In De Studio met Kids With Buns :: ”Allez, hebben we dan toch dansmuziek gemaakt!”

Met “Bad Grades” en het wondermooie “1712” veroverden Marie Van Uytvanck en Amber Piddington vanuit hun woonkamer de lockdownversie van De Nieuwe Lichting. Drie seizoenen verder mag er wel eens een nieuwe single komen, en dus trok Kids With Buns afgelopen zomer de studio in. Maar of dat nummer nu écht “Untitled” moet heten? Enola.be was getuige van een middag wikken en wegen, die leidde tot een fors besluit.

We hebben pech. Wanneer de deur van Studio Ursa in Antwerpen na twintig minuten eindelijk open gaat – “Sorry, binnen hoor je de bel écht niet!”, excuseert Marie Van Uytvanck zich uitvoerig – blijken de opnames er op te zitten. Maar omdat ik hier nu toch ben en de gezellige zetel nog wel een achterwerk verwerkt krijgt, mag ik meeluisteren naar het editen.

Terwijl producer Daan Schepers ingespannen naar een computerscherm tuurt, zie ik hem klikken, slepen, weer klikken. Véél klikken. “Ik ben in de eerste plaats kleine onvolkomenheden uit de zang aan het opkuisen”, zegt hij. “Een ademhaling of wat speeksel wegslikken – al die dingen haal ik weg, zodat we een propere zangtrack overhouden. Daarnaast ben ik uit de verschillende takes ook de beste stukken in de definitieve versie aan het monteren. Zo krijgen we de beste versie van het nummer.”

Amber Piddington luistert aandachtig naar wat hij aan het doen is. “Ik vind dat het daar nu wel heel erg leeg klinkt”, merkt ze op. “Ik zou het vervolg van het nummer iets sneller beginnen.” Daan klikt een paar keer – “Ik ga die fade in van die strum iets vroeger laten invallen, ja” – en laat een stukje horen. Het is beter, vindt iedereen. Er ontbrak gewoon één slag op de snaren.

Het kind en zijn naam

Het nummer in kwestie moet de volgende single worden en heet “Untitled”. En dat laatste, daar heeft Daan zowat zijn bedenkingen bij. “Er zijn zoveel nummers die zo heten. En het is een woord dat luisteraars niet snel onthouden. Zijn jullie zeker dat jullie het zo willen laten?”

Hij zaait twijfel, en in de zetel naast me ontspint zich een levendige discussie. “We zullen eens Spotifyen hoeveel songs die titel hebben”, zegt Amber en ze haalt haar gsm boven. Het valt tegen. “Radiohead heeft er een. Interpol. D’Angelo.” “Kendrick Lamar heeft een hele plaat vol “Untitled’s””, vult Daan aan. En zo kennen we er nog. Sigur Rós, iemand? Amber haalt de schouders op. “Do we really care?”

Marie geeft zich ook niet zo snel gewonnen. “In mijn hoofd had het altijd die titel. Het heet net “Untitled” omdat alle gevoelens in het nummer niet onder één woord zijn te vangen. Als dat wel zo was, hadden we wel al een andere titel gevonden.”

“Op tijd stoppen”

Want zo is het wel gegaan, vertelt Marie. Negen dagen hebben ze voor de opname van dit ene nummer in de studio gezeten, en in die tijd is “Untitled” flink van gedaante veranderd. “We hebben de tijd genomen om uit te zoeken hoe we precies willen klinken”, zegt ze. “Live werkt het nummer goed, omdat het nogal op gevoel is gebaseerd. Als we in the zone raken, dan lukt dat. Maar nu stonden we voor de vraag hoe we dat in de studio ook zouden kunnen bereiken. Met enkel twee gitaren en een stem zou het te beperkt zijn; dan zou de boodschap en het gevoel niet overkomen. Het was moeilijk om onder woorden te brengen wat we dan nodig hadden, maar uiteindelijk is het al doende gelukt.”

