Lana Bastašić :: Vang de haas

Lana Bastašić situeerthaar debuutroman in een aan flarden geschoten Joegoslavië. Met het boek won ze The European Prize for Literature, maar het heeft gebreken.

Schrijven over de Joegoslavische oorlogen betekent een verhaal optekenen van daders en slachtoffers, een epiek over martelaars die zich op hun beurt opnieuw tot geweldplegers ontpoppen – kortom een spiraal van agressie. Een versie van de feiten waarin alle betrokken etnische en nationalistische groeperingen zich kunnen vinden, ligt niet voor de hand. Toch situeert Lana Bastašić haar debuutroman in een aan flarden geschoten Joegoslavië, en door het perspectief van kinderen te kiezen, behoedt ze zich vakkundig voor elk oordeel.

Het uitgangspunt is alleszins intrigerend: welke impact heeft een burgeroorlog op de psychologie van een kind, en hoe werkt dat wasdom op kinderleeftijd decennia later door? Bastašić werd geboren in 1986 te Zagreb, kortom het gewapend conflict heeft ze niet van horen zeggen. Inmiddels is ze geëmigreerd, net als het hoofdpersonage dat ze in Vang de haas halsoverkop laat terugkeren naar haar moederland omwille van een mysterieus telefoontje van iemand die eens een hartsvriendin was. Inmiddels blijkt deze Lejla echter een gedesillusioneerde vrouw te zijn, een kameleon die een leven leeft dat ze niet wil leven, maar waarin ze tegen beter weten volhardt, omdat ze geen andere mogelijkheden ziet. Ze liet haar boezemvriendin overkomen om samen op roadtrip te vertrekken richting Wenen, waar ze haar verdwenen broer Armin op het spoor zou zijn gekomen.

Hoezo, verdwenen broer? Bastašić thematiseert de burgeroorlog en de etnische conflicten in de regio niet, waardoor de lezer de realiteit moet zien te ontwarren door de ogen van het kind dat de protagoniste destijds was. Duidelijk wordt echter dat de familie van haar vriendin zich probeerde te assimileren, bijvoorbeeld door een etnisch neutralere naam aan te nemen. Helaas mocht het niet baten. De goegemeente bleef veroordelend toekijken, en op een dag was Lejla’s broer Armin ineens verdwenen. Ook voor Sara was dit een zware klap, want tussen die twee had zich reeds iets ontwikkeld wat op een kalverliefheid leek, althans vanuit het perspectief van Sara. Dat zij het traumatische verdwijnen van Armin enerzijds en het plotse verlies van boezemvriendin Lejla anderzijds nooit heeft kunnen verwerken, blijkt uit haar onmiddellijke vertrek uit Dublin, in de stille hoop dat oude wonden zouden kunnen genezen.

Niet alleen de psychologie van de personages, ook het landschap draagt bij Bastašić sporen van de kwetsuren die Sara tijdens haar jeugd heeft opgelopen. Zo wordt de lezer doordrongen van een allesdoordringend duister, alsook een diepe verlatenheid: geëxternaliseerde ervaringen van Sara’s inwendige gesteldheid. Hoewel zij haar geboortegrond kon ontvluchten en elders een nieuw leven kon opbouwen met een schijnbaar begripvolle partner, is zij het die ontheemd is, en vervreemd van zichzelf. Met Bastašić’ bloemrijke taal – vlot geschreven en zonder weerstand leesbaar, doch vol dichterlijke gevoeligheden en oog voor het atypische waarin niet zelden het wezenlijke schuilgaat – weet de piepjonge schrijfster (geboren in 1986) van de jeugdige Armin en van Lejla mensen van vlees en bloed te maken. Kwetsbaar en soms inconsequent, zoals de mens  nu eenmaal is.

Minder evident is het voor de lezer om zich te identificeren met Sara. Zij voert de pen en laat haar eigen zwakheden overwegend onbenoemd, maar gaandeweg komen deze meer en meer bovendrijven. Bastašić lijkt dat echter niet als literair gegeven te ontwikkelen, kortom het procedé van een door de mand vallende protagoniste lijkt geen deel uit te maken van de roman. Dat de ontsluiering rond Armins aanwezigheid in Wenen pas in de allerlaatste bladzijden wordt afgehandeld, maakt bovendien manifest dat de schrijfster haar roman rondom de plot gestalte heeft gegeven, waardoor de finale meer gewicht krijgt dan eigenlijk hoort. De reeds opgebouwde spanningsboog en dito verwachtingen, kunnen met name nauwelijks ingelost worden. Niettemin gaat Bastašić creatief om met het slot, dat als het ware cyclisch leest, en de lezer dus naar het begin van het boek terug loodst.

In zijn geheel leest Vang de haas bijgevolg als een trip, een nare droom mits enkele lichtpunten en vrolijke momenten, een essentiële afdaling dat personage Sara vroeg of laat in zichzelf moest afleggen. De toekenning van The European Prize for Literature voor dit debuut is misschien te genereus, maar talent heeft Bastašić zeker. Al mag het hoofdpersonage in haar volgende boek uit fijner hout gesneden zijn, meer maturiteit bezitten, en dus psychologisch meer welomlijnd voorkomen.

7.5

recent

aanraders

Claire-Louise Bennett :: Dikke kus, Dag-Dag

Schrijf wat je kent, is een tip die zowat...

Seán Hewitt :: In donker weids alom

Een debuut van een meervoudig met zijn poëzie bekroonde...

Merethe Lindstrøm :: Dagen in de geschiedenis van stilte

Een vrouw leeft met een langzaam dementerende echtgenoot. Diezelfde...

verwant

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in