IDLES eerder vanmiddag draait het hier uiteindelijk ook weer voor een groot deel om liefde. Liefde voor de hardrockgitaren van Brady Ebert met zijn Slayerpetje en de brede grijns van bassist Franz Lyons, liefde voor de onbekende mannen die tijdens “BLACKOUT” naast je de longen uit hun lijf staan te schreeuwen, liefde voor het meisje dat net niet van de schouders van haar vriendje dondert in een poging de zonsondergang te fotograferen en tegelijk mee te fistpumpen, maar vooral ook veel zelfliefde. Duidelijker dan in slotnummer “T.L.C. (Turnstile Love Connection)” zal dat niet worden: “Boom boom boom!” schreeuwt Yates, onderwijl zichzelf op de borst beukend, om daarna eindeloos “I want to thank you for letting me be myself” te herhalen. Geen dank jongens, doe vooral zo voort.

De fans hebben er wat voor moeten doorstaan – Bazart en Lewis Capaldi, we zeggen zo maar iets – maar daar staan ze dan zoals ze dat in pandemieloze tijden gemiddeld om de twee jaar doen. Hell, het zou ons niet eens verbazen als James Hetfield ondertussen zo zijn adresje in Wezemaal heeft om de auto te parkeren, om van daar met de fiets vlotter de wei te bereiken. Acht keer deed Metallica het festival al aan, deze negende keer hijst hen – daar zijn die van Guiness weer – op het recordschavotje, naast Chemical Brothers.

Het is geen reden voor taart, het vuurwerk komt pas laat, liever focust Metallica op waar het voor betaald wordt: twee uur dwarsdoorsnede uit hun oeuvre brengen. “Whiplash” opent de werkzaamheden, “Creeping Death” draaft door. En op “Enter Sandman” is het niet wachten tot de bissen: hop, weg ermee, en meebrullen maar. Dat het met “Ride The Lightning”, “Wherever I May Roam” en “Moth Into Flame” al te vaak neerkomt op een kortaangebonden samengaan van gitaar, drum en bas tot de gitaar van Kirk Hammett van de leiband mag? Ach, Roxette had ook maar twee songs. En laten we eerlijk zijn: “Nothing Else Matters” is een dot van een powerballad – beetje zoals “Listen To Your Heart”. Maar we wijken af en zij ook: dit is nog altijd een metalconcert, en dus gaan we terug naar dat blaffen, en die solos.

Er is ook iets met St. Anger, die algemeen geridiculiseerde plaat uit 2003. “St. Anger” herhaalt Hetfield, alsof hij bijna twintig jaar na datum nog altijd een rekening te vereffenen heeft met ongeveer het hele recensentengild van de wereld. “Dirty Window” is niet het argument dat die ruzie eindelijk zal beslechten, maar goed: over twee jaar volgt ongetwijfeld een nieuwe manche. Wat telt is dat Metallica in de eindspurt eindelijk de knop van de pyrotechnics – altijd fun – heeft gevonden, en de set eindigt met een vinnig “Seek & Destroy”. Kon slechter.

De bisronde is er een voor “ah ja, die moesten ook nog”. Eerst “One”, dan “Master Of Puppets”. Nog een keer vlammen de gitaren, mag het vuurwerk knallen alsof het nu al zondag is. Dat is alweer niet helemaal juist, maar een beetje wel. Wij hebben de affiche van morgen gezien, en geven onze portie aan dansende fikkie. Halen we zondag? Stay vooral tuned.

Beeld:
Jan Van den Bulck

verwant

Gorillaz derde naam voor Werchter

En daar is nummer drie. Gorillaz zal op zaterdag...

Werchter 2024 :: Een polokraag met een stadionverbod

"Na regen komt Rock Werchter",  zo wil toch het...

Rock Werchter 2023 :: Een blije kleuter in een nieuwe speeltuin

Ligt het aan ons? Is Werchter het een beetje...

TW Classic 2023 :: De mooiste oudejongensclub ter wereld

Voor de derde maal stond Bruce Springsteen op TW...

recent

Dreams (Sueños)

Een vrachtwagen in verlaten woestijnachtig gebied. Stilte en dan...

The Hickey Underworld :: ”Toen ik zelf een Basic Fit-rugzak kreeg, ging de mop te ver”

Wat 'game over' leek, werd dan toch 'level up':...

All That’s Left of You (Allly Baqi Mink)

All That’s Left of You is de derde speelfilm...
Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in