Amber knikt. “Door er zo lang aan te werken, hebben we enorm veel geleerd. We hebben talloze versies van het nummer gemaakt, en verschillende refreinen uitgeprobeerd, voor we voelden dat het goed zat. Het nummer was geschreven, maar op productioneel vlak hebben we veel bijgeleerd: “Hoe giet je een song in een jasje dat het best de feeling van het nummer overbrengt, en wanneer weet je dat het af is?” Zoals mijn oude tekenleraar altijd zei tegen me: ‘Als kunstenaar moet je op het juiste moment kunnen stoppen.’ Zo hebben we nu ook op een bepaald punt moeten stilstaan op het moment dat we dachten: ‘Een betere versie van het nummer is er niet.’ Verder werken zou gewoon maar verder proberen zijn en dat zou ons wegleiden van de essentie van de song. Er is veel geëxperimenteerd met geluiden, maar veel daarvan was niet organisch genoeg of klonk niet echt als Kids With Buns.”

“We hebben veel geëxperimenteerd met geluiden, maar veel daarvan was niet organisch genoeg, of klonk niet echt als ons”

“Het is verleidelijk om veel toffe geluidjes toe voegen”, geeft Marie toe. “En we hebben het nummer aanvankelijk ook heel ‘dik’ aangekleed voor we hebben beslist om het toch weer wat uit te kleden. De focus moest toch op de gitaren en onze stemmen blijven liggen. Het is nog altijd een groot nummer geworden hoor, maar ik denk dat alles nu toch in functie van de song staat. En soms is het nog altijd zo eenvoudig als we het live spelen en is het gewoon de gitaarstrum die het ritme aangeeft.”

Want percussie was wel moeilijk, klinkt het. “Je kunt zoveel kanten uit: gewone drumkit, elektronische drums, percussie-samples, … Uiteindelijk hebben we dat laatste gedaan. Er zit een soort snare drum in het nummer die eigenlijk het bewerkte geluid van een tikkende klok is. En verder hoor je vooral een soort soundscape onder alles. Dat was nodig om wat lage klank in het nummer te krijgen, want we missen nu eenmaal een bas in de groep. Toen Daan na de eerste opnames op die dreunende toetsen drukte, wisten we: ‘Ja, dat is het.’ Het is schaduw in de vorm van geluid, en dat was wat we zochten.”

Mega-Duits

Daan speelt even iets op een orgeltje naast hem dat aan de computer verbonden blijkt. Het tikkende ritme op de achtergrond trekt de meisjes mee: plots zitten ze synchroon in de zetel met hun armen te dansen. Ze lachen. “Hebben we toch dansmuziek gemaakt!”

Ondertussen gaat de discussie verder. Amber is op een Duitse trip beland. “Ik denk dat ‘Altschmerz’ nog het best uitdrukt wat we bedoelen, maar toch schiet het tekort.” Marie baalt er van. “Moet het dan ook nog echt zo’n mega-Duits woord zijn.” Amber houdt nog even vol en haalt grijnzend het hele refrein door Google Translate. “‘Ich habe mein Handy zertrümmert.’ Leer het maar alvast, Marie.”

“Zo erg. We hadden ons kindje nu al een naam gegeven”, zucht die oprecht. En ze begint te vertellen waar het nummer over gaat, over “hoe alles maar gebeurt en je daar zelf wat tussen kunt staan terwijl de wereld rond raast in al zijn egoïsme”. Amber: “Over hoe iedereen denkt in plaats van voelt. Het wordt je zelfs bijna kwalijk genomen als je dingen voélt.”

“Eigenlijk is het gegroeid uit hoe iemand me heeft geghost “, legt Marie uit. “En die ervaring met één persoon die me niet begreep, leidde tot het gevoel dat ik me helemaal alleen in de wereld voelde.” “Gek toch”, vult Amber aan, “hoe iedereen op social media openhartig is over hoe moeilijk hij of zij het heeft. En toch verandert er niets. Dan vraag ik me af of er wel iemand luistert. Scrollen we daar allemaal gewoon maar langs? Het is die bevreemding waar we op blijven hangen, waar we geen juist woord voor vonden, want ook dat voelt niet helemaal gepast. Eigenlijk voelde ik me veel minder eenzaam die paar jaar dat ik nog geen smartphone had.”

En ze denkt nog even na. “Neen, ik denk niet dat we de titel nog veranderen. Hoe verleidelijk het ook is om te twijfelen, we hebben dat nummer voor een reden “Untitled” genoemd. Het blijft zo.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 9 =